Het bedrieglijk slot

Het bedrieglijk slot 5

Nacht na nacht keerde keer op keer dezelfde droom terug. Na een tijdje kreeg hij zelfs overdag visioenen. Wie was toch deze mysterieuze Sint Cecilia? Archibald wilde zichzelf geen illusies maken, maar hij voelde iets eigenaardigs bij het lezen van die naam. Zeker na het zien van de gedaante die deze muziek voortbracht – ook al was het maar een glimp – kon hij nergens anders meer aan denken. Hij is tot in het diepst van zijn geest geraakt door deze verschijning, wellicht is zijn ziel zelfs vervormd. Het brak zijn hart en zette zijn vertrouwen aan het wankelen. Waren dit gevoelens van…? Ja, wat waren dit eigenlijk voor gevoelens? En op welke manier zou hij moeten dienen? Wat zou er gebeuren als hij weigert?

Archibald kon het allemaal niet plaatsen, hoe hevig hij dit ook probeerde. Gespeurd had hij, door verscheidene boeken in bibliotheken en zag de naam steeds terugkeren als beschermheilige van de muziek. Dit verklaarde veel, waaronder al die sublieme klanken die hij tot zich heeft mogen nemen, maar de gedaante was toch zeker geen vrouw, nog een man. Het wezen moest van een andere wereld zijn, dat was de enige verklaring. Er zat niets anders op en hij sprak tot zichzelf om op ontdekkingsreis te gaan. Rusten deed hij wel, maar echte rust vond hij niet zolang zijn vragen onbeantwoord bleven.