Het bedrieglijk slot

Het Bedrieglijk Slot 9

Ondanks dat Archibald nog zwak was van zijn ongeluk, probeerde hij met al zijn kracht uit bed te komen. “Ga je nu al weg?” Van schrik viel Archibald bijna uit zijn bed. Verdwaasd en verzwakt door de situatie had hij niet door dat hij zijn kamer deelde met een ander persoon. De nacht was inmiddels aangebroken. Doordat de kamer zo donker was en de persoon in de andere hoek van de kamer lag, kon Archibald niet goed zien wie er tegen hem sprak.

“Jij was wel heel moe he?”, klonk de jonge stem opnieuw. “H-h-hoezo?”, vroeg Archibald angstig. “Je hebt wel drie dagen gemist!”, lachte de stem. Vermoeid en verschrikt kroop Archibald weer in zijn bed. Het begon te stormen. “Oeh storm! Ik houd van storm, het doet me altijd denken aan een liedje!” Een bliksemschicht verlichtte de kamer en voor een aantal seconden kon Archibald zien met wie hij aan het praten was. Fluitend stond een jong meisje op haar bed. Op het eerste gehoor herkende Archibald de melodie niet, maar na beter te luisteren begon het tot hem door te dringen. Het was de melodie uit de kelder!

“Hoe ken jij die melodie?!”, vroeg Archibald aan het meisje. “Ik ken alle melodieën van over de hele wereld!”, stelde het jonge meisje al lachend. “W-wie ben jij?”, vroeg Archibald geschokt. Het meisje antwoordde: “Ik? Ik ben Cecilia en jij bent Archibald…”

 

Schrijf mee aan het Bedrieglijk Slot en maak kans op een geweldige muzikale prijs!