Columns

Sitecolumn #33

Eurovisiesongfestival

Afgelopen zaterdag was het weer zover. De grote finale van het Eurovisiesongfestival. Ik mag mezelf dan wel muziekliefhebber noemen, maar dit muziekspektakel van wereldformaat staat doorgaans niet met koeieletters in mijn agenda geschreven. Sterker nog, net als vele andere jaren deed ik ook afgelopen zaterdag weer m’n best om zoveel mogelijk van dit bizarre festival te missen.

Bizar; een woord dat ik liever niet te vaak gebruik, maar voor dit festival toch zeker op zijn plaats. In de historie van het Eurovisiesongfestival zijn namelijk talloze bijzondere verschijningen de revue gepasseerd: travestietrio’s, piraten, metalrockende monsters en natuurlijk staat de Oostenrijkse Conchita Wurst (de vrouw met de baard) bij velen nog scherp op het netvlies. Laatste twee voorbeelden gingen er respectievelijk in 2006 en 2014 ook nog eens met de winst vandoor, om de absurditeit van dit festival nog maar eens te onderstrepen.

Ook de winnaar van afgelopen zaterdag, de Oekraïense Jamala met het nummer 1944, heeft veel commotie doen ontstaan. Het nummer is namelijk een verwijzing naar de verdrijving van de Tataren op de Krim door Sovjetleider Jozef Stalin en dat is in Rusland – dat van tevoren als gedoodverfde favoriet werd bestempeld – niet in goede aarde gevallen.

Mede hierdoor groeit het idee dat je om het Songfestival te winnen iets geks of controversieels moet tentoonstellen, maar die gedachte lijkt mij te gemakkelijk. Zo heeft ons eigen land namelijk al meerdere gekke en controversiële inzendingen gedaan, waarvan een aantal nog vrij recent. Vorig jaar nog deed namens Nederland Trijntje Oosterhuis een dappere poging te winnen door haar nummer in een verknipte vuilniszak te vertolken en drie jaar daarvoor probeerde Joan Franka het met een indianentooi. Maar de grootste stunt blijft toch wel de Nederlandse inzending van 2009, toen in één van de grootste homofobe landen ter wereld, Rusland, uitgerekend De Toppers in oogverblindende glitterkostuums het lied Shine vertolkten.

Eigenlijk is het Eurovisiesongfestival één groot circus, waar gek genoeg de muziek vaak een ondergeschikte rol lijkt te spelen. Dat bijvoorbeeld alleen de zang live vertolkt wordt en de instrumentatie gewoon van een bandje wordt gespeeld, vind ik onbegrijpelijk. Alle instrumentalisten die afgelopen zaterdag weer voorbijkwamen stonden er eigenlijk weer voor Jan met de korte achternaam bij, al probeerden ze dat allen vol overgave te verhullen.

Omdat het natuurlijk ook wel een beetje makkelijk is enkel kritische noten te kraken als het gaat over het Songfestival, wil ik toch positief afsluiten. Stiekem ben ik namelijk best een beetje trots dat Nederland de laatste jaren met Anouk, The Common Linnets en dit jaar Douwe Bob toch echt goede vertegenwoordigers met dito nummers heeft ingezonden. Ik hoop, al is dat misschien tegen beter weten in, dat in de toekomst steeds meer landen ons voorbeeld zullen volgen en we over een aantal jaar een Eurovisiesongfestival hebben waarbij ik niet langer m’n best doe deze te vermijden, maar me kan verheugen op een avondvullend programma vol mooie muziek.