Musicus van de maand februari: Philip Glass
Artikel gepost op 6 February 2017

Door: Cas Versluijs

 

Elke maand (zo ongeveer) zetten we in deze rubriek een musicus (pop, klassiek, jazz, of iets heel anders) in het zonnetje. Misschien omdat die onbekend is, misschien omdat de muziek niet altijd musicologisch de aandacht krijgt die die verdient. Deze maand: twintigste-eeuws componist Philip Glass.

 

Een weekje geleden, op 31 januari, werd Philip Glass 80 jaar. Een prachtige leeftijd natuurlijk, en daarom zijn er over de hele wereld talloze uitvoeringen van stukken van hem. Een mooi moment om eens te kijken naar het leven en werk van deze componist, door het publiek geliefd maar door critici niet altijd even geaccepteerd.

 

Philip Glass werd, zoals gezegd, geboren op 31 januari 1937 in Baltimore, in de Amerikaanse staat Maryland. Op zijn zesde leerde hij viool spelen, en op zijn achtste dwarsfluit aan het Peabody Conservatory of Music. Op zijn twaalfde schreef hij zijn eerste composities, terwijl hij in zijn vaders platenzaak werkte. Op zijn vijftiende ging hij al naar de University of Chicago, waar hij pianoles kreeg van Marcus Rasking, die hem introduceerde tot de twaalftoonstechniek. Hij gebruikte deze techniek zelf ook tijdens zijn studie, maar had er weinig mee en stopte ermee zodra hij afgestudeerd was. In 1956 nam hij lessen bij de prestigieuze Juilliard School in New York, maar had niet genoeg geld om er echt te studeren, dus werkte hij 9 maanden in een staalfabriek in Baltimore als kraanmachinist. Aan het einde van 1957 kon hij eindelijk beginnen bij de Juilliard School, waar hij les kreeg van William Bergsma en Vincent Persichietti in tonale composities. Ook schreef hij muziek voor het McCarter Theater in Princeton.

 

Tussen 1961 en 1963 kon hij door een beurs van de Ford Foundation voor veel verschillende ensembles in Pittsburgh gaan werken als componist. Daarna ging hij voor twee jaar naar Parijs, om daar in de leer te gaan bij Nadia Boulanger. Hier werd hij gevraagd door regisseur Conrad Rooks om Ravi Shankars muziek voor de film Chappaqua om te schrijven naar Westerse notatie. Daarom reisde hij in 1966 naar India, waar hij Tibetaanse vluchtelingen en de dalai lama leerde kennen. Ook kwam in 1966 zijn eerste strijkkwartet uit, waarbij zijn “minimale” stijl al duidelijk naar voren kwam.

 

Na zijn periode in Parijs reisde Glass naar Noord-Afrika en weer naar India. Daarna ging hij terug naar New York, waar hij een concert van Steve Reich bijwoonde, die een grote invloed op Glass had. In deze periode richtte Glass het Philip Glass Ensemble op, om zijn unieke composities te spelen, met name in popgelegenheden. Steve Reich speelde soms mee in dit ensemble. In deze periode schreef Glass echte minimalistische composities als Two Pages, Music in Twelve Parts en Music in Fifths. De eerste traditionele concertzaal waarin Glass’ muziek werd uitgevoerd was de Town Hall van New York, die Glass zelf afhuurde om zijn Music in Twelve Parts uit te voeren. Dit stuk werd in een periode van vier jaar gecomponeerd (oorspronkelijk sloeg Twelve Parts op de bezetting, niet de opbouw), en was uiteindelijk vier uur lang.

 

In 1976 ging de opera Einstein on the Beach in première, een samenwerking met Robert Wilson. Dit was de doorbraak van Philip Glass. Het libretto bestond onder andere uit solmisatielettergrepen, getallen en delen uit het dagboek van de autistische jongen Christopher Knowles. De kostuums waren de typische kleding van Einstein: trui en een broek met bretels. De hele uitvoering beslaat vijf uur, waarbij het publiek naar binnen en buiten mag lopen als het wil (en ik denk dat je dat wel wil bij een voorstelling van zo lang).

 

De jaren hierna bleef Glass focussen op het theater. Hij kortte de muziek in van Einstein on the Beach voor de opnames (wat meteen kritiek losmaakte dat er dus te veel herhaling in de muziek zat), en schreef twee nieuwe opera’s: Satyagraha (1980) en Akhnaten (1984). Hierna werkte hij weer met Robert Wilson samen aan the CIVIL warS: a tree is best measured when it is down (de hoofdletters zijn oorspronkelijk, ik had niet per ongeluk Caps Lock ingedrukt), met ook muziek van onder andere David Byrne (van de band Talking Heads) en Franz Schubert. In 1982 schreef hij zijn eerste filmmuziek, voor de film Koyaanisqatsi. Ook de vervolgen op deze film, Powaqqatsi (1988) en Naqoyqatsi (2002) werden door hem van muziek voorzien. Later heeft hij ook voor films als The Hours (2002) en Notes on a Scandal (2006) muziek gecomponeerd.

 

In de jaren ’80 en ’90 kwam Glass in de publieke belangstelling: hij mocht de muziek schrijven voor het ontsteken van de Olympische vlam bij de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles, en in 1992 schreef hij de opera The Voyage voor de vijfhonderdste verjaardag van het aankomen van Columbus in Amerika. Hierna schreef Glass een trilogie van muziek gebaseerd op films van Jean Cocteau (Orphée in 1991, La belle et la bête in 1994 en Les enfants terribles in 1996), waarbij de media van muziek en film op een bijzondere manier werden gecombineerd. In 1992 schreef hij zijn eerste symfonie Low, gebaseerd op het gelijknamige elektronische artrockalbum uit 1977 van David Bowie, die juist vijftien jaar eerder Glass als een van zijn grootste inspiraties noemde. Vergelijk de nummers Warszawa uit het album van Bowie en de symfonie van Glass. Je hoort de invloeden van het minimalisme van Glass (veel herhalingen, de lange frases, etc.) in Bowie en natuurlijk de melodie van Bowie weer in Glass. In 1996 deed hij hetzelfde met zijn vierde symfonie gebaseerd op het volgende album van Bowie, Heroes uit 1977. Opnieuw kan je duidelijk de overeenkomsten tussen Bowie en Glass horen. De afgelopen 20 jaar heeft hij ook niet stilgezeten. In die periode heeft hij nog eens onder andere negen concerti, vier strijkkwartetten, zeven symfonieën (waarvan de laatste op zijn verjaardag voor het eerst uitgevoerd) en een enorme hoeveelheid werk voor piano en orgel uitgebracht. Oftewel: te veel om hier op te noemen. Het moge duidelijk zijn dat Glass een van de meest productieve en invloedrijke componisten is van de vorige (en tot nu toe deze) eeuw. Hoewel zijn minimalisme en toegankelijkheid misschien niet bij iedereen in de smaak vielen, is zijn muziek nog steeds ongekend populair en relevant, wat nog maar eens bleek bij de heel goed bezochte concerten voor zijn verjaardag.

Huctijd:
Maandag13:00 - 16:00Sonja
Dinsdag13:00 - 16:00Roselinde
Woensdag10:00 - 13:00Diantha
Donderdag13:00 - 16:00Olaf
Vrijdag10:00 - 13:00Marjolein
Postadres:
Muntstraat 2A, 3512 EV Utrecht
Bezoekadres:
Kromme Nieuwegracht 20 kamer 3.11
E-mail:Telefoon:
hucbald@hucbald.nl030-253 9345