Musicus van de maand

Musicus van de maand: Hector Berlioz

Centraal als musicus van de maand staat de Franse componist Hector Berlioz! Dit om alvast een beetje vooruit te lopen op het Hucbaldiaanse bezoek aan de opera Benvenuto Cellini van deze componist, waar Hucbaldleden zich in grote getale voor opgegeven hebben.

Waarom ik zelf altijd een beetje gefascineerd raak door deze componist is door de enorme verbeeldingskracht. Zelfs de overbekende Symphonie Fantastique kan door zijn programma deze verbeelding teweeg brengen. De muziek is weliswaar niet altijd even subtiel, verfijnd en contrapuntisch interessant, maar wel gewoon rijk geïnstrumenteerd, weinig voorspelbaar en bovendien gewoonweg vet. Een ander voorbeeld van zo’n vet werk is zijn requiem: waar wel minstens 400 uitvoerenden voor nodig zijn om het uit te voeren, waaronder 10 paukenisten op 16 pauken, 24 trompetten en 300 koorleden. Berlioz was wel gecharmeerd van een beetje grandeur. Op het gebied van instrumentatie geldt ook zijn Grand traité d’instrumentation et d’orchestration modernes als een standaardwerk tot diep in de twintigste eeuw, al is deze later nog wel door Richard Strauss herzien aangezien de technische mogelijkheden in deze tijd in sommige opzichten wel werden uitgebreid.

De mensen van het muziekleven uit de tijd van Berlioz dachten hier wel iets anders over. Ook zij spraken vaak in een verbeeldende taal over de merkwaardige muziek van deze kunstenaar. Een citaat van de Amerikaanse criticus George Templeton Strong is te mooi om te ontzeggen. Hij schreef, naar aanleiding van de Grand Ouverture de Roi Lehar, het volgende: “the caperings and gibberings of a big baboon, overexcited by a dose of alcoholic stimulus”. Dat is geen milde kritiek, maar leent zich wel voor een bijzondere interpretatie op dit werk, al heeft deze uitspraak ook weer een verwijzing in zich naar de Symphonie Fantastique: waarbij een jonge kunstenaar zichzelf ook enkele geestverrijkende middelen toedient. Waar de “big baboon” vandaan is getoverd is me wel een raadsel.

Dergelijke kritiek was absoluut geen unicum: Berlioz werd regelmatig het mikpunt van diverse kritische penstreken. Gelukkig was Berlioz zelf ook niet op zijn mondje gevallen, aangezien hij zelf naast componist ook een van de meest vooraanstaande critici van muziek was.