21 March 2017
Column

Door: Paula Breeuwer

 

Het blijft altijd moeilijk om een column te beginnen. Ik blijf maar staren naar een witte pagina die roept “schrijf iets, wees origineel, kritisch, uitdagend ” en ik zit maar te staren en te staren, terwijl het angstgevoel steeds groter wordt met elke seconde dat er niks uit mijn lege hoofd komt. Le syndrome de la page blanche, oftewel een schrijversblok, dat klinkt wel lekker, maar dat is het niet.

 

 

Muziek blijkt de logische keuze, maar welke muziek, welke artiest, welk nieuws? Over wat moet ik dan schrijven, politiek? Nee, daar voel ik me niet deskundig genoeg voor. Dans? Nee. Opera? Nee. Sport? Nee. Bananen?! Ik weet het gewoon niet meer. “Je bent toch muziekwetenschapper, schrijf iets over een interessant thema” Maar muziekwetenschapper… Dat woord schrikt me ook af. Wetenschapper is zo een prestigieus woord, en “musicoloog”, nou, dat voel ik me ook nog echt niet.

 

 

Procrastineren (volgens mij is dat geen Nederlands, maar wat een heerlijk woord) daar ben ik wel goed in. Vandaar ook dat ik deze column voor op maandag ben gaan schrijven de zaterdag erna… Of nieuwe woorden verzinnen (getosteerd vind ik nog steeds beter dan geroosterd) is ook mijn specialiteit.

 

 

Ik word wel getroost door te weten dat ik niet de enige student ben die zo over zijn/haar toekomst twijfelt. Daar weet Hucbald wel wat op! Door bijvoorbeeld een Bedrijvendag te organiseren. Woensdag was het zo ver. Het was een hele interessante dag, en je ziet van dichtbij de verschillende mogelijkheden die er zijn. Ook al weet ik niet zeker dat ik die kant op wil, vond ik het leuk om te zien wat manager zijn van een koor en orkest precies inhoudt, of om te weten dat er ook een baan is om vioolstroken te schrijven op elke partituur (voor mensen die echt, echt heel slecht zijn in muziektheorie, no worries, je hoeft er niet eens noten voor te kunnen lezen). Ook het bezoekje aan de radio was super leuk, ook al werd ons kinderbeeld van Dieuwertje Blok flink aangetast toen ze keihard “kut” riep. Ook al ben ik er nog steeds niet uit of ik later bij een van deze bedrijven ga werken en of ik überhaupt als musicoloog aan het werk ga, was het een interessante, verhelderende en gezellige dag.

 

 

Nou, het is gelukt hoor, de pagina is toch nog zwart geworden. Veel meer inspiratie heb ik momenteel niet, dus hier heb je een paar leuke memes.

 

 

 

 

 

Musicologist:

 

Noot van de redactie: niet alleen Paula heeft wel eens last van procrastinatie. Er is een reden dat deze column om 2 uur 's nachts is geüpload, terwijl die al een dag eerder klaar was...

27 February 2017
Column

Door: Eline Langejan

 

Terwijl het carnavalsfeest in het zuiden van het land losbreekt drink ik mijn bier op de meest tegenovergestelde plek mogelijk: één van de oudste cafés van Amsterdam waar gek genoeg helemaal geen muziek op staat. Of de kroegbaas vergeten is deze aan te zetten of dat er helemaal geen muziekinstallatie aanwezig is; het maakt de cafébezoekers te weinig uit om verhaal te halen. Hoe anders gaat het er wel niet aan toe in 'Mestreech', 'Kruikenstad', 'Oeteldonk' en 'Lampengat'? Carnaval is bij uitstek een feest waar muziek onmisbaar is. Disclaimer: ik als Randstedeling in hart en nieren heb nog nooit carnaval onder de rivieren gevierd, dus mijn perspectief als buitenstaander moet in acht worden genomen bij het lezen van deze column. Gelukkig ken ik wel veel verhalen van vrienden die elk jaar naar hun ouderlijk dorp terugreizen om te hossen en zie ik op Facebook en Snapchat genoeg praalwagens, polonaises en gekke kostuums voorbij komen om het feest niet helemaal te missen. Wat in al die verslaggeving een belangrijke factor is; de carnavalskrakers.

 

Carnavalsmuziek is hossen en meezingen. Als ik mijn Limburgse huisgenoten mag geloven kent iedereen de nummers, zowel die elk jaar nieuw worden geproduceerd (vaak met een actueel thema in een schunnige leus verwerkt, of gewoon Roy Donders en Patty Brard) als de echte klassiekers. Een oppervlakkige analyse van carnavalskrakers vertelt je dat vrijwel elk carnavalsnummer ook wel makkelijk mee te zingen is. De vrolijke melodieën zijn kort en worden vaak herhaald, de teksten rijmen zo eenvoudig mogelijk en dit komt de 'meezingbaarheid' ten goede. Bovendien lijken veel nummers op elkaar door de soortgelijke instrumentatie: koperblazers, een hoempa-hoempa ritme door een grote trom, het is geen wonder dat deze muziek bij een feest met optocht hoort. Carnavalsmuziek lijkt iedereen in dezelfde vrolijke roes te krijgen. Het genre kun je ook wel omschrijven als 'volksmuziek gone drunk'. Drugsgebruik en muziek hebben in vele genres een complementaire relatie. Het kalmerende effect van marihuana in combinatie met het trage/zwoele ritme van reggae, maar ook XTC en EDM, waarbij ravers er een kunst van maken bij elk verschillende aantal beats per minute de ideale drugs te matchen. In deze lijn zou je ook prima het effect van bier en het karakter van carnavalsmuziek kunnen correleren. De dronken roes van schaamte- en zorgeloosheid wordt perfect vertaald in de muziek. Bij carnaval kan het niet gek genoeg, zo blijkt wel uit de saamhorigheid waarmee de feestvierders zich in gekke kostuums laveloos drinken.

 

Terwijl ik de Snapchats van hossende Hucbaldianen doorklik ben ik mij er dan ook helemaal van bewust dat het muziekloze café in Amsterdam precies de reden is waarom zuiderlingen altijd terug zullen keren naar gebieden buiten de Randstad om het katholieke volksfeest te vieren. Het bier smaakt waarschijnlijk stukken beter onder het genot van carnavalsmuziek, maar wat kan ik er nou van weten?

2 January 2017
Column

Door: Paula Breeuwer

 

Het eind van het jaar nadert, nog een paar uurtjes en we zijn in 2017. Het is helemaal stil hier op Olympos (wie gaat er nou sporten op 31 december?), maar vanavond barst het hele land los met vuurwerk. Wat heerlijk deze dagen: je volproppen met oliebollen, appelflappen en nog meer lekkers, kerstliedjes zingen, spelletjes met familie, open haardje aan…Goede voornemens voor het komende jaar en een overzichtje van 2016 horen er dan natuurlijk ook bij. De meeste mensen zullen het met mij eens zijn, it was quite a terrible year. Ik zal niet verder ingaan op de Brexit, Amerikaanse verkiezingen en andere politieke gebeurtenissen, daar hebben we genoeg van gehoord en zullen we genoeg van horen.

 

Wat ook heel markant was, zijn alle doden. Pierre Boulez, David Bowie, Otis Clay, Prince, George Michael, Alan Rickman (ja, het is geen musicus maar ik moest het zeggen oké :’( ) om er een paar te noemen. Het lijkt wel een slagveld. De cultuurwereld zal ze missen.

 

Aan het eind van het jaar zijn overal op internet lijstjes te vinden, van de top 2000 tot 90’s bangers. Ik heb de tophits van Spotify nagekeken en ik moet toegeven dat ik maar weinig van die nummers ken. Dat wordt eens mijn goede voornemen. Het is hoogst tijd dat ik meer interesse ga tonen in actuele muziek. Ik bedoel, early music history is super leuk maar met motetten uit de 14de eeuw kom je niet zo ver op een feestje(!)

 

2016 was niet alleen maar negatief, er zijn ook superleuke dingen gebeurd. Als Harry Potterfanaat was ik ook super excited met de komst van Fantastic Beasts in november. De naam zegt het al, het was echt fantastisch, ook de muziek door James Newton Howard. Ik heb zelfs de plaat voor mijn verjaardag gekregen (thanks to the praesis!).In het begin quote Howard de Hedwig’s Theme van Williams en je krijgt direct een nostalgisch en opwindend gevoel. Daarna gaat hij door met zijn eigen thema’s en ze sluiten zo goed af op de magische wereld en op de setting van de film in de 1920’s! Het publiek gaat helemaal mee in de sfeer door blues- en jazzelementen.

 

Een ander hoogtepunt van dit jaar was de RCO opening night. Samen met een paar mede Hucbaldianen konden we bij de inauguratie van Daniele Gatti zijn. Wat een avond! Dit was echt een fantastische beleving (de champagne van 60 euro per fles alleen was al genoeg voor een geweldige ervaring.)

 

Ik vergat bijna het koorproject van dit jaar. Dat was ook een geniale belevenis. Het was de eerste keer dat ik meezong in een koor. Beginnen met Verdi was dan ook wel een uitdaging en ik ben heel trots op wat we allemaal samen hebben gedaan. Ik verheug me al op de volgende.

 

Wel leuk zo terugkijken, het blijkt dat 2016 toch niet zo’n slecht jaar was. Ik heb super veel geleerd, nieuwe aspecten van muziek ontdekt, heb veel  bijzondere concerten meegemaakt. 2017, ik ben er klaar voor!

 

Gelukkig nieuwjaar, beste wensen voor iedereen!

5 December 2016
Column

Makkers staakt uw wild geraas, ’t heerlijk avondje is gekomen.

Door: Diantha Vreeken

 

Het is vijf december, en dat betekent natuurlijk dat de enige échte pakjesavond op het punt staat te beginnen. Een willekeurige andere decemberavond met pakjes is natuurlijk niet ‘echt’. Hoewel ook ik vanavond met mijn familie op traditionele wijze dit feest zal vieren, kan ik enige antipathie voor het hele gebeuren maar niet van me afschudden. Het wordt vaak omschreven als een ‘echt’ Hollands feest. (Feitelijk duidt ‘Hollands’ slechts op een deel van het land, maar gemakshalve ga ik daar verder even niet op in). Dat Nicolaas van Myra, uit het zuiden van Turkije, afgebeeld wordt als witte westerse man en dat het oer Hollandse recept voor kruidnoten waar we zo trots op zijn, rechtstreeks in lijn staat met een afschuwelijk koloniaal verleden in Indië, dat is mierenneuken. Want laten we het asjeblieft gezellig houden. Een kritische noot mag alleen zéér voorzichtig gebracht worden, want de toon bepaalt de muziek, en nog meer van dat soort onzinnige woordspelingen die mij op het slechtste bruggetje óóit brengen… (muziek dus).

 

Gister schreef muzikant Aafke Romeijn een gastcolumn in de Volkskrant1. Ze vraagt schrijvers om actief de polarisering in de maatschappij tegen te gaan, want “Ruimte in het publieke debat brengt verantwoordelijkheid met zich mee: neem die.” Vervang ‘schrijvers’ met ‘muzikanten’, en de discussie kan ook in onze collegezalen gevoerd worden. Nemen bekende muzikanten een maatschappelijke verantwoordelijkheid met zich mee? Persoonlijk weet ik hier het antwoord niet op. Ja, en nee. Eerlijk gezegd denk ik dat het iedereen siert om niet weg te kijken van problematiek. Maar om te verwachten dat mensen beroepsmatig moeten verkondigen dat zij ergens voor of tegen zijn, ik denk dat mij dat een stap te ver gaat. En hoe zouden muzikanten dat dan precies moeten doen? Wat betreft singer-songwriters is het wel duidelijk. Maar jazzmusici, orkesten, operazangers, mensen die een passie hebben voor muziek en die god knows how in deze tijden hun beroep kunnen uitoefenen… persoonlijk denk ik dat die moeten doen wat ze willen. Kunst mag iets betekenen, maar dat hóéft niet.

 

Op initiatief van individuele musici was na de ingang van de antihomo-wetgeving in Rusland in 2013 kort sprake van een eventueel protestje namens het Concertgebouworkest, in de vorm van een toegift van Britten of Tchaikovsky, twee componisten die toevallig op mannen vielen2. Uiteindelijk heeft het orkest toen niks ondernomen. De een vindt dit problematisch, de ander vindt het problematisch om alles te problematiseren. Lekker meta. Maar zoals gelukkig veel mensen weten zijn zaken niet zwart of wit3 (hoewel de top 2000 wel weer erg wit is en de pieten mijns inziens nog steeds te zwart, maar dat zijn weer hele andere verhalen). Hoewel ik zelf zeker voorstander ben van het aankaarten van moeilijke kwesties, denk ik dat er nu veel te veel door elkaar geroepen wordt. En door aan schrijvers, muzikanten of ander soort kunstenaars te vragen om ons met nóg meer meningen en stellingnames op te zadelen, denk ik dat men alleen maar meer langs elkaar gaat praten.

 

Makkers staakt uw wild geraas, betekent zoiets als ‘jongens, doe eens wat zachter’, en voor nu sluit ik me hier maar bij aan. Al is het maar omdat de meisjes meer van zich mogen laten horen ;)

 


 

1. http://www.volkskrant.nl/opinie/gastcolumn-schrijvers-stop-met-decadente-wegkijkerij~a4426738/

 

2. http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/article/detail/3537699/2013/11/02/Wegkijken-en-spelen-maar.dhtm

 

3. https://www.facebook.com/DaretobeGrey/?fref=ts

 

7 November 2016
Column

Door: Paula Breeuwer

 

Het is weer zover. Halloween is voorbij, de eerste kerstdecoraties zijn al in de winkel en de lampjes hangen in de bomen. En dat kan maar een ding betekenen: ik mag weer zonder schuldgevoel kersliedjes zingen! Ik heb ook de grootste impulsieve koop ooit gemaakt: een flamingo die Jingle Bell Rock zingt.

 

De laatste tijd vind ik het heerlijk om weer alles van Ella Fitzgerald te luisteren. En daar horen ook al haar kerstliedjes bij. Rudolph the Red Nosed Reindeer, Santa Claus is Coming to Town, Good Morning Blues, etc. Ze zijn allemaal samen in 1960 opgenomen op het album Ella wishes you a swinging christmas. Ik kan urenlang luisteren naar haar bijzondere stem, haar improvisatie en haar geweldige scat.

 

The First Lady of Jazz, of Lady Ella is een van de grote figuren van Afro-Amerikaanse jazz. Ze begon haar carrière toen ze een plek voor de amateur night in Apollo won. Ze mocht daar optreden en koos in de laatste minuut om te zingen in plaats van dansen. Ze veroverde het publiek met haar bijzondere stem.

 

Buiten het podium was Ella verlegen en op zichzelf, maar op het podium veranderde ze: “Once up there, I felt the acceptance and love from my audience, I knew I wanted to sing before people the rest of my life." In 1938 kwam haar album A-Ticket-A-Tasket uit. Dit album heeft haar toen echt bekend gemaakt. Er werden een miljoen kopieën van verkocht en hij bleef 17 weken lang op nummer 1 staan.

 

Soms wil ik dat ik eerder was geboren. Mijn vader heeft grote artiesten zoals Ella en Oscar Peterson in concert gezien. Daar ben ik echt jaloers op. Hij is ook naar een concert van Rubinstein geweest. Ik vraag me wel af: ben ik nou zoals die oude mensen die beweren dat vroeger alles beter was?

 

Mijn pianoleraar zei een keer dat de grootste musici allemaal een zwaar leven hebben gehad en dat we daarom nu zo weinig “groten” hebben. We begonnen een debat maar hij bleek toch ergens gelijk te hebben. Ella had een moeilijke jeugd: nadat haar moeder stierf werd ze al snel in een tuchtschool gezet, maar ze ontsnapte. Met 15 jaar was ze dus alleen op straat zonder geld. Emil Gilels gaf tijdens de oorlog concerten in de open lucht terwijl oorlogsvliegtuigen boven zijn hoofd langs vlogen. Rubinstein heeft ook de wereldoorlogen meegemaakt, Oscar Peterson was net als Ella ook bekend met discriminatie en zo kan je nog even doorgaan.

 

We hebben natuurlijk tegenwoordig ook enorme talenten en beroemde namen, maar de concertzalen lijken niet zo vol te zijn als voor een Horowitz of Rubinstein. Dit fenomeen is toch wel heel interessant om te bestuderen. Is de uiting in muziek echt zo veel sterker als je nare dingen hebt meegemaakt en kan het publiek dat zo sterk voelen? De twintigste eeuw, met de twee wereldoorlogen, de oorlog in Afghanistan, de Koude Oorlog en andere conflicten hebben heel veel mensen over de hele wereld geraakt. Maar tegenwoordig is het ook niet bepaald rustig. Wat betekent dit voor de muziek van nu en van de volgende generaties?

 

Toch ben ik blij dat ik in deze tijd leef en dat ik de muziek van mijn ouders kan meekrijgen door opnames. En ik moet toegeven dat er nog wel goede muziek wordt gemaakt, die ik dan ook aan mijn kinderen (not yet please!) zal kunnen doorgeven. Zo blijft de muziek nog altijd leven. In de tussentijd ga ik nog volop van Ella genieten tot de kerst (nog maar 48 nachtjes slapen!) en de rest van het jaar natuurlijk ook.

26 October 2016
Column

Door: Cas Versluijs

 

Waarom heb ik dit nooit eerder geluisterd? is een gedachte die mij de afgelopen paar weken heeft overspoeld. Als iemand die vooral luisterde naar populaire muziek, is er sinds ik Muziekwetenschap ben gaan studeren echt een wereld voor me open gegaan. Ik was nooit ongeïnteresseerd in “klassieke” muziek en ik speel al een tijd piano, maar nog nooit heb ik mij er echt actief mee bezig gehouden. Ik kwam simpelweg niet uit een gezin waar vaak klassiek op stond, dus ik ben opgegroeid in een omgeving met Coldplay, Keane en Snow Patrol. Zelf werd ik daarna wat meer naar de (for lack of a better word) alternatievere zijde van die muziek getrokken met artiesten als Radiohead, The National en David Bowie. Klassiek en opera liet ik veelal links liggen. Maar hoe snel het kan gaan in enkele weken. 

 

Toen ik begon wist ik amper het verschil tussen Bach en Beethoven, bij wijze van spreken. Bij de muziekquiz op het introkamp wist ik bijna niks, en als iemand me had gevraagd naar mijn favoriete stuk van bijvoorbeeld Rachmaninov, had ik met de mond vol tanden gestaan. Mijn muzikaal gemis werd me snel duidelijk. Toen ik thuis kwam na het kamp besloot ik mijn smaak te verbreden, en sindsdien is het rap gegaan. Met goed resultaat. Inmiddels weet ik ietsjes beter wat mijn favoriete werk van Rachmaninov is, al kan ik er nog niet echt een definitief antwoord op geven (op internet moet je natuurlijk altijd uitkijken wat je zegt). 

 

Hoewel ik het gevoel heb al zo veel meer te kennen en zo veel meer te horen dan voor de zomer, word ik soms toch nog steeds pijnlijk geconfronteerd met mijn vooroordelen. Toen bij de opnames van Podium Witteman mezzosopraan Karin Strobos een aria uit Porgy and Bess zong, roerde me dat bijna tot tranen toe. Heel ongenuanceerd gezegd vond ik opera altijd klinken als kakelende vrouwen die met véél te veel vibrato spelen voor oude mensen die met hun leeftijd toch die hoge tonen al niet meer horen. De Britse comedian Eddie Izzard noemde het “rich people watching large people being shaken by small people”, en daar was ik het wel mee eens. Totdat het gisteren opeens klikte. Honderden mensen hadden me kunnen dwingen opera te luisteren, en ik had het waarschijnlijk “wel oké” gevonden, maar het had nooit zo’n impact gehad als nu.

 

Mocht je jezelf ooit een keer op een familiefeestje of een andere gelegenheid bevinden waar ze klassieke muziek “maar niks” vinden, ga er dan niet keihard tegenin en ga niet in stilte zitten lijden. Laat ze gewoon eens wat horen en geef er misschien zelfs wat uitleg bij. Misschien wordt het na een minuut al afgezet om weer iets anders te draaien, maar wie weet hebben zij hetzelfde gevoel als ik bij Karin Strobos. Dwing ze niks, maar als ze een beetje open staan kan er een wereld voor hen open gaan, zoals er gisteren ook weer eentje voor mij open ging. Dat is toch veel leuker dan reageren met een “tssk”?

30 May 2016
Column

Muzieknotatie

Door Manuel Gutierrez Rojas

 

Muziek lezen en schrijven leerde ik via Cakewalk Pro (nog voordat het Cakewalk Sonar heette) rond het jaar 2000. Ik was een groot Queen-fan en ik vond een hele collectie van MIDI-bestanden van die band. Ik speelde ook net klassiek gitaar, dus ik probeerde het op mijn gitaar te spelen. Ik begon met het transcriberen van “Innuendo” en had nog moeite te begrijpen dat kortere notenwaarden niet per definitie snel zouden klinken. Ik snapte niet waarom het programma geen kleinere waarden dan 256ste noten had, want het intermezzo-gedeelte klonk nog steeds te langzaam. Via trial-and-error leerde ik hoe tempo en ritme werkten en hoe ze relateerden aan notenwaarden.

 

De videoclip van Metallica’s symfonische versie van “Nothing Else Matters” werd erg vaak vertoond op MTV en TMF (dat waren nog eens tijden). Ik kwam op het idee om het nummer uit te voeren voor mijn muziekschool: ik op gitaar en mijn broer op zijn toen gloednieuwe keyboard. Zijn Roland keyboard had namelijk een overtuigend strijkers-patch. Het enige probleem was dat er geen bladmuziek beschikbaar was voor de symfonie. Ik besloot het stuk op mijn gehoor uit te schrijven en te arrangeren voor mijn broer met Cakewalk (ik dacht nog de partituur te hebben bewaard—dat wordt nog even zoeken geblazen). Ik weet nog dat ik uren en uren met mijn koptelefoon probeerde te vertalen wat ik hoorde op de track naar muzieknotatie. De harp was het laatste onderdeel en dat was nog niet eens nodig; ik was dan ook een perfectionist.

 

Ik arrangeerde ook andere songs van Metallica voor mijn broer: “Master of Puppets” en “One” voor piano (solo). Beide stukken had hij uitgevoerd op school—“Puppets” zelfs op een vleugel bij een klassieke avond. Het is jammerlijk dat het filmen van momenten toen niet zo gemakkelijk was als nu. Gelukkig blijven het mooie herinneringen.        

 

Mijn transcriberen en arrangeren ben ik blijven doen. Ik probeerde ook andere software zoals Guitar Pro, Finale, Cubase, LilyPond, Sonar, en Sibelius. Sibelius ben ik sindsdien blijven gebruiken.

 

 

Het is nu zestien jaar later. Volledig opgenomen orkestleden kunnen worden aangestuurd met muzieknotatiesoftware (zoals de Hollywood Orchestra-serie van EastWest). De muziek die een musicus in zijn hoofd heeft bij het schrijven van muziek kan heel overtuigend worden gerepliceerd via deze virtuele instrumenten (of instrumentalisten, afhankelijk hoe er naar wordt gekeken). De manier van invoer heeft ook een ontwikkeling doorgemaakt, zoals met stylus-ondersteunende tablets via StaffPad en de vele nieuwe mogelijkheden van Steinbergs aankomende Dorico (gemaakt door het oorspronkelijke Sibelius-team).

 

Het beheersen van een muzieknotatiesoftwarepakket (Sibelius, Finale, en de gratis MuseScore en Finale Notepad zijn voor nu aan te raden; of wacht nog even op Dorico) kan dus duidelijk een aanwinst zijn. Niet alleen kunnen muzikale ideeën op professionele kwaliteit worden genoteerd, maar deze ideeën kunnen ook overtuigend ten gehore worden gebracht.

16 May 2016
Column

Eurovisiesongfestival

Door: Wout Bekhuis

 

Afgelopen zaterdag was het weer zover. De grote finale van het Eurovisiesongfestival. Ik mag mezelf dan wel muziekliefhebber noemen, maar dit muziekspektakel van wereldformaat staat doorgaans niet met koeieletters in mijn agenda geschreven. Sterker nog, net als vele andere jaren deed ik ook afgelopen zaterdag weer m’n best om zoveel mogelijk van dit bizarre festival te missen.

 

Bizar; een woord dat ik liever niet te vaak gebruik, maar voor dit festival toch zeker op zijn plaats. In de historie van het Eurovisiesongfestival zijn namelijk talloze bijzondere verschijningen de revue gepasseerd: travestietrio’s, piraten, metalrockende monsters en natuurlijk staat de Oostenrijkse Conchita Wurst (de vrouw met de baard) bij velen nog scherp op het netvlies. Laatste twee voorbeelden gingen er respectievelijk in 2006 en 2014 ook nog eens met de winst vandoor, om de absurditeit van dit festival nog maar eens te onderstrepen.

 

Ook de winnaar van afgelopen zaterdag, de Oekraïense Jamala met het nummer 1944, heeft veel commotie doen ontstaan. Het nummer is namelijk een verwijzing naar de verdrijving van de Tataren op de Krim door Sovjetleider Jozef Stalin en dat is in Rusland - dat van tevoren als gedoodverfde favoriet werd bestempeld – niet in goede aarde gevallen.

 

Mede hierdoor groeit het idee dat je om het Songfestival te winnen iets geks of controversieels moet tentoonstellen, maar die gedachte lijkt mij te gemakkelijk. Zo heeft ons eigen land namelijk al meerdere gekke en controversiële inzendingen gedaan, waarvan een aantal nog vrij recent. Vorig jaar nog deed namens Nederland Trijntje Oosterhuis een dappere poging te winnen door haar nummer in een verknipte vuilniszak te vertolken en drie jaar daarvoor probeerde Joan Franka het met een indianentooi. Maar de grootste stunt blijft toch wel de Nederlandse inzending van 2009, toen in één van de grootste homofobe landen ter wereld, Rusland, uitgerekend De Toppers in oogverblindende glitterkostuums het lied Shine vertolkten.

 

Eigenlijk is het Eurovisiesongfestival één groot circus, waar gek genoeg de muziek vaak een ondergeschikte rol lijkt te spelen. Dat bijvoorbeeld alleen de zang live vertolkt wordt en de instrumentatie gewoon van een bandje wordt gespeeld, vind ik onbegrijpelijk. Alle instrumentalisten die afgelopen zaterdag weer voorbijkwamen stonden er eigenlijk weer voor Jan met de korte achternaam bij, al probeerden ze dat allen vol overgave te verhullen.

 

Omdat het natuurlijk ook wel een beetje makkelijk is enkel kritische noten te kraken als het gaat over het Songfestival, wil ik toch positief afsluiten. Stiekem ben ik namelijk best een beetje trots dat Nederland de laatste jaren met Anouk, The Common Linnets en dit jaar Douwe Bob toch echt goede vertegenwoordigers met dito nummers heeft ingezonden. Ik hoop, al is dat misschien tegen beter weten in, dat in de toekomst steeds meer landen ons voorbeeld zullen volgen en we over een aantal jaar een Eurovisiesongfestival hebben waarbij ik niet langer m’n best doe deze te vermijden, maar me kan verheugen op een avondvullend programma vol mooie muziek.

12 April 2016
Column

IMAX, zet het geluid alstublieft niet op “max”

Door Manuel Gutierrez Rojas

 

Ik blijf het raar vinden dat er duidelijk geen consistentie is aan het geluidsniveau in de bioscoop—al helemaal niet met films in IMAX, waarbij er wordt gegarandeerd dat het geluid zo gedetailleerd is dat de toeschouwer een speld kan horen vallen (“IMAX® Sound: Heart-Pounding Audio”). Hoe kan het vallen van een speld worden gehoord als er een kabaal van ander geluid overheerst? Zack Snyders beruchte Batman v Superman: Dawn of Justice (2016), was bijvoorbeeld in orde wat betreft het volume—zeker in vergelijking met zijn eerdere Man of Steel (2013), waarbij ik de zaal binnen tien minuten verliet, omdat ik het geluid niet kon uitstaan. De speakers in de zaal leken te exploderen. Het was veel te hard. Na het verlaten van de zaal en mijn redenen had uitgelegd aan een medewerker, kreeg ik een tegoedbon. Wel vertelde de medewerker me dat het geluidsniveau toch echt correct was geconfigureerd.

 

Christopher Nolans Insterstellar (2014) had ik zelf niet in IMAX gezien, maar veel bronnen uit de VS geven aan dat er ontzettend veel geklaagd was over het te harde geluid in niet alleen IMAX-, maar ook standaardzalen. De mix zette de geluidseffecten en de muziek in de voorgrond en dat maakte de dialogen haast onverstaanbaar, waardoor soms het hele volume werd verhoogd, zodat de dialogen weliswaar verstaanbaarder werden, maar met daarbij wel ontieglijk harde geluidseffecten en muziek. Sommige cinema’s bewerkten de mix om dit probleem op te lossen, maar dat is een praktijk die een regisseur niet graag ziet gebeuren (Jeffrey Wells). Het is dan echter de vraag of de mix überhaupt wel goed was. Het effect dat gecreëerd wordt door de dialogen in de achtergrond te zetten kan namelijk werken, zoals te horen is bij de club-scène van David Finchers The Social Network (2010), waarbij de toeschouwer zich in een echte club lijkt te bevinden, want ook daar moet geroepen worden om elkaar te verstaan.

 

Waarom dan is het geluid in bioscopen zo onnodig hard? Veel volume staat niet gelijk aan een goed geluid. In 1997 probeerde Dolby Laboraties vice-president Ioan Allen een manier te vinden, de Leq-methode, om een objectieve luidheid van films te bepalen om de klachten van filmbezoekers op te kunnen lossen. Hij zei:

“The current situation is obviously unsatisfactory, for audiences, theatre operators and mixers. Now that it seems demonstrable that the Leq method can put real numbers on the loudness of a mix, we would seem to be better equipped to say ‘this is loud,’ or ‘this is OK.’”

 

Het ziet er naar uit dat deze methode niet in beweging is gekomen en dan blijft het dus een gok of de bioscoop de film met goed geluid zal draaien. Ik probeer in ieder geval altijd oordoppen bij de hand te hebben voordat ik naar de bios gaat, voor het geval dat.

 

Referenties

Allen, Ioan. “Are Movies Too Loud?” Cinema Technology juni 2000. Web. 11 april 2016.

“IMAX® Sound: Heart-Pounding Audio.” IMAX. Web. 11 april 2016.

Shooke, Jay (JShooke). “Hey @wellshwood this is taped up all over the box office. People are obviously complaining.” 12 november 2012, 4:14 p.m. Tweet.

Peregrinus. “The Social Network Club Scene - ‘I’m CEO, Bitch’ (1080p).” Online videoclip. YouTube. YouTube, 10 juni 2015. Web. 11 april 2016.   

Wells, Jeffrey. “Unauthorized Hero Fixes Interstellar Sound-Mix Problem.” Hollywood Elsewere 5 november 2014. Web. 11 april 2016.

 

 

5 April 2016
Column

-IEK vs. -ISCH

 

Door Manuel Gutierrez Rojas

 

Ik bekijk heel wat germanismen; ik heb een bepaalde interesse voor de Nederlandse taal—vandaar. Ik herinner me nog bij het vak Nederlands op de middelbare school dat ik ooit schreef: politisch. ‘Nee,’ zei mijn docent, ‘dat is een germanisme.’ Ik maakte echter die fout omdat ik me hield aan een zekere uniformiteit die ik leek te zien, maar die er dus niet bleek te zijn.

Zo is het correct om te zeggen: dramatisch, komisch, akoestisch, melancholisch, stillistisch, systematisch, etc. Ook het bijvoegelijk gebruiken van deze woorden is correct: een dramatische voorstelling.

       Woorden als laconiek, politiek, symphatiek, numeriek, artistiek, etc. behouden echter de -iek. Ik zeg behouden, want ik begrijp uit al die lijsten met voorbeelden van germanismen van de afgelopen 100 jaar, dat in principe all woorden waarvan sommige op -iek en andere op -isch eindigen, vroeger alleen eindigden op -iek.

       Dus Les Miserablesis een dramatieke musical (overigens staat dramatieke nog als bijvoegelijke optie in de Van Dale), de historieke waarde van de Nederlandse taal is hoog, te laat komen is een chronieke aandoening, en deze ‘column’ wil ik hiermee zeker niet een komiek tintje geven—ik heb enkel erg puristieke trekken.

 

28 March 2016
Column

Sitecolumn 30

Door: Marjolein Wellink

 

Het is eind maart. Pasen is voorbij. De zomertijd is begonnen. Officieel is het dus lente. Helaas is hier nog weinig van te merken wanneer men de deur uitstapt. Het algemene idee is dat het lentegevoel positief is, waarbij bijvoorbeeld de zon en het groen zorgen voor lachende gezichten. Maar: welke zon? En waar is het groen? Waar is dat positieve gevoel? Omdat weinig dus nog meewerkt om dit te creëren kennen wij muziekwetenschappers natuurlijk de beste oplossing: muziek. Daar voor iedereen, op elk gewenst moment van dag voor het creëren van elke gewenste emotie. En, laat ik nu speciaal voor jullie een prachtig lijstje met muziek opgesteld hebben om het positieve naar boven te laten komen!

Oké, de meesten zien dit al aankomen, dus laat ik met het overduidelijke beginnen: Vivaldi. Het zit misschien in elk Casio-keyboardstandaard ingeprogrammeerd, maar dit maakt het nog niet minder mooi. Onlangs zag ik een interview met Vesko Eschkenazy, concertmeester van het Koninklijk Concertgebouworkest, die het begin van ”La Primavera” uit Le Quattro Stagioni omschreef als ‘één van de meest optimistische van de klassieke muziek.’ En hier moet ik hem gelijk in geven. Uiteraard is het iets persoonlijks, maar niemand zal na de eerste maten het idee hebben dat het om een requiem gaat. Deze noten schreeuwen gewoon om zonnestralen, zingende vogels en weiden vol bloemen (al is dat laatste wellicht ver te zoeken in de Utrechtse binnenstad).

Deze volgende ‘categorie’ is er een voor de echte liefhebber: het geluid van de accordeon. Persoonlijk vind ik het fantastisch; mijn gedachten dwalen direct af naar een zonnig Frankrijk en dit staat gelijk aan een positief lentegevoel. ‘Maar,’ denk je nu misschien, ‘die Franse chansons… Waar moet ik in vredesnaam mee beginnen?!’. Er gaat weinig boven Edith Piaf op dat gebied natuurlijk. Om at random wat titels te noemen die niet te missen zijn: “Sous le Ciel de Paris,” “Padam Padam” en “La Foule” zijn perfect. Verder willen—voor diegenen die niet van het geluid van de accordeon houden, maar wel iets Frans willen proeven—Michel Delpechs “Pour un Flirt” (ja, van die kruidenkaasreclame) en Charles Trenets “La Mer” (niet te verwarren met Debussy…) werken.

Nummers die ook in het perfecte plaatje van deze column passen zijn die met een fragiele stem en/of overduidelijk aanwezig akoestische gitaar. Ogen dicht en je zit te genieten in een parkje langs het water. Neem nu “Piazza, New York Catcher” van de Schotse groep Belle and Sebastian. Heerlijk hoe de zanger zingend praat (of pratend zingt? [does this make any sense?]). Dit is zijn stijl die hij bij bijna al zijn nummers zo toepast. Het is dus zeker aan te raden meer van deze groep te luisteren, mocht dit je aanspreken! Simon & Garfunkel mogen ook niet ontbreken. “The 59th Street Bridge Song,” “Flowers Never Bend with the Rainfall,” “April Come She Will” en “Leaves That Are Green” vormen zomaar een kleine selectie uit het grote aanbod aan lenteliedjes dat zij hebben. O ja, Paul McCartney schreef voor het album Beatles For Sale ook een erg lenterig liedje: “I’ll Follow the Sun.”

Het moge duidelijk zijn dat deze column allesbehalve objectief is. Tijdens het schrijven merkte ik maar weer eens dat het voor iedereen verschilt wat voor gevoel wordt opgeroepen door bepaalde muziek. Het fijne van muziek is dat het aanbod zo ontzettend groot is, wat betekent dat er altijd meer te ontdekken valt. Ik weet niet hoe het bij jullie zit, maar iedere dag ontdek ik weer tonen waar ik ontzettend blij, ongelukkig of rustig van word. De een krijgt een ontzettend goed gevoel van De Toppers en de ander van Zanger Rinus, terwijl weer een ander agressief wordt van accordeons: het kan en mag allemaal! (Zolang je de boel maar een beetje heel houdt na het luisteren van Edith Piaf.)

14 March 2016
Column

Door Michael Huijbregts

 

Als welgevormd musicoloog ga je zo eens in de zoveel tijd uiteraard eens naar concerten die net een beetje buiten je comfortzone liggen, of waar je überhaupt niet erg hoge verwachtingen van hebt op voorhand. Zaterdag ging ik naar een concert die behoorde tot deze laatste categorie. Dit weekend was ik namelijk getuige van een Meezing-Matthäus. Althans, getuige is dan niet meer het goede woord gezien er dan daadwerkelijk wat meer interactie is in deze uitvoeringsvorm dan bij een “normale” uitvoering.

 

Wat moet men dan voorstellen bij zo'n gebeurtenis? Eigenlijk zo'n vijfhonderd man die gezellig een dag bij elkaar komen om eventjes de Matthäus door gaan zingen. Gelukkig waren hier wel enkele restricties aan. Het waren enkel de koorpassagen welke meegezongen mochten worden; hierdoor konden de solisten nog gewoon fijn soleren bij het “Erbarme dich” en “mache dich mein Herze rein.” Klaarblijkelijk bestaan er ook meezingmatthäussen waar gewoonweg alles meegezongen mag worden, met uitzondering van de recitatieven, maarja, die zijn—zowel letterlijk als figuurlijk—godsonmogelijk om mee te zingen.

 

Wat is dan het resultaat? Een dergelijke gebeurtenis lijkt zich uitstekend te lenen voor een enorme kakofonie, foute notenfestival en situatie van complete anarchie. Gelukkig is het publiek dat op dergelijke gelegenheden verschijnt doorgaans zeer netjes: of je kende de noten (enigszins), of je zong even iets zachter op de passagen waar dit voorgaande niet het geval was. Dit resulteerde erin dat de man naast me gedurende deze drie uur wel een mooi klavieruitreksel tot zijn beschikking had, maar geen noot heeft gezongen.

 

De meeste mensen hadden het stuk echter al wel een keer eerder gezongen, al was het voor sommigen weer enkele tijd geleden. Dit resulteerde in een koor van een dergelijke proportie, dat Willem Mengelberg hier waarschijnlijk enkel van durfde te dromen. Alhoewel het koor met vlagen wat langzaam op gang te krijgen was (iets wat Mengelberg ook niet geheel vreemd was), was het effect van zo'n grote groep zuiver zingende mensen best wel overweldigend.


Voor sommige mensen zal dit niet echt een overtuigende Matthäus-uitvoering zijn, gezien momenteel de mode is om de Matthäus met zo'n klein mogelijke bezetting uit te voeren. Toch denk ik dat collectief “Barrabam” schreeuwen wel degelijk bij kan dragen aan de ervaring die zo'n stuk mee kan brengen. Amen.

23 February 2016
Column

Ennio Morricone

Door Manuel Gutierrez Rojas

 

 

Voor het vak International Journalism and Anglophone Media Studies, moest ik naar een live-event gaan, om er uiteindelijk een nieuwsbericht over te schrijven. Afgelopen woensdag ging ik dus aan de slag met het uitzoeken van een interessant evenement.   

            Ik typte “concerten” in de welbekende Google-zoekbalk en vond zo mijn weg naar recente concerten. Dream Theater zou binnenkort optreden (vandaag, morgen, en overmorgen), maar ik ben al een keer naar die band geweest. Ennio Morricone zou zondag optreden. Morricone in Nederland? Dat is interessant. Voor de grap bekeek ik de aankondiging met de gedachte: na‑tuur‑lijk is het concert uitverkocht. Ik bedoel: Ennio Morricone! Zelfs als er kaarten over zouden zijn, dan zijn dat enkel nog peperdure VIP-kaarten, toch? (Wat overigens de moeite waard kan zijn, daar niet van... Ik bedoel, ik had een VIP-kaart voor... Taylor Swift’s 1989 World Tour afgelopen jaar!!! ☺ Maar dit terzijde.) Tot mijn verbazing waren er nog kaarten over voor alle rangen. Snel kocht ik dan ook een kaartje en ik verheugde me gelijk op de zondag!

            Gisteren, om acht uur ‘s avonds begon het concert in de Ziggo Dome, Amsterdam: Ennio Morricone – 60 Years of Music World Tour! Heel formeel werd het koor en het orkest aangekondigd en uiteindelijk liep Ennio het podium op, buigend naar het publiek en daarna zittend op zijn dirigentenstoel.

            Veel filmmuziek van films die ik kende kwam aan bod, zoals muziek uit The Legend of 1900 (1998), en natuurlijk muziek uit The Good, The Bad and the Ugly (1966) en Once Upon a Time in the West (1986). De hoogtepunten waren dan ook “Man with a Harmonica” (staande ovatie) en “The Ecstacy of Gold” welke nogmaals als toegift werd uitgevoerd.

            Enkele stukken uit Morricone’s recentste soundtrack, tevens Academy Award-genomineerd, voor Quentin Tarantino’s The Hateful Eight (december 2015), kwamen ook aan bod. Dit was een verrassing voor mij, want ik wist niet dat Tarantino en Morricone toch echt samen zijn gaan werken.

            Alhoewel ik het jammer vond dat er geen muziek van The Secret of the Sahara (1988) aan bod kwam—mijn favoriete Morricone-soundtrack—was het een geweldige ervaring het geluid van Morricone van zo dichtbij mee te mogen maken. Nu maar hopen dat hij op 28 februari eindelijk zijn Oscar krijgt! 

15 February 2016
Column

Eddy Wally blijft bestaan

Door: Wout Bekhuis

 

Afgelopen zaterdag werd een grootheid uit de muziekwereld begraven. Tenminste, iemand die de bijnaam ‘The Voice of Europe’ draagt, moet toch wel een hele grote in zijn vakgebied zijn. Eduard René van de Walle, bekend onder zijn artiestennaam Eddy Wally, overleed op 6 februari jongstleden op 83-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hersenbloeding. Na een eerdere hersenbloeding in 2011, bracht Eddy Wally zijn laatste jaren door in een rusthuis in zijn Vlaamse geboorteplaats Zelzate. Sindsdien was hij helaas niet meer de oude en was hij niet meer in staat op te treden. Wel gaf hij in december 2012, tijdens de Nacht van de Schlagers in Kortrijk, nog een laatste optreden, geholpen door zijn dochter Marina, die ook in het vak zit.

 

Onder leiding van Johnny Hoes, die hij in 1966 leerde kennen, nam Eddy zijn eerste nummer Chérie op, waarmee zijn zangcarrière begon. Chérie werd meteen een grote hit, waarmee Eddy drie weken bovenaan de Vlaamse hitparade pronkte. Chérie is altijd zijn meest bekende en succesvolste hit gebleven, maar ook met nummers als Als marktkramer ben ik geboren, Valencia en Ik spring uit ’n vliegmachien boekte Eddy grote successen.

 

Ook in het buitenland poogde Eddy successen te bereiken.  Met een Chinese vertaling van zijn grootste hit trad hij meerdere keren op in China, evenals in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Canada, Duitsland, Australië, Zuid-Afrika en Rusland, waarvoor hij een Russisch nummer maakte.

 

Maar misschien nog wel meer dan door zijn muziek, werd Eddy Wally bekend door zijn excentrieke persoonlijkheid. Overal verscheen hij in bijzonder opvallende kostuums en altijd droeg hij een hoed en een grote rozegekleurde bril. Ook had hij een ongewone manier van spreken, wat bij verschillende namen of moeilijke woorden nog wel eens tot hilariteit leidde. Zo noemde hij de Russische componist Sergej Prokofiev eens “Frokofaaif” en bij het zien van een zeppelin rees hij zijn vinger om de voorbijvliegende “djipeleen” aan te wijzen. Typ de naam van onze Vlaamse vriend eens in op Youtube (of “tjoetjoe”, zoals Eddy zelf zou zeggen) en je vindt er vele grappige filmpjes waarin hij onder andere meerdere pogingen doet de naam van de IJslandse vulkaan en gletsjer Eyjafjallajökull uit te spreken. Daarnaast vind je er ook mooie reportages over deze intrigerende volkszanger, die altijd met een optimistische blik naar het leven keek.

 

Bijna drieduizend mensen kwamen zaterdag naar Zelzate om zijn begrafenis bij te wonen. Honderden mensen die via grote schermen de uitvaart volgden, zetten gezamenlijk You’ll never walk alone in. Volgens de priester “bracht Eddy met zijn optredens vele mensen samen, die niet alleen voor ontspanning, maar ook voor troost zorgden”.

 

Eddy Wally. Over zijn invloed en belang in de muziekwereld valt te discussiëren. Ook zijn er mensen die twijfelen aan de echtheid van zijn excentrieke persoonlijkheid. Maar één ding staat vast en valt niet te bediscussiëren: met Eddy Wally is de wereld weer een kleurrijk persoon armer en hij zal worden gemist, maar niet vergeten. Misschien had hij in figuurlijke zin wel helemaal gelijk toen hij de volgende bekende uitspraak deed:

 

“Rozen verwelken

Bloemen vergaan

Maar Eddy Wally

Blijft bestaan”

8 February 2016
Column

Der Einfluss von Kraftwerk

Door: Marjolein Wellink

 

Vorig weekend bezocht Hucbald Düsseldorf, de Duitse stad van de Rheinturm, Königsallee, der Kuhstall, Altbier en het Songfestival van 2011 (sehr wichtig!). Maar er is nog iets typisch Düsseldorfs dat in mijn ogen absoluut niet vergeten mag worden, een groep die van grote invloed is geweest op de geschiedenis van de popmuziek: Kraftwerk.

 

Kraftwerk is een Duitse band opgericht in 1970 door de muzikanten Ralph Hütter (toetsenist) en Florian Schneider (fluitist), die elkaar ontmoetten op het conservatorium waar zij beiden lessen volgden. De groep werd in zijn begintijd gezien als een krautrock band, een benaming voor Duitse experimentele muziekgroepen waarbij veelal typische rockinstrumenten gemixt en gemanipuleerd worden met elektronische geluiden en effecten. In de beginperiode van Kraftwerk was dit inderdaad de manier waarop ze muziek maakten, maar bij het album Autobahn in 1974 werden alle akoestische instrumenten aan de kant gelegd en was de muziek volledig elektronisch.

 

De massa keek (en kijkt) vaak vreemd op bij de muziek van deze Duitse groep, het was immers een totaal andere vorm van muziek dan dat zij gewend waren. Toch waren veel medemuzikanten gefascineerd en geïnteresseerd in de manier waarop Kraftwerk muziek creëerde. Dit leidde ertoe dat in de geschiedenis van de popmuziek veel invloeden van deze band te zien zijn, iets waar ik de rest van deze column aan zal wijden.

 

In allerlei verschillende genres is invloed van Kraftwerk terug te zien. Om te beginnen het geluid van de vocoder, een elektronische stemvervormer. De band liet onder andere voor Autobahn speciaal een eigen versie bouwen. Autobahn werd een van de eerste succesvolle albums in de muziek waarop het geluid van de vocoder een prominente plaats innam. Hierna volgden er talloze nummers binnen de popmuziek welke dit effect bevatten, bijvoorbeeld ELO’s “Mr. Blue Sky” (1981) en “Radio Ga Ga” (1984) van Queen, maar natuurlijk zit het ook overduidelijk in “California Love” (1995) van 2Pac. Naast de vocoder hadden de synthesizergeluiden in het algemeen ook veel invloed. Veel artiesten binnen de Synthpop stroming erkennen ook geïnspireerd te zijn door de Duitse groep, zoals Eurythmics (die ook samenwerkte met Conny Plank, eerder betrokken bij Kraftwerk), Depeche Mode en Ultravox.

 

Naast de hoorbare invloeden in klank en geluid is Kraftwerk ook meermaals gekopieerd en gesampled. Ik zou zeggen: pak YouTube erbij en vergelijken maar! De eerste en waarschijnlijk meest herkenbare is “Talk” van de Britse rockband Coldplay. De o zo bekende, herhaalde melodie in de lead guitar is overduidelijk een letterlijke kopie van de melodie uit een nummer van Kraftwerk uit 1981, namelijk “Computer Love”. Leuk om te weten is dat Coldplayzanger Chris Martin een uitgebreide brief schreef naar Kraftwerk om toestemming te vragen en na een hele tijd een geschreven brief terugkreeg, met niets meer, niets minder dan ‘yes’.  Een tweede voorbeeld is “Planet Rock” uit 1982 van Afrika Bambaata & the Soulsonic Force. In dit vroege hiphopnummer is de beat en het ritme gebaseerd op “Numbers” (1981), maar dat is niet alles. De herkenbare instrumentale hook die regelmatig terugkeert is een sample uit “Trans Europe Express” (1977)! Een laatste voorbeeld van het kopiëren van Kraftwerk dat ik wil geven is weer iets uit een ander genre, namelijk “Time” (1973) van Pink Floyd. Aan het begin van het nummer zijn er allerlei tikkende en luidende klokjes te horen. Dit lijkt wel heel sterk op het begin van “Kling Klang” (1972), dat hetzelfde idee bevat met bellen en klokjes.

 

Dat Kraftwerk veel invloed heeft (gehad) op de popmuziek lijkt me wel duidelijk. Nu rest er nog maar een ding: luisteren! Als je “Autobahn” in zijn volledige 22:43 minuten nog nooit gehoord hebt is het daar nu tijd voor. Als je het bij de bekendere nummers wilt houden zijn “The Robots” en “The Model” ook leuk om te luisteren, maar het beste is om hiervoor op YouTube te kijken en niet op Spotify, daar staan de originele Duitse versies op (“Die Roboter”, “Das Model”), zoveel beter.  Mocht je nu heel benieuwd zijn naar krautrock en hoe Kraftwerk begon, dan raad ik je aan om op YouTube te zoeken naar ‘Kraftwerk Rockpalast 1970’. Dit is de vroegst bestaande opname van de band, uit hetzelfde jaar waarin het werd opgericht. Hier gebruiken zij dus nog akoestische instrumenten, zoals viool, fluit en drums, welke zij met elektronische effecten manipuleren. Persoonlijk heb ik bijna 50 minuten met open mond naar deze video gekeken, maar waarom precies, daar ben ik nog steeds niet achter. Ik weet niet of het was omdat ik de muziek mooi of vreemd vond, of dat de bijzondere cameravoering mijn aandacht trok. Wel weet ik dat het interessant en vooral fascinerend is, en zo dacht het publiek in 1970 er duidelijk ook over!

 
18 January 2016
Column

“Ik heb een toe-toe-toeter op mijn waterscooter”

Door Michael Huijbregts

 

Op het moment van schrijven dezer column, had ik slechts gebrekkige inspiratie. Door een blik in mijn agenda te werpen, kwam ik tot de conclusie dat januari toch wel een beetje stilte is, na de stormachtige decembermaand met allerhande feestdagen. Uiteraard biedt Hucbald wel de nodige variatie in deze maand – hiervoor hoef ik slechts het weekendje Düsseldorf te noemen, wat helemaal super-geweldig-fantastisch wordt –, maar toch vieren de tentamens en paperopdrachten de (figuurlijke) boventoon in de maandplanning. Het enige mogelijke onderwerp voor de column van deze week gaat om deze reden over dat ene gewichtige nevenverschijnsel bij dergelijke situaties: studieontwijkend gedrag.

 

Het meest vooraanstaande symptoom van studieontwijkend gedrag welke zich bij mij manifesteert, is het voortvarend rondsurfen op internet. Facebook biedt enkele pagina's die bijzonder interessant zijn gedurende een periode van verhoogde paperpaniek. Niet alleen de klassieke kattenplaatjes- en filmpjes verdienen extra likes – want ja, facebook gaat wel een beetje over liken –, maar ook allerlei andere initiatieven krijgen meer navolging. Waar zouden we zijn zonder de volgende facebook/internetpagina's in de tentamenweek?

 

- Jezus wat slecht: it's all in a name. Zin om een beetje te lachen om slechte woordspelingen, dan is dit de pagina waar je even moet soggen! Let wel op dat je niet te hard lacht, anders kan het niet anders zijn dat je huisgenoten je gaan betichten van slechte humor! Ook in een bibliotheekomgeving kan dit tot onwenselijke situaties leiden.

- De Nieuwe van Dale: paperschrijven staat toch altijd wel gelijk aan het doorgronden van verschillende muziekwetenschappelijke concepten en begrippen. Deze facebookpagina geeft allerlei oude, vertrouwde begrippen compleet nieuwe betekenissen. Lekker “out-of-the-box-denken”, daar houdt iedere muziekwetenschapper toch van?

- Youtube: uiteraard bevat dit immense video-opnamen-archief ook wel wat plaatsen om studie ontwijkend gedrag te bevorderen. Wat dacht je van nummertjes (en videoclips) opzoeken die enorm populair waren tijdens je basis- of middelbare schooltijd? De epische hit van een tweetal gebroeders uit Geertruidenberg blijkt nog veel epischer dan dertien jaar geleden. Ook filmpjes van vallende mensen kunnen in een enkel geval verlichting bieden, al is het dan misschien wel juist te beweren dat je misschien nu toch ècht moet gaan studeren.

- Pretentious Classical Music Elitists: Als hautaine musicologen bemoeien we ons maar al te graag met de muzieksmaak van anderen. Kan je ook niet genoeg krijgen van muzikale betweterij, of lijstjes maken van componisten die de meest magistrale symfoniën hebben geschreven: dan is dit jouw place-to-be. Extra genot kan worden verkregen indien je betekent bent met het operatisch repertoire van Hans Werner Henze, pianomuziek van Nikolai Medtner en het complete orgeloeuvre van Max Reger.


 

Allicht ga ik op dit moment toch maar weer terug aan mijn paper.....

 

14 December 2015
Column

“We All Stand Together” – Paul McCartney

Door Marjolein Wellink

 

Vijf weken geleden beschreef ik het al kort: dat fantastische kerstgevoel. Toen nog 45, nu nog slechts 10 dagen tot kerstavond. Al wekenlang draag ik regelmatig vol trots mijn dikke trui met sneeuwpopjes en besneeuwde dennenbomen, inclusief geheime feature dat er een schel “Jingle Bells” uit kan klinken (nouja, niet meer zo geheim aangezien ik het regelmatig laat horen [tot grote ergernis van velen, mijn excuses]). Het kerstgevoel is natuurlijk niet compleet zonder muziek. Dat is dan ook waar ik met genoegen de rest van deze column aan wil en zal gaan wijden, aangezien ik kerstmuziek persoonlijk zeer serieus neem. Binnen het ‘genre’ is er nog zo ontzettend veel diversiteit, iets dat ik de komende alinea’s even wil verduidelijken.

 

Oké, laat ik beginnen met de eerste categorie, namelijk de traditionele christmas-carols. Bij het horen van dit soort nummers is het helemaal voor te stellen: een donkere avond, er ligt al een deken van sneeuw die alsmaar dikker wordt door de continu vallende sneeuwvlokken, terwijl in de verte een prachtig meerstemmig koor klinkt. “Silent Night,” “God Rest Ye Merry, Gentlemen” en “Oh, Christmas Tree” zijn vreemde fenomenen, waarmee elk jaar tientallen artiesten helaas denken een hit te gaan scoren door nóg een ‘hippe’ versie te maken. Deze versies passen vaak te goed in het volgende subgenre…

 

Het tweede onderscheid dat gemaakt kan worden tussen nummers binnen het kerstgenre is dat van foute nummers. Deze knallen meestal uit de speakers van een net zo fout kerstfeest, waarbij het hele gezelschap uit volle borst probeert mee te zingen met de songtekst. Vaak is er echter slechts 1 couplet en het refrein bekend, dat men tot in den treure herhaalt (mocht je tot de groep behoren die wel de complete teksten van mijn volgende voorbeelden kent: gefeliciteerd!). Muzikaal gezien heeft het vaak een net iets te simpele structuur met een achtergrondkoortje, heel erg veel ‘Yeahyeahoeh’, triangels, klokkenspel, een stevige beat en NATUURLIJK de sleighbells.  Hét perfecte voorbeeld van dit type komt nu waarschijnlijk al in je op: Mariah Careys “All I Want for Christmas is You” ontbreekt nooit op foute feestjes. Maar vergeet niet Wham!’s “Last Christmas” en—alvast sorry hiervoor, fans—Queens “Thank God It’s Christmas” past op vele punten toch erg goed in dit genre.

 

De derde groep bestaat uit de échte klassiekers. Hoewel velen op de nummers uit de foute categorie al snel de stempel ‘klassieker’ drukken, is er toch een verschil met de échte klassiekers. Hieronder versta ik nummers uit ongeveer de jaren ’40, ’50 en ’60, zoals Andy Williams’ “The Most Wonderful Time of the Year.” Inderdaad, veel muzikale aspecten uit de foute kersthits zijn ook hier van toepassing, maar toch zijn ze meer classy en een stuk rustiger voor het gehoor vanwege het ontbreken van de keiharde beat die in de foute categorie zo onmisbaar is. Ook het “White Christmas” van Bing Crosby en allerlei varianten van “Jingle Bell Rock” vallen hieronder. De vlottere nummers zijn perfect voor een brede glimlach en zetten direct aan tot het doen alsof je in een musical zit: pirouetjes en ongecontroleerde, blije sprongen zijn het gevolg.

 

Ten slotte de jazz/swing nummers, mijn persoonlijke favoriet. Hiermee bedoel ik vrijwel alle bovenstaande nummers (de foute zijn wat minder geschikt) bewerkt tot jazzversie. Een tip is de Merry Christmas: Jazz-afspeellijst op Spotify. Of het nou de “Jingle Bells” van Ella Fitzgerald, Benny Goodman, Fats Waller of Duke Ellington is: allemaal zijn ze even rustgevend en opzwepend tegelijkertijd. Zoete en warme klanken van trompetten en Frank Sinatra… Ik heb niet veel verstand van jazz, maar ik weet wel dat ik dit fantastisch vind.

 

Waarom is zo’n categorisering handig? Geen idee. Het is altijd al zo, maar vooral de laatste tijd wordt alles om een of andere reden in groepen verdeeld en in hokjes geplaatst. Eigenlijk slaat dat, net zoals de indeling in deze column, helemaal nergens op. Kerstmuziek is en blijft kerstmuziek, in welke vorm dan ook. Daarom lijkt me fantastisch als we voor deze kerst (en alle die gaan volgen) een afspeellijst samenstellen die uit van alles en nog wat bestaat. Frank Sinatra af laten wisselen met Mariah Carey, Nick & Simon, Bing Crosby, Wham! en Ella Fitzgerald: lekker eclectisch! Maar ook de nummers die buiten deze subgenres vallen mogen niet vergeten worden, zoals “We All Stand Together” (PAUL!). Deze artiesten zijn allemaal totaal verschillend, maar toch is het allemaal in essentie hetzelfde en heeft het gelijke intenties: kerstmuziek.

 

Alvast vrolijk kerstfeest! En wees een beetje lief voor elkaar.

30 November 2015
Column

Toonhoogte en toonsterkte

Door Manuel Gutierrez Rojas

 

Al ruim een decennium terug, toen de Soundmixshow¹ nog volop werd bekeken, herinner ik me nog het commentaar van wat klasgenoten en/of familieleden: “Hij zingt te laag,” of “De echte Whitney Houston zingt het hoger.” Dat kan niet waar zijn, want dat zou betekenen dat de deelnemer óf vals zingt óf in een andere toonsoort zingt, dacht ik bij mezelf. Ook heb ik een keer een documentaire gezien van Whitney Houston op MTV—toen het nog een muziekzender was—waarin haar hoge bereik werd besproken, maar er fragmenten werden getoond waarin ze weliswaar heel luid en krachtig zong, maar helemaal niet zo hoog.

 

Er was en er is nog steeds een verwarring tussen toonhoogte en toonsterkte. Om een duidelijk voorbeeld te geven: de eindnoot van “Why God, Why?” uit Miss Saigon (zie figuur 1.1) is een fis′; dit is dezelfde noot als de beginnoot van “The Final Countdown” van Europe (zie figuur 1.2).

 

Figuur 1

 

In “Why God, Why?” zingt Simon Bowman—van de oorspronkelijke Britse cast—zijn fis′ (en de g′ ervoor) alsof zijn leven ervan afhangt: luid en zwaar. Hij lijkt veel ‘gewicht’ te moeten dragen om het bereik te halen. Joey Tempest daarentegen, zingt in “The Final Countdown” een fis′, een gis′, en zelfs een a′ heel gemakkelijk. Zijn toon is nog heel krachtig en vol, maar het komt veel ‘lichter’ over. In het lied is zijn topnoot overigens een cis′′ (bij Simon Bowman is dat een g′).

 

Het bereik wordt op een andere manier benaderd. Immers, Bowman zou wel degelijk de zanglijnen uit “The Final Countdown” met net zoveel gemak kunnen zingen en Tempest zou het veel zwaarder kunnen aanpakken om zijn climactische bereik te verlagen. De larynx bestaat namelijk niet uit stembanden—eerder uit stemplooien. Deze plooien kunnen langer en korter worden gemaakt, maar ook dikker en dunner. Hoe dikker de stemplooien staan geconfigureerd, des te meer massa het stemgeluid produceert. En bij het langer maken van de stemplooien worden ze meer gespannen, wat resulteert in een hogere frequentie. Hiermee zijn er dus vele combinaties mogelijk.

 

Aangezien dit een column is, beperk ik me tot een duidelijke vergelijking: de versnellingen van een fiets. Het opvoeren van snelheid (toonhoogte bij zang) zonder de versnelling te verhogen (zonder de stemplooien te verdunnen) is belastend voor de fietser: het vergt erg veel energie en uithoudingsvermogen. Tot een bepaalde snelheid zou hij het nog wel aankunnen, maar de maximumsnelheid wordt erdoor teruggenomen. Daarentegen kan hij veel gemakkelijker en véél sneller fietsen door de versnelling te verhogen.

 

De spanning die de fietser ervaart in beide situaties is bij zang terug te horen: veel inspanning, maar daardoor wel veel “zwaarte” en een “fullblast” geluid bij “Why God, Why?” en een veel lichtere inspanning, maar daardoor “lichtheid” en een “comfortabel” geluid bij “The Final Countdown.” Het zware geluid wordt soms verkeerd begrepen als hoger gezongen ten opzichte van een lichter geluid op dezelfde toonhoogte.

 

Bij moderne zangmethoden en -systemen, zoals Estill Voice Training en Universal Voice System, worden de termen “mode 1” en “mode 2” in plaats van het verouderde concept van “borststem” en “kopstem” gebruikt om deze verschillende kwaliteiten van sound te omschrijven. Borststem en kopstem zijn gebaseerd op de fysieke sensaties van de zanger wanneer hij in een van de twee ‘stemmen’ zingt; ze omschrijven niet de bron: de configuratie van de stemplooien. Zo zegt Alberto ter Doest²:

 

Er zijn in de wetenschap twee modi: mode 1 en 2. Mode 1: ongerekte stembanden. Dit wordt ook genoemd: borststem, modaal register, dikke stemplooien, overdrive, chest register, breitschwingung, heavy register of TA (Thyro-Arytenoid spier) dominant. De TA spier is het belangrijkst voor het maken van de klank.

 

Mode 2 is: gerekte stemplooien. Dit wordt ook genoemd: kopstem, falset register, dunne stemplooien, neutral, light register, Randschwingung, of CT (CrycoThyroid spier) dominant. De CT spier is het belangrijkst voor het maken van de klank. Dit zijn zo ongeveer de termen die je in verschillende talen vindt, die door verscheidene docenten en in diverse boeken worden gebruikt.

 

Tempest zingt daarbij niet puur in zijn kopstem (mode 2); zijn mode 1 domineert nog steeds, maar zijn CT-spier is ook actief. Het zou omschreven kunnen worden als borststem met een beetje kop. Bowman is vrijwel puur mode 1.

 

De klank van een zanger wordt niet alleen bepaald door de stemplooien, de bron. Elementen buiten de bron kunnen de klank ook beïnvloeden. Zo kan de tongpositie alleen al een behoorlijke invloed hebben op de klank, maar ook de positie van de larynx (het strottenhoofd), de vorm van de lippen, de staande houding, "twang" (ary-epiglottische vernauwing), etc. Een uitleg hierover volgt misschien in een volgende sitecolumn of artikel. Voor de geïnteresseerden die niet kunnen wachten is het boek Singing and the Actor (2004) van Gillyanne Kayes een goede en duidelijke bron hierover.³

 


1. De Soundmixshow was een tv-programma waarin kandidaten een nummer van een bekende artiest zo exact mogelijk probeerden na te zingen.

2. “De basiskwaliteiten: een update, door Alberto ter Doest,” Universal Voice Institute (2013), geraadpleegd 1 december, 2015. 

3. Gillyanne Kayes, Singing and the Actor, 2nd edn. London: A & C Black, 2004.

 

 
24 November 2015
Column

“I am a man of constant sorrow” – Soggy Bottom Boys

Door Michael Huijbregts

 

Hatsjoe. De winter komt met rasse schreden naderbij—de dagen korten—bij een enkeling begint al een kerstgevoel op te komen en de straatlantaarns branden extra uren. Voor sommigen klinkt dit als muziek in de oren, maar ik voelde me ziek.

 

Deze dagen, waarop ik mijn geestelijke aanwezigheid te danken heb aan de paracetamol, zijn buitengewoon saai en duren overdreven lang. Gelukkig valt ook wel het een en ander te relativeren: door ziek te zijn kom je immers de dagen door met een minimale hoeveelheid beweging, boeken lezen (tot in hoeverre dit te rijmen valt met potentiële hoofdpijnklachten althans), slechte films te kijken (O Brother, Where Art Thou? bleek bijzonder geschikt gedurende deze gelegenheid) of domweg de televisie op een tamelijk random kanaal aan te zetten.

 

Dit laatste was op een willekeurige vrijdagavond het geval. Bij mijn ouders thuis lag ik, waarbij ze ook beslag hadden gelegd op de afstandsbediening: iets waarvoor een jaar of tien geleden nog wel eens onenigheid over ontstond. De opgelegde keuze voor een programma bleek echter bijzonder inspiratievol.

 

Alhoewel ik nu al enkele jaren in de sitecommissie zit en over allerhande onderwerpen verslag heb gebracht, is dit toch wel een onderwerp waar ik niet over had verwacht überhaupt maar één letter aan te wijden.

 

Deze avond werd ik de getuige van de keuze voor een nieuwe opvolging van K3: een avond vol liedjes waar ik helemaal dolgelukkig van werd. Ik meen dat ik een jaar of zeven was toen ik nog wel eens van deze kleuterpopgroep hoorde en in dat opzicht kan ik wel begrijpen dat Studio 100-baas Gert het dan toch langzaamaan tijd vond voor een nieuwe groepje zangeressen, waarbij de namen der zangeressen niet noodzakelijkerwijs met een K hoeven te beginnen. Nu het niet langer K3 is, maar K1, Marthe en Hanne, zal dan toch eindelijk die musicologische referentie aan de kleine terts (ook een k3) dan eindelijk voorbij zijn: priemen kunnen immers nooit klein zijn!

Het is opmerkelijk dat dit handelsmerk in de voornamen wel al is gevaren, al was dit klaarblijkelijk al eerder gebeurd door de intrede van ene Josje. Toch bleek aan een ander handelsmerk wel glansrijk te zijn voldaan: K3 bestaat immers, na een bezoekje aan de kapper, nog steeds uit dames met rood, zwart en blond haar. Gelukkig viel ik toch al vrij snel weer in slaap, wat op zich een niet al te fijne ervaring was, aangezien die liedjes zich gezellig in je hoofd doen nestelen. Dit is ondanks het gegeven dat menig man, naar het schijnt, het niet erg vindt om door K1, Marthe en Hanne in slaap gesust te worden.

 

17 November 2015
Column

Muziek(wetenschap) en ik

Door Wout Bekhuis

 

Mijn eerste blok als student muziekwetenschap zit er alweer op—een blok die voor mij persoonlijk op twee manieren nogal succesvol was. Ten eerste omdat ik eindelijk weer eens voor mijn vakken slaagde zónder daarvoor een herkansing nodig te hebben. Dat leek toch alweer een mensenheugenis geleden, besefte ik me, nadat ik er even over had zitten denken. Vorig jaar ging ik als eerstejaarsstudent aardwetenschappen behoorlijk de mist in tijdens de eerste tentamens. Vrij kansloos zakte ik voor de eerste vakken van de studie en nadat ik op de eerste werkdag van 2015 een onvoldoende terugkreeg voor mijn herkansing, besloot ik ermee te stoppen. Een halfjaar daarvoor was het nog feest geweest met het behalen van mijn vwo-diploma na, jawel, een herkansing. Het zal, denk ik, begin 2014 geweest zijn dat ik voor het laatst een toets zonder herkansing met een voldoende afsloot; een maand of twintig geleden dus.

 

 

Ten tweede was dit eerste blok succesvol omdat ik intussen voorzichtig durf te concluderen dat mijn tweede studiekeuze wél geslaagd is. Nadat ik besloot te stoppen met aardwetenschappen moest ik weer helemaal opnieuw beginnen met het zoeken naar een geschikte studie, omdat ik nooit echt een tweede keus heb gehad. Het was me inmiddels wel duidelijk dat ik mijn tweede studiekeuze niet meer in de bètarichting moest zoeken. Al zoekende hoorde ik pas aan het begin van het huidige kalenderjaar voor het eerst van het bestaan van een studie genaamd ‘muziekwetenschap’. Al snel raakte ik enthousiast en mocht ik een dagje meelopen met de toenmalige secretaris van Hucbald. Na die meeloopdag heb ik me natuurlijk nog verder georiënteerd—ook op andere studies en richtingen—maar eigenlijk had ik de beslissing in mijn hoofd al wel gemaakt; muziekwetenschap moest mijn nieuwe studie worden.

 

 

In tegenstelling tot vele andere studenten muziekwetenschap ben ik dus niet iemand die van kleins af aan al veel met muziek bezig is geweest en altijd al heeft geweten iets met muziek te willen doen. Mijn interesse in muziek is zich, naar ik me kan herinneren, gaan ontwikkelen sinds 2008. Tot die tijd luisterde ik gewoon naar de radio en de daarbij behorende top-40-muziek of muziek uit andere hitparades. Maar toen kwam Coldplay met ‘Viva La Vida’ en realiseerde ik me dat ik deze single, net zoals alle andere singles van Coldplay, erg mooi vond. Coldplay werd de eerste band die ik ging ‘ontdekken’. Ik begon met het luisteren van al hun albums en kwam tot de ontdekking dat ik de albumnummers meestal nog veel mooier vond dan hun singles. Daarna ben ik langzamerhand steeds meer bandjes en artiesten gaan ‘ontdekken’ en werd mijn muzieksmaak steeds ‘alternatiever’.

 

 

Inmiddels luister ik nauwelijks radio meer en kijk ik vaak met afgrijzen naar wat er in de hitparades staat—dezelfde hitparades waar Coldplay met hun gloednieuwe single ‘Adventure Of A Lifetime’ alweer een plekje heeft ingenomen. Toen ik afgelopen week deze nieuwe single voor het eerst hoorde, werd ik toch weer zwaar teleurgesteld. Sinds het vijfde studioalbum ‘Mylo Xyloto’ is Coldplay een wel heel erg commerciële weg ingeslagen, waar het sindsdien niet meer van afwijkt. Ook ‘Adventure Of A Lifetime’ begint met een ultracatchy gitaarriffje dat zich vervolgens bijna de volledige viereneenhalve minuut van het nummer voortzet. Het nummer eindigt met de altijd uiterst effectieve ‘woohoos’, waardoor een hoge hitnotering weer gegarandeerd is.

 

 

Ondanks mijn inmiddels veel ‘alternatiever’ gewordende muzieksmaak, kan ik nog steeds enorm genieten van het ‘oude’ Coldplay, met albumnummers zoals ‘Spies’ en ‘Amsterdam’. Waarschijnlijk tegen beter weten in hoop ik dat ze nog eens terugkomen met zo’n ouderwets goed albumnummer, maar ‘Adventure Of A Lifetime’ lijkt al aan te geven dat ik dat niet op het nieuwe album hoef te verwachten dat in december in de winkels ligt.

 

 

Ondertussen blijft mijn muzieksmaak zich natuurlijk doorontwikkelen. Inmiddels is het niet meer alleen de alternatievere popmuziek waar ik van houd, maar zijn er ontzettend veel genres die me bekoren. Sinds dit jaar ben ik ook wat meer in de klassieke muziek gedoken omdat deze natuurlijk een belangrijke rol speelt in de muziekwetenschap. Hoewel mijn kennis over klassieke muziek en muziekgeschiedenis nu nog zeer beperkt is, heb ik wel gemerkt dat ik er een grote belangstelling voor heb. Dat komt goed van pas bij het vak ‘Muziek van de Westerse Wereld A’, één van de twee vakken van het tweede blok. Hopelijk wordt dit tweede blok en alle blokken daarna ook een succes en mag ik me over een paar jaar officieel musicoloog noemen.

9 November 2015
Column

Aantrekkingskracht

Door Marjolein Wellink

 

Een enkele blik uit het raam en men weet: winter is coming. De bomen zijn kalend met op de grond bedden van bruine bladeren, de lucht vertoont grijze trekken en mensen lopen haastig en moeizaam tegen de wind in door de regen. Hoewel ik sinds kort op de Uithof woon waar het volgens de wijze woorden van een niet nader te noemen persoon toch altijd al regent, is het duidelijk te zien dat moeder natuur momenteel een verandering doormaakt. Dit is de prelude voor de tijd van dikke truien, sjaals en warme chocolademelk om warm te blijven. Velen balen hiervan en tellen inmiddels alweer af naar het voorjaar, terwijl ik juist steeds gelukkiger wordt en ongeduldig de dagen bijhoud tot (een hopelijk witte) kerst. Al die warmte en gezelligheid begeleid door foute kersthits in combinatie met het contrast tussen de donkere dagen en licht van kerstversieringen beschouw ik als ultiem genieten.

 

Helaas zal het nog 45 dagen duren voordat kerstavond aangebroken is en voor nu is het dan ook eerst zaak om me te concentreren op het studeren. Vandaag is het moment aangebroken dat het tweede blok van dit collegejaar van start gaat. Gelukkig heb ik me hier redelijk goed op kunnen voorbereiden in een week zonder colleges, al heb ik deze ook besteed aan andere nuttige bezigheden. Zo ging ik gewapend met museumkaart samen met een aantal vrienden (tevens mede-Hucbaldianen) langs het Rijksmuseum in Amsterdam. Deze dag was zo succesvol dat we tijdens onze terugreis meteen maar besloten de volgende dag richting Den Haag te gaan voor een bezoek aan het vorig jaar vernieuwde Mauritshuis.

 

Dit soort museumbezoeken zijn, voor mijzelf in ieder geval, bedoeld om de prachtige schilderijen van onder anderen Rembrandt, Vermeer en Van Gogh te bestuderen. Dit deed ik dan ook aandachtig samen met de speciaal gevormde museumbende, maar toch heb ik deze dagen weer eens gemerkt dat het onmogelijk is om mijn innerlijke muziekfanaat binnen te houden. We ontsnapten bijvoorbeeld even de drukte van het Rijks om te lunchen, waarna we ruim een half uur geobsedeerd naar een groepje straatmuzikanten stonden te luisteren in de fietstunnel onder het museum. Viool, bastuba en accordeons trokken onze aandacht met de overbekende klanken van Vivaldi en Pachelbel. We moesten dit gewoon horen en al die kunstwerken konden wel even wat langer wachten, de aantrekkingskracht van muziek is simpelweg te groot.

 

Ook in Den Haag vergaten we even alles om ons heen toen onzichtbare krachten ons naar een plein leidden. Het zal er ongetwijfeld komisch uitgezien hebben; op een rustig marktje zag men vier muziekwetenschapstudenten in hun natuurlijke habitat, neuzend door tientallen bakken gevuld met de mooiste platen. Als kippen zonder kop haastten we ons van kraam naar kraam en bij het lezen van de artiesten en titels werd de ene na de andere ‘OEH’ en ‘WAUW’ getriggerd. Het was moeizaam, maar toch heb ik mezelf ervan kunnen weerhouden zo’n vijftig platen te kopen. Na geruime tijd liep ik trots weg met slechts twee pareltjes en inmiddels hebben Bill Haley en The Beach Boys alweer heel wat toeren gedraaid op mijn Utrechtse kamertje. Na deze dagen kon ik niet anders dan concluderen dat het voor mij inmiddels onmogelijk is geworden nog maar ergens naartoe te gaan zonder met muziek bezig te zijn. Ik vertel jullie waarschijnlijk niks nieuws met de mededeling dat muziek overal is, maar toch wil ik het graag nog even benadrukken. Dat is toch prachtig?

16 September 2015
Column

MP4-speler Blues

Door Kirsten Pennings

 

“Alle eendjes zwemmen in het water, faldelalderiere, faldelalderare…” - Traditioneel

 

Na een ongelukkig ongelukje deze zomervakantie—waarbij ik met kleding en tas en al in het water viel—heb ik helaas afscheid moeten nemen van mijn geleende iPod. Als arme student was ik natuurlijk blij dat ik gratis een oude iPod mocht lenen, want er zelf eentje kopen is voor mij uit den bozen, omdat ik van dat geld een heel jaar brood kan kopen. Na dat ik een paar weken zonder draagbare muziekspeler heb geleefd, kon ik door een actie van een webwinkel een goedkope mp4-speler kopen met nog extra korting. Deze actie kon ik natuurlijk niet laten schieten, omdat het me voor €20,- een eigen “nieuwe” draagbare muziekspeler op zou leveren. Zo gezegd en gedaan: ik heb die mp4-speler besteld, betaald, ontvangen, opgeladen, en er muziek opgezet.

 

Terwijl ik al aan de latere kant was met vertrekken naar de Uithof op de fiets kom ik er opeens achter dat die nieuwe mp4-speler heel anders in elkaar zit. Maar wat het ergste is, is dat mijn nieuwe draagbare muziekspeler heel raar in elkaar zit. Het ding heeft alleen een aan- en uitknop. Gemaksmens die ik was, heb ik eindelijk mijn muziek gevonden—hier kom ik dadelijk op terug—druk ik die knop naar beneden, omdat ik denk dat dat het “lock”-knopje is, dan zet ik mijn mp4-speler dus weer uit.

 

Een ander fijn aspect aan mijn “super-deluxe”, nieuwe draagbare muziekspeler is dat hij vanzelf mijn muziek raar op heeft geslagen in mapjes. Zo ging ik “bladeren” op mijn mp4 naar mijn muziek lijkt het eerst da er alleen “An Awesome Wave” van Alt-J op staat. Als ik verder klik naar een leeg mapje staat daar ineens al mijn andere muziek die ik er op heb gezet. Maar wat het allerfijnste is, is dat er geen enkele mogelijkheid is om per artiest alle albums af te spelen of om alle nummers te shuffelen.

 

Mijn advies is kortom: koop of een iPod of een vergelijkbare merk-mp4-speler, omdat je gewoon betaalt voor de besturing van je draagbare muziekspeler en het lock- en unlockknopje. Mijn advies aan mezelf is: wen aan de ongemakken van je nieuwe draagbare muziekspeler en wacht gewoon tot Benson geld genoeg heeft om weer een peperdure iPod te kopen. Dan kan jij daarna zijn oude weer gebruiken en niet verdrinken.

 

 
9 September 2015
Column

Door SiteCo

 

Een nieuw collegejaar,  dus dat betekent ook bijna een nieuwe sitecommissie. Ter besluit van hun bezigheden schrijft de SiteCo daarom een gezamenlijke column! Dit maal staat een onderwerp centraal waar iedereen stiekem wel iets mee heeft: guilty pleasures!

 

 

Een niet nader te noemen sitecolid:
All’alba vincero, vincero, vinCEEErrooooo. Het is, na de “koningin van de nacht”, misschien wel de meest bekende passage uit het operarepertoire: de tenor-aria “Nessun Dorma” uit Puccini’s Turandot. Waarschijnlijk ken je hem wel van de drie tenoren, waarbij ze gezamenlijk die ene hoge B -al dan net niet - zingen. Naast dat het een dergelijk succes heeft, is het plot van de opera ook wel bewonderenswaardig. Turandot handelt over een Perzische prins: Calaf. Per toeval vangt Calaf een glimp op van de ongehuwde prinses Turandot en valt terstond voor haar. De prinses heeft echter wat ongebruikelijke procedures voor haar minnaars: om de hand van de prinses te winnen dient de man drie gegeven raadsels correct te beantwoorden. Indien een van de vragen fout beantwoord wordt, zal de prins geëxecuteerd worden. Desondanks dingt hij om de hand van de prinses.

Gelukkig is Calaf wel een pientere knaap, waardoor hij alle raadsels juist weet te beantwoorden. Alleen is er nog één probleempje: Calaf is verliefd op Turandot, maar Turandot niet op hem. Calaf is echter bereid om te praten over een andere oplossing - hier zien we dan ook een duidelijk Repelsteeltje-motief terug -, indien de prinses de naam van de Perzische prins weet te raden voor de zon ondergaat, dan mag zij hem alsnog onthoofden.

Turandot gaat hier op in, maar weet het niet bijtijds te raden, ondanks dat zij poogt om Calafs vader en dienstmeid te martelen. Ze geeft het voor zonsondergang op en Calaf maakt zichzelf bekend bij Turandot. Het hart van de prinses is terstond gebroken door de - zo kunnen we wel stellen - bijzondere versiertruc van de prins. Eind goed, al goed!

Mocht je nu denken: “hè bah, opera heeft toch wel een beetje drama nodig”, niet getreurd! Turandot is zeker geen “feel-good opera”. De personages gedragen zich allemaal een beetje vreemd, met uitzondering van Calafs slavin, die ook nog eens alle mooie “Pucciniesque” lyrische melodieën toebedeeld krijgt en vlak voor het slot een pijnlijke dood sterft.

 

Een ander sitecolid:

“Waar is mijn koekje... Zoek eens naar mijn koekje.. Toe!” Dit is een van de hits die mijn kindertijd domineerden. Andere toppers in deze guilty pleasure-lijst zijn "Paperclip", "Ik ben een kerstbal" en "Elmo kan vliegen". Zoals jullie waarschijnlijk al geraden hebben, zijn dit liedjes van Sesamstraat. Hier heb ik in mijn kindertijd op de cassettebandjes en CD’s die mijn ouders van Sesamstraat hadden uren naar geluisterd, uren meegezongen en uren op gedanst. Ik kan van deze liedjes en ook andere liedjes van bijvoorbeeld de CD House for Kids en de CD Het Beste uit 10 jaar Telekids met bonus-CD Het Monster van Toth bijna alles nog meezingen.

 

Waarom ik "‘k Verloor mijn koekie in de disco" specifiek heb uitgekozen is, omdat dit liedje een echte goede discohit is met een leuke invulling qua bezetting en achtergrondzang. Maar de vocalen van de Nederlandse koekiemonster zijn echt om te huilen. De melodie die af en toe vals is en vreselijk uit de maat gaat, maakt het liedje nog fouter en daarom voor mij nog meer een goede guilty pleasure.

Mijn guilty pleasures komen voort uit een soort van melancholie. Dit is een melancholie naar de tijd waarin misschien wel mijn muzikale basis ligt. Dat verklaart natuurlijk een hoop waarom ik zo verslaafd ben aan disco-muziek en waarom ik zo vals zing: allemaal geleerd van koekiemonster!

 

Een ander sitecolid:

Dit jaar volgde ik het verdiepingspakket Muziek en Media, en daarmee ook de cursus Subcultures, die in het derde blok gegeven werd. In het eerste college kregen de studenten al een beetje door dat de docent Stijn Bannier een vreemde - noem het een fascinatie - had met Justin Bieber. Nou, als er iemand is die ik niet uit kan staan is het Justin Bieber wel…

 

Een tijdje geleden kwam Jack Ü met een nieuwe singel: een leuk pakkend melodietje met vooral een hele leuke interlude, en een gemakkelijke en goed mee te zingen tekst. Ik zong het ook leuk mee; totdat ik erachter kwam dat het liedje in samenwerking met Justin Bieber was gemaakt. Ondanks mijn mening over Justin Bieber - een jochie dat het te hoog in de bol heeft gekregen door alle roem en daardoor veel te veel van zichzelf gaat denken, samengevat - bleef ik het toch een leuk nummer vinden en luister ik er steeds met redelijk wat plezier naar. Hallo guilty pleasure!

 

Tot besluit: vergeet je niet op te geven voor de sitecommissie. Dit kan tot vrijdag door een mail te sturen naar commissarisintern@hucbald.nl! We hebben koekjes!

16 June 2015
Column

Mindf**k

 

The Bartender: “The only thing that I know for sure, is that you are the best thing that's ever happened to me. You know who she is, And you understand who you are, And now maybe you're ready to understand who I am” .

Door: Kirsten Pennings

 

Ook deze column zal gaan over een film die ik afgelopen week heb gezien. Om te verwijzen naar mijn laatste column: “Wat in een studentenhuis leven – met de luxe van een beamer en een Netflix-account – al niet oplevert”. Deze keer gaat het jammer genoeg – voor muziekwetenschappers in spe – niet over een muziekfilm (of over de muziek uit de film), maar het gaat over mijn liefde voor vreemde films met grote mindfucks.

 

 

Afgelopen week heb ik met enkele huisgenoten de film Predestination gekeken. Wat ik mee wil geven over de film is dat het begin heel traag gaat en het einde heel snel. Dus let in het begin goed op het verhaal, want daarna zal het zo snel gaan dat het misschien moeilijk is om alles bij te houden. De film gaat over een Time Travelling Agent die zijn oude identiteit verliest en een nieuwe tijdelijke opdracht krijgt als barman. Zijn ultieme doel is om een tijdreizende crimineel tegen te houden. In de bar ontmoet hij een jonge gast met een indrukwekkende confession story.

 

Andere films van deze categorie – maar met totaal andere onderwerpen – zijn onder andere de klassiekers The Matrix en Memento. Daarnaast kunnen ook films als Inception, Donnie Darko, – en volgens mijn huisgenoten ook – Shutter Island en Fight Club tot de mindfuck-categorie gerekend worden. Volgens Digital Spy (à link naar site hieronder) hoort Inception zelfs op nummer één in de mindfuck top 20. Maar welke film niet in de top 20 staat – die zeker Inception zou verslaan – is Predestination.

 

Ik wil natuurlijk niet te veel spoilers geven en ik wil al helemaal niet de grote mindfuck blootleggen – die je sowieso gaat ervaren als je de film kijkt. Ik wil meer interesse wekken voor de film en vooral interesse wekken om de mindfuck zelf te ervaren. Wat ik over de film prijs wil geven is een leuk detail dat je hopelijk herinnert nadat je de film gezien hebt. Predestination geeft een hele andere kijk op en draai aan het aloude “kip-en-eiprobleem”.

 

Laat me weten wat je van de film vond en hoe je de mindfuck vond!

 

 

Link: http://www.digitalspy.co.uk/movies/at-the-movies/a494945/20-greatest-mindfk-movies-inception-donnie-darko-fight-club.html#~pfi9HDe6gzty3h

 

9 June 2015
Column

Meeting up with Rutgers: the Day After

Door Michael Huijbregts 

 

Alhoewel de voorgaande column een gesloten einde leek te hebben, blijkt wederom de schijn te bedriegen. Na het concert in het academiegebouw van Rutgers University Glee Club gingen de Amerikanen direct terug naar het hotel in Amsterdam Sloterdijk. Voor de terugtocht dinsdagmiddag, bleek er toch nog een moment te vinden om met een viertal Hucbaldianen te meeten met de Amerikaanse koorzangers. Op maandagavond trokken we naar onze hoofdstad voor een korte, doch gezellige chillsessie.

 

Eenmaal aangekomen bij Amsterdam Sloterdijk, of op zijn Amerikaans uitgesproken: Slaughterdike (de betekenis van het woord bleek toch een kleine deceptie voor ze), bleek de groep nog even gezamenlijk bij elkaar te komen om het Alma Mater (vierstemmig) te zingen, een impact die ons Hucbaldmotet niet kan toekomen. Hierna werden we met open armen ontvangen om de laatste avond nog even Amsterdam in te gaan met enkele zangers. Anderen verkozen het, zeker niet onaardige, hotel voor een goede nachtrust, alvorens de lange reis terug zou komen.

 

Bijzonder was, dat veel van de koorleden nog niet eerder uit geweest waren, aangezien de minimumleeftijden voor café-entree en alcohol-nuttiging hoger liggen dan in de Nederlanden. Tevens was het soft-drugs gebruik onder enkele koorleden opmerkelijk, die hadden in een dag meer op dan de meesten van ons gedurende hun gehele leven. Dit alles onder het mom van: in Nederland mag dit allemaal wel legaal.

 

We vertrokken gezamenlijk van Sloterdijk naar centraal, waarin we een snelcursus Nederlands gaven middels het vertalen van de titels van de artikelen in de Metro. Voornamelijk het woord “gezellig” bleek in de smaak te vallen: het kan in een Engels gesprek met Nederlanders toch plotseling het ijs doen breken. Daarnaast werd ook het woord “ui” erg raar bevonden, gezien het Engelse equivalent “onion” meerdere lettergrepen heeft: zodanig zelfs, dat ze het gevoel hadden compleet in de maling te zijn genomen.

 

Alhoewel het koor tot op dit punt zeer eendrachtig over kwam op ons, bleek de groep in rap tempo uit elkaar te vallen. Zelfs de uitgang van het station bleek niet met deze eensgezindheid te halen, waardoor slechts kleine groepjes overbleven. Dit kon echter de pret niet geheel drukken: na een afsluiting bij Disco Dolly - die vanwege privacyredenen van zowel ondergetekende als overige aanwezigen hier niet nader tot beschouwing wordt geponeerd - was het echter wel weer tijd met de nachttrein terug te keren naar ons stadsie.

 

 

Iedere maandag schrijft een lid van de Websitecommissie een column over een actueel of persoonlijk onderwerp. Heb je suggesties voor een volgende column? Laat het ons weten via siteco@hucbald.nl 

 

 

 

 
4 June 2015
Column

Toch niet zo Glee als de naam doet vermoeden – Hucbalds optreden met Rutgers University Glee Club

Door Keanu Cuppers en Michael Huijbregts

 

Zondag 31 mei konden de mensen die meegedaan hadden met het koor van het koorproject, deelnemen aan een workshop van dirigent Patrick Gardner – een alom geprezen dirigent. Onze medestudenten mochten daarna het stuk Cantique de Jean Racine van Gabriel Fauré (wat ze tijdens het koorproject ook hebben uitgevoerd) samen met het mannenkoor ‘Rutgers University Glee Club’ opvoeren. Het concert werd gegeven in de aula van het academiegebouw van de UU ter ere van het 250–jarig bestaan van Rutgers University, en om haar samenwerking met onze universiteit te vieren. In deze column zal ik iets over het concert vertellen, alsmede over de workshop die eraan vooraf ging. Het stuk over de workshop heb ik met dank aan de informatie van de deelnemers van de workshop kunnen schrijven, aangezien ik zelf jammer genoeg niet mee heb kunnen doen.

 

Het was relatief rustig in het academiegebouw, om kwart voor elf op zondagmorgen. Enige Hucbaldianen hadden meteen het geluk te mogen poseren voor de camera van Rutgers University, terwijl de overige aanwezigen langzaam een kopje koffie nuttigden. Plots kwam er een enorme groep Amerikanen binnenzetten. Na twee weken getourd te hebben door Europa, gingen ze zich klaarmaken voor hun laatste concert op dit continent. Na een minimalistische inzingoefening nodigde de bijzonder goed gehumeurde dirigent, Patrick Gardner, ons van harte uit om mee te zingen. Hoewel het voor de Amerikanen de tweede keer was dat ze het stuk zongen, bleek het geheel zo ontzettend zuiver, muzikaal en gebalanceerd dat direct het gevoel ontstond dat dit echt een bijzonder concert zou gaan worden.

 

Vervolgens kwam Patrick toch met wat kritiekpunten, waar hij verder niet al te moeilijk over deed – het enige dat hij vroeg was dat perfect moest zijn. Zo moest de tekst divine sauveur bijvoorbeeld, enigszins theatraal, naar de hemel gezongen worden. De tekst bleek voor de Amerikanen met vlagen wat lastig uit te spreken, maar gelukkig hadden sommige slimme studenten hier een oplossing voor: zij hadden namelijk een fonetische weergave van de tekst meegenomen!

 

Tijdens het concert zouden er ook enkele opnamen gemaakt worden. Dat hebben we geweten ook: de dirigent poneerde “that we had to look fabulous”. Na een half uur vond Patrick de Cantique van perfect niveau en gingen we met zijn tachtig-koppig koor nog even de andere stukken doorzingen. Een hoogtepunt hieruit was het “Ave Maria” van Franz Biebl, waarbij een achttal tenoren zich opstelden op het balkon, zodat het stereo-effect van een dubbelkoor gecreëerd werd. Het werd echter zó gezongen, dat het leek alsof er maar door één stem gezongen werd.

 

Na zo’n repetitie had iedereen natuurlijk wel wat trek gekregen – gelukkig was er tegen die grote honger een gratis lunch geregeld met onder andere typisch Nederlandse aspergesoep die, voornamelijk bij de Amerikanen, erg goed in de smaak bleek te vallen. Opmerkelijk was dat Nederlanders en Amerikanen direct gemengde groepen vormden. De inval-tenor Marc probeerde zoveel mogelijk namen van ons koor te kennen en correct te kunnen uitspreken – met Djoeke had hij verreweg de meeste moeite. Daarnaast bewonderde hij onze meertaligheid: dat was in de Verenigde Staten een stuk minder gebruikelijk.

 

Het concert was – als ik het mag zeggen: verrassend – goed en veelzijdig. Het programma bevatte een Zweeds, Noors, een Ests en een Welsh lied, naast de Engelstalige liederen en natuurlijk de Franstalige Cantique. Er kwam als laatste zelfs een Indiaas lied voorbij. Iedereen – zowel in het publiek als in het koor – leek zich vooral bij dit laatste nummer enorm te vermaken, en dat was erg leuk om te zien.

 

Ik betrapte mezelf erop dat ik me enorm verbaasde over het feit dat deze jongens – of mannen – ook allemaal studenten waren. De zang klonk enorm zuiver en geschoold. De solisten klonken ook erg goed: ze kwamen goed boven de rest van het koor uit wanneer dit nodig was. Het stuk dat me vooral versteld deed staan was het Estse “Veljo Tormis: Pikse Litaanie”: een gebed tot de goden van de donder. Dit stuk werd enorm theatraal opgevoerd: de zangers bewogen allemaal (het was niet echt dansen te noemen) en er waren twee solisten die als het ware de hoofdrollen speelden in het gebed. Er kwam ook een verbazingwekkend volume uit het koor voort tijdens dit stuk – wat ook bij het stuk hoorde. Uit beide koren kwam overigens een verbazingwekkend geluid voort – bij het 80–koppige mannenkoor was dit nog enigszins voor te stellen, maar bij ons 19–koppige Utrechtse studentenkoor met een stuk of 10 vrouwen en 9 mannen iets minder. Het verbaasde me dat onze vrouwen boven de mannen uit kwamen, maar ze hebben uiteindelijk een prachtige Cantique neergezet. Stiekem was ik ook wel blij dat ik niet meegezongen had: nu kon ik vanuit de zaal luisteren naar hoe het eigenlijk klonk – erg mooi dus – en kon ik de performance opnemen (zie het filmpje op deze pagina).

 

 

Iedere maandag schrijft een lid van de Websitecommissie een column over een actueel of persoonlijk onderwerp. Heb je suggesties voor een volgende column? Laat het ons weten via siteco@hucbald.nl 

21 May 2015
Column

Flamencoharmoniek, -orgelpunten, en -dissonantie

Door Manuel Gutierrez Rojas

 

Voor de musicus of musicienne die geïnteresseerd is in flamencomuziek en misschien ook wat zelf wil uitproberen op zijn of haar instrument: deze column wordt hieraan besteed!

De typische harmonische voortgang die wordt gespeeld (door een niet-flamencospeler) om een flamenco-vibe neer te zetten - Am–G–F–E - ligt er helemaal niet zo naast. Deze voortgang kan namelijk worden beschouwd als de basis van de flamencoharmoniek.

 

De basis

In de westerse klassieke muziektheorie wordt Am–G–F–E beschouwd als I–VII–VI in natuurlijk mineur en V in harmonisch of melodisch mineur, zodat deze trap kan fungeren als de dominant voor I. De VI–V-voortgang is een groot onderdeel van het flamencokarakter. De dominant wordt in flamenco eerder gezien als de tonica. Daardoor wordt de voortgang ♭II–I en is dit een alternatief voor de klassieke V–I-cadens. ♭II–I is echter veel chromatischer en dus dissonanter. De tritone substitution-truc in jazz, waar een V7 kan worden verwisseld voor een ♭II7—die een tritonus ernaast ligt—komt op hetzelfde neer (figuur 1).

 

 

Orgelpunten

Een karakteristiek element dat nog ontbreekt zijn de orgelpunten. In flamenco zijn deze niet zozeer de basnoten als wel de topnoten. Ze worden uitgevoerd door bepaalde snaren open te houden bij het spelen van akkoorden op de gitaar. Een duidelijk voorbeeld hiervan buiten flamencomuziek is Anouks “Sacrifice” (figuur 2).

Het nummer bevat als basis de volgende akkoorden: E♭–B♭–D♭–A♭ (de gitaar is een halve toon lager gestemd), of I–V–♭VII–IV. Deze akkoorden worden veel interessanter gemaakt doordat de bovenste twee snaren van de gitaar–de bes en es–bij alle gemaakte akkoorden open blijven. De akkoorden kunnen hierdoor weliswaar worden uitgedrukt als E♭–B♭(add11)–D♭(6/9)–A♭(add9), maar de extra tonen kleuren of versieren de akkoorden eerder dan ze harmonische echt te veranderen.

 

Contrapunt

Er is ook contrapuntische beweging te ontdekken in de voortgang, zoals in figuur 3 is weergegeven. Nogmaals: de dominant wordt hier als I beschouwd. De modus is dan ook frygisch: 1–♭2–♭3–4–5–♭6–[♭7 of 7] waarbij ♭3 verhoogd wordt in de tonica.

De ♭II kan worden uitgebreid met een sext (d), waardoor de ♭II–I cadens om wordt getoverd door de herkenbare frygische cadens (♭IV6–V). Het wordt nog interessanter als deze sext overmatig wordt (dis), wat het akkoord omvormt tot een dubbelverminderd septimeakkoord (een German Sixth). De stijgende melodie ♭6–♭7–♮7–8 gaat samen met een dalende 4–♭3–♭2–1, een dalende ♭6–5–4–♭3, en een paralelle kwintendaling 8–♭7–♭6–5. Omdat alle akkoorden naast elkaar liggen zijn parallele kwinten nauwelijks te vermijden. Als de stemvoering zo wordt aangepast dat ze worden vermeden, dan klinkt het niet meer flamenco.

 

Dissonantie

Een laatste punt dat opvalt, is de dissonantie die kan worden aangebracht bij I (figuur 3). Een ♭9 is bijna een vereiste; het lijkt bijna zo: hoe dissonanter, des te beter.

 

De iv–♭III–♭II–I-voortgang in verschillende flamencogrepen

Hieronder wordt deze basisvoortgang getoond in vier verschillende flamencogrepen met daarbij ook uitvoeringen door flamencogitaristen:

 

Por arriba:                 E-Frygisch met orgelpunten b en e (5 en 8);

Por medio:                A-Frygisch met orgelpunten bes, d, en e (♭9, 11, en 5);

Tono de taranta:         F#-Frygisch met orgelpunten g, b, en e (♭9, 11, en ♭7);

Tono de granaína:       B-Frygisch met orgelpunten  g en e (♭13 en 11).

 

Vooral bij tono de granaína dissoneert de 11 (of 4) met de 3 in de tonica. Omdat het echter een orgelpunt betreft, stoort deze dissonantie niet zoals gebruikelijk, maar kleurt het eerder het akkoord.

 

Let op dat de toonsoorten hoger kunnen klinken als er een capo wordt gebruikt: capo op de Iste positie verhoogt de toonsoort met een halve toon, capo op de IIde positie met nog een halve toon, enzovoort. Een stuk in por arriba gespeeld, dus E-Frygisch, maar met capo op de Iste positie klinkt dus als F-Frygisch. Verder zijn er nog meerdere grepen; zie daarvoor Faustino Núñez’ “Tonalidad”.

Vicente Amigo, “Tio Arango” (Soleares), F-Frygisch (por arriba +1)

Sabicas, “Seguiriyas”, B-Frygisch (por medio +2)

 

Vicente Amigo, “Callejon de la Luna” (Tarantas), G-Frygisch (tono de taranta +1)

Paco Peña, “Granadinas”, C-Frygisch (tono de granaína +1)

 

 

Conclusie

Ik sluit af met een korte samenvatting van het geheel—een stappenplan voor het kunnen spelen van flamencoharmonie:

  1. Gebruik de akkoorden iv–♭III–♭II–I en kies uit de volgende orgelpunten als bovenstemmen: 5, ♭7, 8, ♭9, 11, ♭13, of houd de aangegeven flamencogrepen aan als referentie (por arriba, por medio, tono de taranta, tono de granaína).
  2. Speel:
  1. bij iv–♭III in natuurlijk frygisch                    (1–♭2–♭3–4–5–♭6–♭7);
  2. bij ♭II hetzelfde met optioneel een leidtoon (1–♭2–♭3–4–5–♭6–[♭7 of ♮7]);
  3. bij I met een grote terts                                  (1–♭2–♮3–4–5–♭6–[♭7of ♮7]).
  1. Omarm dissonantie. Het is heel normaal om te eindigen in de tonica met een ♭9.

 


Núñez, Faustino. “Tonalidad”. Flamencopolis. N.p. 2011. Web. 11 Mei 2015.

12 May 2015
Column

Do you think you’re out of tune? What are you... there’s no fucking Mars Bar down there, what are you looking at? Look up here, look at me. Do you think you were out of tune? – Terence Fletcher

 

Door: Kirsten Pennings

 

Wat in een studentenhuisleven – met de luxe van een beamer en een Netflix-account – al niet oplevert. Zo heb ik de laatste paar maanden – sinds ik in Zeist woon – de beschikking gehad tot een filmbibliotheek waar aardig wat muziekfilms op staan. De beamer maakt het dan daarnaast ook aantrekkelijk om rustig overdag en in mijn eentje muziekfilms te kijken. Zo heb ik de laatste tijd mijn kennis over muziekfilms uitgebreid. Enkele films die ik gekeken heb zijn Whiplash, de klassieker Almost Famous, en Pitch Perfect. Over de indrukwekkende film Whiplash uit 2014 wil ik het hebben.

 

De film gaat over een jazzdrummer – Andrew Neiman – aan het conservatorium die de nieuwe beste jazzdrummer wil worden. Dit probeert hij te bereiken door mee te spelen in de prestigieuze jazzband van de beroemde dirigent Terence Fletcher. Over het verhaal en de betekenis van de film schreef Rolling Stone: “Whiplash is a battle to the death. It’s also a provocation: How much of what makes you human will you sacrifice for a desire to truly excel?”

 

Deze woorden zijn eigenlijk het enige wat je nodig hebt om geïnteresseerd te raken in de film (als je die nog niet gezien hebt). De film sleurt je mee in het leven van Andrew en maakt dat je helemaal mee gaat leven met de drummer. Hoe het is gelukt weet ik niet, maar tijdens het kijken van de film leef je zo mee met Andrew dat je voor jezelf goed praat wat Andrew allemaal doet om maar in een goed voetlicht te staan bij Fletcher. Dit is op fysiek en mentaal gebied. De jongen mat zichzelf helemaal af en gaat verder dan elk mens zou gaan om maar een kans te maken om een jazzlegende te worden. De drie drijfveren die Andrew heeft om de beste te worden is dat hij weet dat hij goed is in drummen en dat drummen het enige is wat hij wil doen. Daarnaast teert Andrew op een mythe over waarom Charlie Parker een legende geworden is.

 

Een andere reden waarom de film geniaal is, is omdat de kijker een blik krijgt van hoe het er echt op een conservatorium aan toe kan gaan. Hoe studenten zich te pletter oefenen en zich afsluiten van de werkelijkheid. Of hoe een beroemde, maar verdorven dirigent zijn studenten meer vraagt dan normaal gezien acceptabel zou zijn.  Dit wil natuurlijk niet zeggen dat het er op elk conservatorium het er zo aan toe gaat of dat alle docenten er onethische gebruiken op na houden.

 

Wat ook een goede reden is om de film te kijken, is de muziek die er in voor komt en hoe deze wordt uitgelicht in het verhaal. De kijker ziet eerst hoe moeilijk het stuk is om te spelen en hoe veeleisend Fletcher is, daarna de ontelbare uren die Andrew in het oefenen stopt en daarna verschillende uitvoeringen van het stuk “Caravan” of “Whiplash”. Maar of dat goed gaat of niet laat ik open voor wie de film nog wil zien. De kijker ervaart ook hoe belangrijk een drummer is voor een jazzensemble en hoe moeilijk het eigenlijk is om een goede jazzdrummer te zijn. Vandaar dat de slogan van Buddy Rich duidelijk in beeld wordt gebracht in de film: “If you don’t have ability, you wind up playing in a rock band.”

 

Maar hoe de film afloopt – of het Andrew lukt om de stukken te spelen en of hij fysiek en mentaal het er levend van afbrengt – moet je zelf ontdekken als je de film nog niet gezien hebt. Als je de film wel al gezien hebt wil ik je aanraden om het dan nog maar een keer te zien. Mocht je de film anders willen ervaren dan voor een laptopscherm met slechte boxjes dan kom je maar een keer naar Zeist gefietst. Laat vooral weten wat je van de film vindt!

 

 

 

 

Iedere maandag schrijft een lid van de Websitecommissie een column over een actueel of persoonlijk onderwerp. Heb je suggesties voor een volgende column? Laat het ons weten via siteco@hucbald.nl 

2 May 2015
Column

Door Keanu Cuppers

 

Volgende week is het zo ver – de uitvoering van Hucbalds Koorproject 2015. Op 4 mei – Dodenherdenking – wordt door het koor en orkest die via dit project zijn samengesteld het Requiem van Camille Saint-Saëns ten gehore gebracht. Maanden lang repeteren zal dan eindelijk zijn vruchten afwerpen, en aangezien de gehele Websitecommissie aan het Koorproject deelneemt, kan ik voor ons allen spreken als ik zeg dat we het erg leuk zouden vinden als jullie allemaal zouden komen kijken! Natuurlijk zullen er ook mensen onder jullie zijn die niet helemaal bekend zijn met het verschijnsel van een requiem – daarom deze sitecolumn.

 

Ik zal beginnen met uitleggen wat een requiem nu precies is. Requiems ontstonden rond de tiende eeuw, en hebben hun naam te danken aan de eerste woorden in de mis: “Requiem aeternam dona eis, Domine”. Een requiem is een mis die in de katholieke kerk opgedragen wordt aan de doden. Denk hierbij aan uitvaartdiensten, Allerzielen (2 november) en Dodenherdenking, hoewel requiems tegenwoordig ook steeds vaker tijdens doodnormale concerten ten gehore worden gebracht. Requiems werden oorspronkelijk monotoon gecomponeerd, maar sinds de zestiende eeuw worden er ook polyfone requiems gecomponeerd. Voorbeelden van polyfone requiemmissen zijn de requiems van Mozart, Berlioz, Verdi, Fauré en Duruflé en Saint-Saëns.

Vrijwel alle requiems hebben dezelfde opzet: de meeste bestaan uit ongeveer negen delen. Deze negen delen zijn aan de ene kant ordinarius-teksten, aan de andere kant liturgische, die altijd in het Latijn geschreven zijn. In principe bestaat een requiem uit negen van de volgende delen: introïtus (requiem aeternam); kyrie; graduale; tractus; dies irae; offertorium; sanctus; agnus dei; communio (lux aeterna); responsorium (libera me) en het afscheidswoord (in paradisum). Alle requiems kunnen dus op verschillende manieren opgebouwd zijn, wat ook weer met de tijd waarin het is gecomponeerd te maken heeft.

Ik hoop dat ik jullie een beeld heb kunnen geven van wat een requiem ongeveer inhoudt. Mocht je toch nog twijfelen of je wil komen luisteren aanstaande maandag, raad ik je aan het stuk gewoon even op te zoeken – want ja, het staat op Spotify! Iedereen heeft hard gerepeteerd om iets heel moois voor jullie neer te zetten, en hopen daarom ook dat er zo veel mogelijk Hucbaldianen komen kijken en luisteren! Je mag je familie en vrienden natuurlijk ook meenemen! Hopelijk tot dan!

 

Het Requiem van Camille Saint-Saëns uit 1878 zal op 4 mei worden opgevoerd door Hucbald's Koorproject in de St. Willibrordkerk te Utrecht.

 

 

 

27 April 2015
Column

Fac me tecum pie flere, crucifixo condolere, donec ego vixero. - Anoniem.

 

Pretentieuze Paasmuziek.

 

Pasen is voor de meeste Nederlanders toch wel een feest dat vaak gecombineerd wordt met – al dan niet verplichte – familiebezoeken. Helaas zit dat er dit jaar niet voor mij niet geheel in, want dit jaar ben ik met Pasen in het kleine ziekenhuis van Breda te vinden. Niet omdat ik ziek ben, maar om het patiëntenbedrijf te faciliteren. Collegae praten over wat ze van Dave Roelvinks’ optreden in “The Passion” vonden, waardoor je als ietwat pretentieuze muziekwetenschapper toch snel een beetje buiten het gesprek valt. Pasen associeerde ik voornamelijk met een feest waarbij de commercialisering van muziek nog enigszins beperkt is gebleven, in tegenstelling tot kerst, maar ook dat lijkt helaas niet geheel waar te zijn.

 

Bij thuiskomst was het echter wel mogelijk om een ander genre paasmuziek op te zetten: ik ben zelfs op zoek gegaan naar muziek die ik eigenlijk nog niet kende. Een nieuw favorietje is dan ook wel Penderecki's “Stabat Mater”. Binnen Hucbaldiaanse kringen – en hierbuiten in iets mindere mate – is voornamelijk zijn Threnody for the Victims of Hiroshima bekend/berucht, waardoor de naam van deze componist direct wat connotaties oproept. Voor diegenen die het werk niet kennen: de Threnody for the Victims of Hiroshima is een werk voor strijkorkest, waarin uiteindelijk 52 strijkers ieder een eigen toon in het microtonale stelsel speelt. Het resultaat is echt – enkel in de letterlijke zin des woords – verschrikkelijke muziek. Het “Stabat Mater” is een wat minder radicaal werk en is wat serener van aard. Fraaie op-Gregoriaans-lijkende melodietjes in een semi-avant gardistisch jasje en zelfs eindigend op een grote drieklank. In een iets meer tonale (en Lutheraanse) bui zette ik anders toch maar Heinrich Schütz zijn Die sieben Wörte Jesu Christi am Kreuz op. Ook dit stuk werkt als een prima mogelijke interpretatie van een paasgedachte. Een bijzonder – in de positieve zin des woords – karige zetting, waarbij de woorden des Heerens mooi verheven worden door imitaties in het orkest. Dan denk je toch: beter dan dit wordt het niet?

 

Iedere maandag schrijft een lid van de Websitecommissie een column over een actueel of persoonlijk onderwerp. Heb je suggesties voor een volgende column? Laat het ons weten via siteco@hucbald.nl 

30 March 2015
Column

Deze maandag nemen we een stap van ongeveer een half jaar terug in de tijd (28 oktober 2014). De columnist van deze week is getroffen door een ernstig geval van de allesoverheersende griep of door acute oververmoeidheid.

 

I remember it well, taxied out of a storm to watch you perform and my ships were sailing – Damien Rice, I Remember

Door Kirsten Pennings

 

Dat zal voor mij de komende tijd nog niet gebeuren, want ik was een van de vele pechvogels die geen kaartje kon krijgen voor zijn concert van 27 oktober in Carré. Het zou voor mij veel betekend hebben om daar wel bij aanwezig te zijn.

 

Vorig jaar heb ik Damien Rice pas echt ontdekt. Ondanks dat ik “9 Crimes” (zijn bekendste liedje, gebruikt in o.a. Shrek 3) al lang ken. In een paar weken ben ik vorig jaar gaan houden van zijn liedjes. Dit kwam door de liveopname van hem op het Best Kept Secret Festival 2013 – een van de weinige optredens van Rice in Europa van de laatste jaren.

 

Damien Rice schrijft ongelofelijk mooie liedjes en deze zijn live nog indrukwekkender dan op de albums. De kracht van deze liedjes zit in een kleine bezetting en een langzame opbouw tot een hoogtepunt. Daarnaast is hij het zeker waard om live te zien, omdat hij na zijn tweede album acht jaar heeft gewacht om een nieuw album uit te brengen en heeft gewacht om weer in de spotlights te treden. Want ondanks vele kleine projecten in de afgelopen jaren (volgens Wikipedia) leek hij verdwenen te zijn.

 

Een hele troost voor deze fan is dat ik in ieder geval zijn nieuwe album kan kopen en luisteren. Die taxi naar zijn concert moet dus nog even op zich laten wachten. Wie weet wanneer hij weer naar Nederland komt? Misschien zie ik hem pas over de volgende acht jaar een keer live.

 

P.S. Een hele troost voor mij was om het hele concert terug te kunnen kijken. Zeker het einde gaf me behoorlijk veel kippenvel. Dit is de link naar het opgenomen concert in Carré: http://3voor12.vpro.nl/nieuws/2014/november/Kijk-terug--Damien-Rice-in-Carr---video-.html

 

 

 

Iedere maandag schrijft een lid van de Websitecommissie een column over een actueel of persoonlijk onderwerp. Heb je suggesties voor een volgende column? Laat het ons weten via siteco@hucbald.nl 

 

 

22 March 2015
Column

 

“And so Sally can wait, she knows it's too late as we're walking on by. Her soul slides away, but don't look back in anger I heard you say…”

Door Natascha Knobbout 

 

Afgelopen vrijdag had ik het geluk om in een propvolle, binnen 10 minuten uitverkochte Ronda (TivoliVredenburg) Noel Gallagher live te zien. En wederom kan ik met zekerheid zeggen dat deze ware, oude, en naar eigen zeggen “held van de rock-‘n-roll” toch echt mijn favoriete levende artiest is, sorry Paul!

 

 

 

 

Noel Gallagher werd in 1967 geboren in Manchester, Engeland, en is vooral bekend als voormalig gitarist en songwriter van de britpop/rockband Oasis, zo schrijft Wikipedia. Sinds de breuk tussen de broertjes Gallagher en het einde van Oasis, brengt Noel albums uit en tourt hij rond onder de naam ‘Noel Gallagher's High Flying Birds’. In 2011 kwam zijn eerste album, genoemd naar deze nieuwe formule, en in 2015 zijn tweede – Chasing Yesterday. Tijdens beide optredens – ter promotie van deze albums – speelde Noel met zijn ‘High Flying Birds’ tot mijn genoegen ook een aantal Oasis-klassiekers, zoals Fade Away, Champagne Supernova, Digsy’s Dinner, Don’t Look Back in Anger en The Masterplan. Als een echte superfan, blèrde ik ongegeneerd mee. En het fijne was…Dat ik by far niet de enige was!

 

Mocht je de naam ‘Noel Gallagher’ al eens gegoogled hebben, dan zijn er een aantal dingen die meteen in het oog springen. Naast geweldige albums, coole b-sides en awesome singles, staat de heer Gallagher toch het meest bekend om zijn – noem het enigszins negatieve –  uitspraken over beroemdheden, musici, politiek, zijn broer Liam en meer. Rolling Stone Magazine kwam deze week daarom ook niet voor niets met het artikel ‘101 Things Noel Gallagher Has Been Mad At’. Waaronder:

 

44. James Blunt

"If I was to write songs literally about my life, heavens above, they would probably be more boring than James Blunt. If at all that is possible. Which of course, as we all know, it isn't." – BBC Radio 2, Feb. 2015

 

49. Hip-Hop at Glastonbury

"I'm not having hip-hop at Glastonbury. It's wrong." – April 2008

 

53. Radiohead Hangovers

"I have to say, we look like we're having more fun. How do you feel the morning after a Radiohead show? I bet you feel better after an Oasis one." – Spin, Oct. 2008

 

 

Hoe mooi de lyrics van de Oasis-hit ‘Don’t Look Back in Anger’ ook klinken, het is tijd voor Noel om zijn eigen advies op te volgen! Kop op Noel!

 

Lees hier het hele artikel van Rolling Stone Magazine en alle 101 dingen waar Noel boos over is (geweest)!

 
 
 

Iedere maandag schrijft een lid van de Websitecommissie een column over een actueel of persoonlijk onderwerp. Heb je suggesties voor een volgende column? Laat het ons weten via siteco@hucbald.nl 

 

 

23 February 2015
Column

 

“She woke up like this”

Door Keanu Cuppers

 

Deze week gaat de siteco-lumn over – toch wel –  één van de bekendste en populairste artiesten van het moment: Beyoncé. Waarom? Omdat er ongeretoucheerde foto’s van haar uit een L’Oréal-campagne uit 2013 zijn verschenen. Hierop is op vele verschillende manieren gereageerd.

 

   Voor de mensen die het niet meegekregen hebben zal ik het hele verhaal een keer vertellen: make-upmerk L’Oréal heeft ongeretoucheerde foto’s van Beyoncé gelekt uit een campagne uit 2013. Bovenstaande foto is er hier een van: hierop is te zien dat ‘Queen Bey’ niet helemaal perfect is, zoals velen natuurlijk wel – zeer naïef overigens – dachten.

    Sommige “fans” – tussen aanhalingstekens omdat ik niet vind dat ze zichzelf zo kunnen noemen – reageren nogal heftig op de foto’s. Zo zeggen sommige mensen dat ze wel een ‘cigarette smoker’ lijkt: anderen reageren geschokt (“Is that Beyoncé? Wow...”).

    Gelukkig zijn er ook nog genoeg mensen die een beetje helder kunnen denken: niemand ziet er flawless uit met een enorm dikke laag make-up onder zo’n sterke belichting. Deze mensen begrijpen – net als ik – alle ophef niet en vinden haar nog steeds een mooie vrouw.

    L’Oréal heeft inmiddels de gelekte foto’s van het internet verwijderd, onder druk van Beyoncés fanclub Bey’s Beehive. Ze geven aan met het plaatsen van de foto’s geen slechte bedoelingen te hebben gehad, en er geen fan wars mee uit wilden lokken. Ze zouden de foto’s alleen geplaatst hebben om ermee aan te kunnen tonen dat ‘Queen Bey’ van nature mooi is, en daarmee dus ook een normale vrouw is.

    Wat vinden jullie van alle ophef rondom deze foto’s?

 

 

Iedere maandag schrijft een lid van de Websitecommissie een column over een actueel of persoonlijk onderwerp. Heb je suggesties voor een volgende column? Laat het ons weten via siteco@hucbald.nl 

 

 

8 February 2015
Column

 

“Een porseleinen Pony, mijn hele tuin staat ermee vol”

Door Michael Huijbregts 

 

Waarom deze enigszins merkwaardige openingszin? Binnen een halve week barst het feest der feesten weer los! Hiermee doel ik even niet op Valentijn, maar op dat andere feest, dat enkel in het Zuiden des lands en in enkele katholieke enclaves “boven de rivieren” gevierd wordt.

 

 

Carnaval is een feest dat is ontstaan als feest voorafgaand aan de Christelijke vastentijd. 40 dagen tot Pasen. Ondertussen is het feest echter steeds meer op zichzelf komen te staan en is het meer geworden dan enkele dagen veel drinken, verkleed gaan en erg gek doen. Al zijn dat aspecten die er wel bij horen. Voor diverse carnavalsoptochten beginnen diverse enthousiastelingen vaak al meer dan een half jaar van te voren met de voorbereidingen voor hun creatie.

 

 

Een ander aspect wat toch veel opzien baart is de – toch wel – enigszins merkwaardige muziek. Teksten met veel eindrijm, niet al te complexe akkoordschema’s en melodietjes die nog makkelijker in je hoofd blijven hangen dan Blondes aria “durch Zartlichtkeit und Smeicheln” uit die Entführung aus dem Serail, de theme-song uit Friends, Rosanna, of een willekeurig disconummer. Wel is er sprake van stralende vrolijkheid. Deze muziek wordt, naarmate de avond vordert, steeds beter te waarderen.

 

De Prinsenbeekse – of beter gezegd: Boemeldonckse– karnavalskneiter van dit jaar:

 



Alaaf!

 

Iedere maandag schrijft een lid van de Websitecommissie een column over een actueel of persoonlijk onderwerp. Heb je suggesties voor een volgende column? Laat het ons weten via siteco@hucbald.nl 

 

22 January 2015
Column

 

“Good Artists Copy, Great Artists Steal” – Pablo Picasso

Door Manuel Gutierrez Rojas

 

Enkele jaren geleden werd er in een winkel de toenmalige nieuwe single van Train gedraaid: “50 Ways to Say Goodbye”. Het couplet trok gelijk mijn aandacht! De eerste gezongen vers leek qua melodie wel heel erg op Andrew Lloyd Webbers “The Phantom of the Opera” (figuur 1). Kan gebeuren, dacht ik...

 

Figuur 1

 

Toen echter het tweede deel van het couplet volgde, leek van toeval geen sprake meer te zijn. De stijgende melodie  is vrijwel gelijk aan die van “The Phantom” (figuur 2).

 

Figuur 2

 

Door de kleine variaties en vooral door de totaal andere sound van de mariachi-bezetting bij Trains nummer, kreeg het voor mij al gauw zo’n parodiek karakter; veel parodiesongs variëren namelijk de hoofdlijnen van de originelen, vanwege licentiebeperkingen, of om het juist komischer te maken.

 

Hoe overeenkomend de twee muziekstukken ook klinken, exact zijn ze niet. Het kan erger. Een voorbeeld hiervan is dat Andrew Lloyd Webbers op zijn beurt goed gejat heeft met ‘zijn’ iconische Phantom-motief. Die is harmonisch, ritmisch, en melodisch gelijk aan Pink Floyds “Echoes” (tijd: 19:55). Het enige verschil is de toonsoort.

 

Figuur 3: Zoek de verschillen!

 

 

 

Nu heb ik een lijst gemaakt met nummers die duidelijk ‘inspiratie hebben opgedaan’ (van elk paar is de eerste het origineel):

 

America”, uit West Side Story (1957), Leonard Bernstein

Don’t Thread on Me”, Metallica

 

The Phantom of the Opera”, uit The Phantom of the Opera (1986), Andrew Lloyd Webber                          

50 Ways to Say Goodbye”, Train

 

Echoes”, Pink Floyd

Phantom-motief, uit The Phantom of the Opera (1986), Andrew Lloyd Webber

 

I Was Made for Lovin’ You”, Kiss

Interplanetary Party”, Santana

 

Symphony No. 3 III, Johannes Brahms

Love of my Life”, Santana Feat. Dave Matthews

 

Night Ride across the Caucasus”, Loreena McKennitt

Opening”, uit Tomb Raider: The Cradle of Life (2003), Alan Silvestri

 

Goodnight Saigon”, Billy Joel

Why God, Why?”, uit Miss Saigon (1989), Claude-Michel Schönberg

 

Ave Verum Corpus (K. 618), Wolfgang Amadeus Mozart

Under the Stars”, uit The Lion King (1994), Hans Zimmer

 

Weet jij nog nummers die wel heel erg op elkaar lijken, meld ze dan gerust!

 

Iedere maandag schrijft een lid van de Websitecommissie een column over een actueel of persoonlijk onderwerp. Heb je suggesties voor een volgende column? Laat het ons weten via siteco@hucbald.nl 

 

6 January 2015
Column

 

Meneer van Dalen en De Nieuwe Wildernis

"The more I see you, the more I want you"

Door Keanu Cuppers 

 

Laat ik maar eens beginnen met jullie allemaal een gelukkig nieuwjaar te wensen. Bij dezen: GELUKKIG NIEUWJAAR ALLEMAAL! Zo, dan gaan we nu even terug naar de laatste week van het net achter ons gelaten jaar. De laatste week van december 2014, waarin we te horen kregen dat we allemaal afscheid moesten gaan nemen van die o-zo-geliefde Albert Heijn-manager, meneer Van Dalen. Voor wie het gemist heeft door een eventuele wintersport of andere vakantieactiviteiten: Harry Piekema stopt ermee. Hij wil meer tijd gaan steken in andere projecten. Dit begrijpen wij natuurlijk, maar ik denk dat ik voor alle Nederlanders mag spreken door te zeggen dat we hem toch wel gaan missen op die grote televisie in al onze huiskamers.

 

Een aantal studenten mocht echter van geluk spreken, en hoefde meneer Piekema nog helemaal niet te missen na die afscheidscommercial die Albert Heijn uitzond. De studenten die het vak “Filmmuziek: geschiedenis en analyse” volgen, moesten afgelopen kerstvakantie namelijk de natuurdocumentaire De Nieuwe Wildernis kijken. ‘Wat heeft dat nu weer met elkaar te maken?’ vraag je je natuurlijk af. Nou, dat zal ik je vertellen: Harry Piekema is de voice-over van deze mooie natuurfilm. Zijn vertrouwde stem neemt je mee langs alle mooie en toch wel trieste dingen die in de documentaire te zien zijn. Met een beetje humor maakt hij het goed te kijken en te volgen voor jong en oud. De muziek—waarom de student filmmuziek de documentaire natuurlijk moest kijken—is ook een goede reden om de film (en daarna natuurlijk de bijbehorende “Making Of”) te gaan kijken. Met de aparte (trompet)klanken en dromerige, sprookjesachtige sfeer worden de beelden goed ondersteund. De voice-over bevordert het kijkplezier, omdat hij de dieren (menselijke) emoties en/of dramatiek toeschrijft.

 

Mijn advies is dus: wil jij ook geen afscheid nemen van Harry Piekema? Ga dan een avondje lekker op de bank zitten, pak er iets lekkers bij, en kijk De Nieuwe Wildernis. En als jij nou niets had met die vreemde Albert Heijn-manager, dan doe je hetzelfde, maar kijk je voor de beelden en de muziek.

 

 

Iedere maandag schrijft een lid van de Websitecommissie een column over een actueel of persoonlijk onderwerp. Heb je suggesties voor een volgende column? Laat het ons weten via siteco@hucbald.nl 

 
 
15 December 2014
Column
 

“If music be the food of love, Then laughter is it's queen” – A Whiter Shade of Pale

Door Kirsten Pennings

 

Wat als “God Only Knows” en “Piano Man” een baby zouden krijgen? Dan zou er volgens mij het volgende uitkomen: de live versie van “A Whiter Shade of Pale” van een oude Procol Harum samen met het Deens Nationaal Concertorkest en -koor. Het is voor mij een mooie herinnering aan het lied “A Whiter Shade of Pale”, dat ik veel in mijn kindertijd voorbij heb horen komen, naast het door mij honderden keren aangevraagde “Bohemian Rhapsody” of Kate Bush, allemaal op cassettebandjes. Vandaar dat het melancholische gevoel dat ik bij het liedje krijg, dat ik – en misschien meerdere mensen – ook krijg bij “Piano Man” van Billy Joel.

 

Daarnaast heeft het lied voor mij een extra lading, omdat het het voor mij kenmerkende lied is van mijn oom. Het was de eerste begrafenis van iemand dicht bij mij in lange tijd en het was de eerste keer dat ik bij een crematie was, waardoor ik begreep wat doodgaan en dood zijn inhoudt. Dit lied, uitgekozen door een andere oom, raakte de hele familie diep; het stond voor mijn ooms persoonlijkheid en zijn muzieksmaak. Het stond daarnaast ook voor één brede muzieksmaak binnen mijn grote familie. Ik weet niet of het klopt, maar misschien bracht het de ooms en tantes terug naar een eerdere tijd. Door de extra dimensie die de crematie aan het lied gaf, kreeg ik niet alleen een melancholisch gevoel wanneer ik het hoorde, maar ook een trots gevoel. Ook is het altijd een goed moment om aan mijn oom terug te denken.

 

In de film The Boat that Rocked, die ik onlangs nog gekocht en gekeken heb, komt het lied ook voor. De film gaat over een Engelse piratenpop- en rockzender die op een boot vanaf zee illegaal broadcast en zo de mensen pop- en rockmuziek brengt via de radio. “A Whiter Shade of Pale” komt voor (SPOILERALERT) in de zinkscène. Door de film heb ik het lied echt ontdekt en ben ik er nog een andere betekenis aan gaan geven. Het lied staat nu ook nog voor een vrijheid in muzieksmaak en de kracht die pop- en rockmuziek mensen gaf in de jaren ’60.

 

Dan wil ik het tot slot nog hebben over waarom die specifieke live-uitvoering zo bijzonder is. Een van deze redenen is het feit dat het orkest de melodie speelt, maar dit lang niet zo krachtig doet als de organist het op het orgel het speelt en de stem van zanger Gary Brooker het zingt. Dit bouwt spanning op, tot wanneer het lied door Procol Harum zelf gespeeld wordt. Later verrijken het orkest én het koor het lied fenomenaal. Alle gaten die er in de spreekwoordelijke wall of sound nog waren worden opgevuld. Daarnaast maakt de combinatie orkest en koor het lied draaglijk, die nodig is want het het lied heeft veel coupletten en telt meer dan zes minuten. Het koor en orkest geven de goddelijke sfeer die “God Only Knows” ook heeft. Een baby is geboren. Een kind kan de was doen.

 

Laat een reactie achter over wat je zelf vindt van “A Whiter Shade of Pale” en over wat je van deze specifieke uitvoering vindt.

 

“A Whiter Shade of Pale” door Procol Harum, live in Denmark 2006

 
 
 

 

 

Iedere maandag schrijft een lid van de Websitecommissie een column over een actueel of persoonlijk onderwerp. Heb je suggesties voor een volgende column? Laat het ons weten via siteco@hucbald.nl 

 

15 December 2014
Column

 

“Dit is me toch eens een redelijk zware eerste column”

Door Michael Huijbregts 

 

Met de lancering van de nieuwe site kunnen we als Siteco goed aan de slag om de content op de site te verzorgen. Voor beide maanden zijn er toch wat zaken gebeurd die voor de meeste mensen waarschijnlijk onopgemerkt zijn gebleven.

 

Normaal gesproken bestaat mijn Facebookfeed toch niet echt uit erg interessante mededelingen. Een tamelijk illustratief voorbeeld hiervan was een filmpje van een Russische man die, half dronken, beweerde dat de wodkapiet toch een betere vervanger is dan de regenboogpiet. Zo viel mijn oog deze dag echter op iets wat toch wat minder vaak gebeurt: er waren namelijk protesten gaande in New York vanwege een reeks uitvoeringen van een opera. Inderdaad, schijnbaar heeft opera nog steeds de potentie om de gemoederen hoog op te laten lopen.

 

Wat was er aan de hand? De Metropolitan opera – toch wel een van de meest vooraantstaande, doch doorgaans conservatieve – had voor oktober een reeks voorstellingen van de opera The Death of Klinghoffer van de Amerikaanse componist John Adams geprogrammeerd.

 

Het libretto is gebaseerd op de kaping van een Italiaans-Israëlisch cruiseschip – de Achille Lauro – door een groep Palestijnse terroristen. Aan het einde van de opera (excuses voor de spoiler) besluit terrorist Rambo een gehandicapte Joods-Amerikaanse toerist – Leon Klinghoffer – om te brengen en met rolstoel en al in de zee werpen. Rondom dit verhaal probeert de Joodse librettist Alice Goodman een breder beeld te schetsen rondom het Israëlisch-Palestijnse conflict, wat het toch tot een wat zwaarder verhaal maakt, al heeft de aria van de British dancing Girl “I must have been hysterical” wel zeker wat hitpotentie.

Het voornaamste bezwaar dat gemaakt werd, is dat de opera anti-semitisch zou zijn. Het was dus een soort zwartepietendiscussie met een wat meer gewichtige inhoud.

 

 

Iedere maandag schrijft een lid van de Websitecommissie een column over een actueel of persoonlijk onderwerp. Heb je suggesties voor een volgende column? Laat het ons weten via siteco@hucbald.nl 

 

8 December 2014
Column

"De nieuwe site is af!" - Websitecommissie 2014-2015

 

Zo, dit is hem dan. De langverwachte vernieuwde Hucbaldwebsite is eindelijk klaar voor gebruik! Komend jaar verzorgen wij de recensies, artikelen, nieuwsberichten en alle verdere inhoud op de website. Heb je een leuk idee voor de site, lijkt het je leuk om iets toe te voegen of heb je op- of aanmerkingen, laat het ons weten via siteco@hucbald.nl.

 

Liefs van de Websitecommissie!

Huctijd:
Maandag13:00 - 16:00Sonja
Dinsdag13:00 - 16:00Roselinde
Woensdag10:00 - 13:00Diantha
Donderdag13:00 - 16:00Olaf
Vrijdag10:00 - 13:00Marjolein
Postadres:
Muntstraat 2A, 3512 EV Utrecht
Bezoekadres:
Kromme Nieuwegracht 20 kamer 3.11
E-mail:Telefoon:
hucbald@hucbald.nl030-253 9345