Musicus van de maand

Musicus van de maand: Charles Ives

In 1958 sprak Leonard Bernstein de woorden: “He has been said over and over to be our greatest, our first really great composer; our pride and our passion; our Washington, Lincoln, and Jefferson of music.” Deze uitspraak duidt erop dat onze protagonist een status toebedeeld kreeg (op het moment van spreken was hij namelijk al dood) van aartsvader der Amerikaanse muziek. Niet langer een Amerika welke cultureel kijkt naar de muziek van “het continent”, maar ook een eigen cultuur creëert. Deze man was Charles Ives (1874–1954).

De muzikale ontwikkeling van Charles Ives is, op zijn minst, wel enigszins uitzonderlijk te noemen. Een muzikale opleiding kreeg hij in eerste instantie van zijn vader, welke bandleider was in een marching band en organist. Zoals bij ieder gezin werden er ook in huize Ives met enige regelmaat keurige moraliserende en godsdienstige liederen ten gehore gebracht. Enkel had de vader nog al eens de neiging om iedereen in een bepaalde toonsoort te laten zingen en ze te begeleiden in een andere. Daarnaast was er nog een specifiek andere, ook enigszins merkwaardige, inspiratiebron uit zijn jeugd aan te wijzen: Ives stond namelijk met enige regelmaat bij een plein waarover marching bands marcheerden. Op het moment dat de ene marching band bijna van het plein af was, bleek de volgende band al op te komen lopen. Dit effect speelt hij zo’n beetje na in het tweede deel (“Decoration Day”) van zijn Holiday Symphony .

De functie van muziek in het leven van Charles Ives was enigszins een privé-aangelegenheid. In het dagelijks leven was Ives professioneel bezig met het verhandelen van verzekeringen. Slechts in zijn vrije tijd schreef hij muziek en dan enkel omwille van de muziek. Zijn muziek hoefde niet per se uitgevoerd te worden, of überhaupt uitvoerbaar te zijn. Zo sprak hij de befaamde woorden: “Is it the composer’s fault that man only has ten fingers?”

Bij het bekendste werk van deze componist wilde ik in dit artikel even stilstaan: The Unanswered Question . Waarom? Omdat het toch wel een pareltje is in dit repertoire. Het stuk is georkestreerd voor strijkers, houtblazers, en trompet. De strijkers strijken fraaie drieklankerige samenklanken. De trompet poneert in het stukje zeven maal een motiefje (dit motief werd door Ives aangeduid als “the perennial question of existence”, de grote vraag des levens dus), welke op steeds een andere manier—lees: tamelijk meer dissonante—wordt beantwoord door de houtblazers. In voor een avondje bizarre, doch originele Amerikaanse muziek? Ives is your man!