27 December 2016
Recensie

Door: Paula Breeuwer

 

Hij was eens een wonderkind. Nu wordt Evgeny Kissin met 45 jaar nog steeds gezien als een van de grootste pianisten ter wereld. Zondag 18 december gaf hij een recital uit de serie Meesterpianisten in het Concertgebouw. De zaal was bijna helemaal vol, de verwachtingen waren hoog. Kissin heeft deze dan ook helemaal waar gemaakt.

 

Hij kwam het podium op, boog voor het publiek en begon al met de sonate in C van Mozart voordat iedereen uitgeklapt was. De stilte kwam in een halve seconde terug. Hoewel hij duidelijk een enorme techniek heeft, valt er niet veel over deze sonate te zeggen. Het was goed maar niet bijzonder. Na deze ietwat teleurstellende Mozart ging hij door met de ook zo bekende Appassionata van Beethoven. Zijn handen stormden over de toetsen en maakten grote contrasten tussen de passages. Hij maakte het helemaal goed.

 

Voor de pauze speelde hij nog de drie Intermezzi van Brahms. Het was dan ook een adembenemende afsluiting. Zijn poëzieskills[1] waren duidelijk terug te vinden in zijn spel. Het was alsof hij een poema voorbracht, met veel nuance, extreme lyriek en verbazingwekkende kleuren.

 

Na de pauze bracht Kissin ons mee naar het zuiden met de Spaanse componisten Albénitz en Larregla. Met het Allegretto van Larregla kwam hij tot het hoogtepunt van de avond. Hij ontving zijn bos bloemen met een brede lach en groette het publiek. Na de staande ovatie (of course) speelde hij nog een toegift. En nog een, en na dat een kwart van de zaal al weg was kwam er nog eentje. Evgeny Kissin blijkt wel een publieksman te zijn, hij genoot ervan om te kunnen spelen, en dat was ook duidelijk terug te zien in zijn spel. Het was een geslaagde avond.

 

 

[1] https://www.meesterpianisten.nl/abonnementen/2016-2017/serie-a/evgeny-kissin

10 November 2016
Recensie

Door: Marloes Meijer

 

Donderdag 3 november heb ik met een groep mede-eerstejaars en enkele geïnteresseerde ouderejaars het concert Pieces of Tomorrow bijgewoond. Dit vond plaats in de grote zaal van TivoliVredenburg. Het Radio Filharmonisch Orkest speelde, zoals de naam van het concert al zegt, een deel van het programma van die vrijdag. Deze keer was het een schilderachtige editie met Les Parfums de la Nuit van Claude Debussy en La Valse van Maurice Ravel.

 

Wat Pieces of Tomorrow anders maakt dan een ‘gewoon’ klassiek concert is de informele sfeer. Je mag je biertje meenemen naar de zaal, er is geen dresscode voor zowel publiek als orkest en de muziek wordt ondersteund met een mooie lichtshow. DJ St. Paul draait plaatjes en praat het geheel aan elkaar (soms ietwat langdradig). Ook interviewt hij de dirigent waardoor je nog meer te weten komt over de muziek.

 

Dirigent Antony Hermus vertelde bij deze editie dat Debussy in feite een impressionistische schilder was, maar dan met klankkleur in plaats van verf. De trompetten zouden volgens hem een “snuifje wit” toevoegen aan de klankkleur, wat natuurlijk voor grote hilariteit zorgde in de zaal.

 

Een ander leuk extraatje aan Pieces of Tomorrow zijn de ‘experience seats’. Tussen de orkestleden in zijn enkele lege stoelen geplaatst, waar je als publiek mag gaan zitten om de muziek van heel dichtbij te kunnen ervaren. Toen dit aangekondigd werd ontstond er een stormloop vanuit de zaal. De gelukkigen die een stoel hadden bemachtigd konden van binnenuit het prachtige La Valse van Ravel meemaken. Zeker aan het einde van het stuk, waar de wals helemaal lijkt te ontsporen, moet het erg intens zijn geweest om midden in het orkest te zitten. Wij zijn met Hucbald lekker hoog op onze plek op het balkon blijven zitten. Ondanks dat heb ik zeker niet minder van het concert genoten.

 

Wat mij betreft is Pieces of Tomorrow voor herhaling vatbaar. Het is een laagdrempelige manier om naar een klassiek concert te gaan. Het is niet zo’n lange zit, het is minder duur dan de uitvoering op vrijdag én je mag bier drinken in de zaal. Wat wil je nog meer?

18 March 2016
Recensie

Door: Rinske Lerk

 

Chovansjtsjina: een opera met een verhaallijn die net zo complex is als de naam al doet vermoeden (ik kan het volgens mij nog steeds niet normaal uitspreken). De opera is in 1880 geschreven door Modest Moesorgski.

 

Het verhaal is eigenlijk niet samen te vatten, maar volgens de man die de inleiding verzorgde is dat ook niet belangrijk. In het verhaal stonden een aantal vorsten en hun geliefden centraal, de onderlinge relaties waren nog wel redelijk te begrijpen, namelijk: Andrej is de zoon van Ivan, Marfa is verliefd op Andrej, maar Andrej heeft zijn zinnen gezet op Emma, alleen Ivan vindt Emma ook wel aantrekkelijk. Verder waren er nog Golitsyn, Dosifey en Sjaklovity die allemaal leiders van bepaalde groeperingen waren. Dit zijn best veel solisten waardoor het in het begin nog lastig was om de personages te onderscheiden, maar in de loop van het stuk werd het wel duidelijk wie wie was.

Veel meer was er eigenlijk niet van het verhaal te maken. Niemand, op een enkeling na, begreep wat er gebeurde.

 

Het decor was heel abstract en veranderde nauwelijks gedurende de opera. Het bestond uit een grote witte muur met in het midden een gat wat wit of zwart was, of een schilderij liet zien. Dit schilderij werd aan het begin en aan het eind van de opera uitgebeeld op het podium. Op het podium heeft de hele voorstelling een dood paard gelegen, alleen weet volgens mij niemand wat die daar deed.

 

We zaten heel erg vooraan waar het nadeel dat het lastig was om de boventiteling goed te lezen aan zat. De boventiteling niet lezen was overigens geen optie, want zonder de vertaling van de Russische tekst heb je echt geen idee wat er gebeurt.

Het voordeel aan zo ver vooraan zitten was dat we de concertbak in konden kijken. Want de muziek, die was ontzettend mooi. Ondanks dat het verhaal niet te volgen was, zorgde de muziek er voor dat je toch helemaal in de opera gezogen werd. Het begon al bij de ouverture, die echt prachtig is en waar aan het einde nog een keer van te genieten was. Hier tussen ging het van mooie, rustige stukken, met maar één of twee zangers en een paar instrumenten, tot grootse stukken waarbij het hele orkest forte speelde en een enorm koor meezong.

Naast de solisten werden ook lange passages door de koren gezongen. Vooral het mannenkoor liet vaak van zich horen. Iedereen was na afloop onder de indruk van de zangers en zangeressen en er waren natuurlijk een aantal favorieten. Zo vond ik dat de zangeres die Marfa vertolkte een prachtige stem had.

 

De opera zou 4 uur duren, waar een aantal Hucbaldianen wel tegenop zagen, maar in de eerste pauze was gelijk te merken dat de opera onze aandacht gegrepen had. Halverwege het eerste deel werd gedacht dat er al een pauze was, omdat de lichten deels aan gingen, maar dit bleek niet het geval te zijn.
 

Tijdens de eerste pauze werd het één en ander aan elkaar uitgelegd over welke zanger nou precies welke personage was. In de tweede pauze lag het onderwerp van de gesprekken meer bij hoe mooi en fantastisch de opera was en hoe het totaal tegen de verwachtingen in ging. De mensen die het verhaal niet echt begrepen hadden zich er maar bij neergelegd en gingen het laatste deel vooral genieten van de mooie muziek en de personages, misschien zou het één en ander nog duidelijk worden.  Het laatste deel heeft mij niet echt opheldering gegeven over waar de opera over ging, maar na afloop werd duidelijk dat iedereen, of hij/zij het verhaal nou begreep of niet, ontzettend genoten had. Het bezoeken van de opera Chovansjtsjina was dus zeker een geslaagde activiteit!

9 December 2015
Recensie

Door Dirk Baart

 

Lonely The Brave heeft zich in rap tempo ontwikkeld tot een van de meest fascinerende bands van Groot-Brittannië. Na de release van het ijzersterke debuut The Day’s War in 2014 speelde de formatie rondom David Jakes op festivals als Pinkpop en Rock Werchter. Maar aan alles komt een einde. De show op 29 november 2015 in Poppodium W2 Den Bosch is de allerlaatste van de cyclus.
 

Intrigerend

De grote vraag van de avond is dan ook of de uitgebreide tour, die de band onder meer langs Brussel en Amsterdam leidde, zijn tol geëist heeft. Het antwoord daarop is al vrij snel duidelijk: nee. Nadat kwartet Black Peaks uit Brighton de vrij volle zaal heeft opgewarmd met hun dynamische en zwaarmoedige rock—denk aan de begindagen van Biffy Clyro—komen David Jakes en de zijnen onder begeleiding van een mysterieus intro het podium op. Al snel blijkt dat de opmerkelijke status van de ‘frontman’ nog niet veranderd is. Tot verbazing van een deel van het publiek dat zijn huiswerk niet gedaan heeft, neemt de boomlange Jakes plaats achter gitarist Mark Trotter, weg van de spotlights. Hij maakt niet tot nauwelijks contact met het publiek en gaat met gesloten ogen volledig op in zijn eigen wereld.
 

Doet dat af aan de show? Integendeel. David Jakes toont zich eens te meer een van de meest intrigerende zangers van het moment. Zijn stem, die bij vlagen doet denken aan Pearl Jam’s Eddie Vedder, schiet keer op keer op krachtige wijze de hoogte in en vermengt zich fraai met het epische gitaargeweld van zijn kompanen. Een van die kompanen, de eerdergenoemde Mark Trotter, neemt de rol van frontman grotendeels over. Hij beweegt enthousiast over het podium en zoekt contact met de fanatieke fans die zich voorin het publiek bevinden en de nummers woord voor woord meezingen.

 

 

Bombastische hits en experiment

De show wordt geopend met “Kings of the Mountain,” dat—net als zoveel Lonely The Brave-tracks—op een subtiele manier wordt opgebouwd richting een climax. Direct blijkt hoe goed het vijftal na een lange reis op elkaar is ingespeeld: de verschillende elementen worden vakkundig tot een bombastische en strakke geluidsmuur gemetseld en de band klinkt energiek. Met hitsingles “Trick Of The Light” en “Backroads” in sterke uitvoeringen vroeg in de set grijpt het kwintet direct de onverdeelde aandacht.
 

Daardoor ontstaat ruimte voor experiment. Lonely The Brave licht in Den Bosch namelijk al voorzichtig een tipje van de sluier van het tweede album: nieuwe tracks als het ingetogen Boxes en het zwaardere Radar worden goed ontvangen. Ook “Diamond Days” en “Dust and Bones” brengen later in de set goede hoop voor die tweede plaat. Daarnaast zijn tracks van de dit jaar verschenen luxe-editie van The Day’s War als “River, River” en “Science” welkome aanvullingen op de setlist.
 

Het hoogtepunt van de avond volgt echter met “The Blue, The Green,” dat wordt ingezet als afsluiter van de reguliere set. Nog een keer toont Jakes zijn vocale kwaliteit met briljant afgeleverde regels “I wanna know what it’s like, so I can feel it inside.” Daarna wacht de band slechts een halve minuut om Den Bosch tot slot weg te blazen met het stevige Black Saucers, waarna een uitzinnig applaus volgt. Het is illustratief voor een band die keer op keer bewijst geen poespas nodig te hebben. Lonely The Brave draait niet om charisma of “leuke” showelementen, Lonely The Brave draait om oprechte emotie en oprechte muziek. Jakes opende de avond met de regel: “We’ve not got far to go.” Voor nu is de tour inderdaad voorbij, maar verder heeft hij in die uitspraak hoogstwaarschijnlijk ongelijk.

23 November 2015
Recensie

Verslag: Lezing Filmmuziek

Door Stefan Juijn

 

11 november 2015, Utrecht – In het café Klein Berlijn vond deze avond een lezing plaats. De sprekers waren dr. Michiel Kamp en filmcomponist—winnaar van een Gouden Kalf—Bart van de Lisdonk. Voor de liefhebbers van film en filmmuziek was dit een must om bij te zijn. De lezingen werden goed bezocht: het café was behoorlijk vol. Enig nadeel van zo’n vol café is dat het vaak redelijk wat rumoer met zich meebrengt. Dit mocht echter de pret niet drukken.

               

Als eerste was het tijd voor dr. Kamp en voor de liefhebbers van Star Wars (ondergetekende is er één van) was dit een moment om nog meer zin te hebben in Star Wars: Episode VII – The Force Awakens die eind dit jaar eindelijk uit zal komen. Het ging dan weliswaar over het enige wat we nog gezien hebben van de film, namelijk de trailers en dan de muziek die hierin voorkomt. Aan de hand van andere trailers en technieken/theorieën—de mensen die eerder les van Kamp hebben gehad zullen heel veel herkend hebben—werd de muziek uit de tweede trailer verklaard. Het bleef helaas wel enigszins onrustig, vooral achterin het café, waardoor het soms iets lastiger te volgen was, maar Kamp vertelde zeer enthousiast en ik heb zo’n vermoeden dat hij zelf ook niet kan wachten op de nieuwe Star Wars. De eerste van de twee lezingen was dus leerzaam, erg leuk en één groot feest der herkenning. Met name de “bwraaaap” van de Inception-trailer was duidelijk al zeer bekend bij iedere aandachtige luisteraar.

               

Vervolgens was het tijd voor een echte en succesvolle filmcomponist, Bart van de Lisdonk. Voor de film Bolletjes Blues! won hij een Gouden Kalf in 2006. Dat mogen we toch wel redelijk succesvol noemen. Wellicht was het verhaal dat hij vertelde hier en daar een beetje rommelig: het was vol enthousiasme en dat werkte behoorlijk aanstekelijk. Vooral zijn constante roep: “Harder! Harder! Harder!” bij elk voorbeeld dat hij liet zien werkte aanstekelijk. Toen het geluid dan ook eindelijk “Harder!” kon moest het eigenlijk nog wat harder. Laten we deze vraag maar toeschrijven aan zijn enthousiasme.  Van de Lisdonk vertelde over de problemen die je hebt als filmcomponist, bijvoorbeeld dat je zelf niet bepaalt wat goed is maar dat de producent/regisseur dit doet. Hij liet voorbeelden zien van de programma’s die hij gebruikt om de muziek te componeren en het overduidelijke verschil (vooral toen het geluid dus daadwerkelijk harder stond) tussen muziek uit de computer en een veel mooiere/echtere uitvoering van een orkest. Tijdens de trailer van Gravity die werd getoond was het overigens maar goed dat het geluid niet nog harder stond: menigeen schrok zich kapot bij het inkomen van het enorme lawaai. Van de Lisdonk liet vervolgens zien wat je met een trailer kan doen door er andere muziek onder te zetten—in dit geval My Way van Frank Sinatra. Dit sloot de lezing af zoals het was begonnen, met een behoorlijke glimlach.

               

De conclusie die uit deze lezing kan worden getrokken: zien hoe een componist te werk gaat en dat, als je al zin had in de nieuwe Star Wars, het echt te lang is om nog een maand te wachten. Voor de liefhebber van films en filmmuziek was dit een zeer geslaagde avond.

12 November 2015
Recensie

Door Kristel van Soeren

 

Als onderdeel van de ‘Sonic Highways’-tour kwam Foo Fighters naar de Ziggo Dome in Amsterdam. Dit zou eigenlijk het tweede Foo Fighters optreden in Nederland zijn dit jaar, maar omdat Dave Grohl de week voor Pinkpop zijn been brak, moesten ze Pinkpop 2015 afzeggen. Dat maakte dit concert misschien wel extra speciaal. 

 

 

Het voorprogramma deze avond was Trombone Shorty & Orleans Avenue. Zoals de naam al zegt: een groep blazers waaronder een trombone uit New Orleans, maar dan gecombineerd met rock. Voor sommige old school Foo Fighters fans was dit wat bijzonder, maar voor degenen die de Sonic Highways serie gekeken hebben kwam dit niet uit het niets. Trombone Shorty & Orleans Avenue vormden een waardig voorprogramma met een gevarieerde setlist bestaande uit catchy songs. Stilzitten was geen optie.

 

Iets na half negen gingen grote zwarte gordijnen rond het podium dicht. Met de gordijnen nog dicht begonnen de heren van Foo Fighters te spelen. ‘Everlong’ was het eerste nummer en dat bouwde op naar het moment waarop de gordijnen naar beneden vielen, of hadden moeten vallen. Dit liep niet helemaal soepel en het openingsnummer werd onderbroken. Na het vastzittende gordijn verwijderd te hebben, herstarten Dave Grohl en zijn bandleden het nummer. De mannen van Foo Fighters maakten zich niet zo druk, ze speelden enthousiast verder. 

 

Tijdens het concert werden alle groepen fans tevreden gesteld. De mannen speelden nummers variërend van hun eerste albums tot aan het meest recente album. De energie spatte van het podium af de zaal in. Hoewel Dave Grohl normaal gesproken over het podium tekeer gaat, zit hij deze tour vast aan zijn ‘troon’. Een enorme, lichtgevende, met gitaren versierde zetel die over een rails van achter naar vooraan het podium verschoven kan worden. Het is goed te merken dat Dave alle energie die hij normaal lopend en rennend over het podium kwijt kan, nu zittend eruit moet storten. Met een afgeknipte broekspijp en zijn halve been in het gips is hij ernstig hard aan het headbangen tijdens het merendeel van de nummers, wat kan hij anders doen. Alhoewel Dave de frontman is, en ook leadzanger gaf hij meerdere momenten aan drummer Taylor Hawkings, die het nummer ‘Cold Day in the Sun’ zong. Hiermee kon de zaal genieten van de misschien wel ondergewaardeerde zangkwaliteiten van Hawkings, deze man verdiend meer eer. 

 

Ik had veel verwachtingen van Foo Fighters, niet alleen van hun muziek maar ook de interactie met publiek, de grappen en ‘grohl’len die de band regelmatig door shows heen gooit, de ‘wijze levenslessen’ die soms in Foo Fighters concerten tussendoor komen. De band staat in zekere zin toch bekend als de ‘lieverds’ van de rock-’n-roll. Ik had niet gedacht dat dit allemaal naar voren zou komen in het programma deze avond, maar toch voldeed de band aan al mijn verwachtingen. Dit bracht dan weer als nadeel met zich mee dat het redelijk voorspelbaar was en zo een show moet natuurlijk niet saai worden. Maar het is wel Foo Fighters, en daarom zie ik het door de vingers. 

 

Het publiek werd ingepakt door gevoelige uitvoeringen van ‘My Hero’ en ‘Skin and Bones’, ironisch genoeg kwam ook ‘Walk’ voorbij. Een deel van het concert leek op een jamsessie tussen Dave Grohl en Taylor Hawkings, waarin ze zelfs in bossanova stijl aan het improviseren waren. “Taylor and I could do this all night long.” lichtte Grohl toe. Dit element zorgde voor wat fijne afwisseling tussen alle bekende Foo Fighters nummers en werd goed gewaardeerd door het publiek. 

 

Ik heb geen moment stilgezeten, de sfeer was optimaal en Dave, Pat, Taylor, Nate en Chris hebben aan al mijn verwachtingen voldaan. Ik heb van elk moment genoten, de uitvoeringen waren stuk voor stuk geweldig en het voelde vertrouwd. Ondanks dat de show hier en daar wat voorspelbaar ben ik door de juiste balans tussen keiharde rocknummers en de wat zachtere nummers, afwisseling van leadzang en het vernieuwende voorprogramma helemaal tevreden. Ik kijk uit naar de ‘verrassing’ die Dave Grohl ons beloofd heeft binnenkort te brengen!

15 May 2015
Recensie

Verslag: Studiereis Wenen

Door Benson Walch

 

Inmiddels is het weer een paar weken na onze studiereis naar Wenen. Nog steeds staat Facebook vol met berichtjes, video’s en foto’s. Het enige dat nog ontbrak was het beloofde verslag, waarin we nog even kunnen terugblikken op deze heerlijke reis!

 

Vanaf het begin leek de reiscommissie alles onder controle te hebben. Ze hadden zelfs een vertraagde incheck geregeld, speciaal voor de laatkomers... In het vliegtuig zat de sfeer er al goed in. Na een vlekkeloze (op een beetje kauwgom na) vliegreis, een treinreis in sardientjesstijl en een paar leerzame metroreizen (over het gedrag van de stereotypische Wener, kom ik later nog op terug), kwamen we aan bij het hostel, waar we geduldig en vriendelijk te woord werden gestaan door een niet oververmoeide receptionist, er geen misverstand was over een hoop geld, er geen paniekerige Russin was die ons steeds onderbrak en we geen reprimande kregen over de regels die we al eerder hadden moeten ondertekenen. Inmiddels was het al richting 22:00 uur en hadden we nog niet fatsoenlijk gegeten, dus twee avontuurlijke pioniers wilden al richting Mac die om de hoek zat. Daar had natuurlijk niemand zin in, dus toen onze helden terugkwamen in een leeg hostel, zat iedereen bij de Mac.

Na een leuke stadswandeling door een heel mooi stukje Wenen kwamen we de op maandag aan bij het Mozarthaus. Het was hier ingericht naar en rondom de geschatte indeling van Mozarts werkelijke woning toen hij in Wenen woonde. Verder werden we voorzien van een audioguide, met de perfecte informatie voor mensen die Mozart niet of nauwelijks kenden. De meeste musicologen waren na een klein kwartiertje te spotten bij een vitrine waarin een kleine compilatie van Mozarts opera’s tentoongesteld werd, waaronder uiteraard Die Zauberflöte met de onmisbare aria van de “Königin der Nacht”. “Der Hölle Rache” werd vervolgens de hele week geprobeerd door iedereen, waarbij een niet onbekende lange bas nog het meest in de buurt leek te komen.

Naast verschillende pogingen tot hoge keelzang, mocht muziek ons tussendoor ook zeker niet ontbreken. Cantique de Jean Racine van Fauré en het requiem van Saint-Saëns moesten namelijk ook geoefend worden. Daarnaast waren twee ambitieuze musici bezig met intensief oefenen voor een stercarrière in de muziek: Nina voor een toelatingsauditie zang aan het conservatorium; Pascal voor wereldoverheersing met zijn blokfluit. Grappig feitje trouwens: sinds Wenen ben ik heel specifiek toondoof. Alle tonen die toevallig precies in “My Heart Will Go On” passen, klinken in mijn gehoor nu automatisch vals en pieperig...

       Kent iemand de “hard van buiten, zacht van binnen”-reclame voor Tikkels met Mr. T nog? Ik kreeg een sterke flashback in het restaurant waar we de eerste avond aten. De ober vertoonde eerst typisch Weense gedragskenmerken en leek bovendien zelfs agressief bij zijn gooi- en smijtwerk met stoelen en gerechten. Toch bleek hij wel ergens een vriendelijke persoonlijkheid te hebben verstopt en was al dat Hulkwerk misschien wel voor de show. In elk geval leken de meesten van ons daar lekker gegeten te hebben en de schnitzeleters bovendien nog eens heel snel: na een kwartiertje waren alle Wiener Schnitzels uitgeserveerd en een klein half uur later werden de mensen bediend die het hadden durven te wagen iets anders te bestellen.

Op dinsdag gingen we ’s ochtends naar de universiteit voor een gastcollege, deels zoals gepland. De docente van het oorspronkelijk geplande college was namelijk ziek, maar gelukkig konden we nog aansluiten bij de Weense variant op ons vak muziek en wetenschap. Dit werd in het Duits gegeven door een bevlogen, geestige en enigszins verstrooide Italiaanse docent, die ons later nog een korte rondleiding door de faculteitsbibliotheek gaf. Hierbij vertelde hij dat je in Wenen gratis kunt studeren, maar dat vrijwel alle colleges in het Duits gegeven worden. Toch was er wel een aantal enthousiaste Hucbaldianen om mij heen. Wie weet krijgen we volgend jaar wel een paar “Grüße aus Wien”-kaartjes thuisbezorgd. Verdere verschillen tussen Muziekwetenschap in Wenen en Utrecht? In Wenen heb je zo’n 800 studenten en 40 vakken per semester. De rest van de dag werd verdeeld doorgebracht. De meesten gingen naar de beroemde tuinen in het Belvedere.

Op woensdag maakten we een leuke wandeling naar Schönbrunn, de zomerwoning van onder andere Franz-Joseph en Sissi. De bijzondere audioguides konden ons niet alleen informatie geven over de genoemde figuren, maar ons ook vertellen dat we van ruimte 6 naar 7 moesten lopen. Dank u, mevrouw! Daarna heeft zo’n beetje de hele groep een halve dag voor pampus gelegen bovenaan de beroemde tuinen van het paleis. Daarna ging een handjevol mensen door de doolhoven in de tuin. Voor mij leek de speeltuin overigens uitdagender dan de doolhoven. Die avond gingen waar we naar een cocktailbar met – in vergelijking met Nederland – extreem goedkope cocktails tijdens een vijf uur durend Happy Hour (service en glimlach duidelijk niet inbegrepen). Hier heb ik overigens mijn eerste Long Island Iced Tea gedronken, waardoor ik onterecht als dapper werd bestempeld (de grens tussen dapper en onwetend is klein).

Donderdag kregen we rondleidingen door zowel de Musikverein als de Wiener Staatsoper. Ondanks de unieke bouwgeschiedenis van het eerste gebouw, is de inrichting en functie enigszins vergelijkbaar met die van De Doelen: er zijn meerdere zalen, waar zowel concerten als congressen en feesten gehouden worden. De Oper heeft de grote zaal en nog twee conferentieruimtes, waarvan één gewijd aan Gustav Mahler en de andere aan verschillende Duitstalige componisten die minstens één opera geschreven hebben. Bij beide rondleidingen werd ons op het hart gedrukt dat cultuur in Wenen voor iedereen toegankelijk moet zijn en dat ze daarom zeer goedkope plaatsen aanbieden, waarbij de “toeschouwkwaliteit” wel een beetje ingeleverd moet worden (hierover later meer). Tijdens de tour door de Oper werd ons verteld over het jaarlijkse, zeer ambitieuze gala. Hier kon je ofwel voor heel veel geld als toeschouwer naartoe of met heel veel talent aan deelnemen. Men kan zich als danskoppel van tevoren opgeven en moet dan door een auditie heen. Met de vraag van Jeroen (waarvoor respect!) of er ook homostellen werden toegelaten, leek onze gids veel moeite te hebben en gaf een naar mijn mening nét iets te diplomatiek antwoord. Echt uitsluitsel werd helaas niet gegeven.

       Die avond gingen we weer terug naar de Oper voor Elektra. Velen van ons hebben het schouwspel niet of nauwelijks gezien. Sommigen hadden enorm veel geluk doordat er een paar elitemensjes niet waren komen opdagen, zodat ze ineens op 100 euro duurdere plaatsen zaten. Deze bofkonten kregen bovendien nog een pornografische en spectaculaire bonus op het toneel. De opera zelf was een zeer intense en spectaculaire ervaring. Ongeacht de uiteenlopende smaak, leek iedereen het erover eens te zijn dat zowel het orkest als alle zangers op het podium in topvorm waren. Vooral was het publiek laaiend enthousiast over de sopraan die één dag van te voren gevraagd werd of ze voor de rol van Elektra kon invallen.

Vrijdagochtend gingen we naar het Haus der Musik, waar volgens mij iedereen heel positief over was. Er waren leuke interactieve onderdelen, een kleine bioscoop met het recentste nieuwjaarsconcert en leuke en informatieve exposities over de “grotere” mannetjes van Wenen, met als afsluiter de mogelijkheid om het Wiener Philharmoniker te dirigeren. Na zeer bruikbare, gevarieerde en spontane instructies van Zubin Metha, kon de bezoeker één van vijf bekende doodgooiers (zoals de Radetzky Mars, An die Schöne Blaue Donau en Hongaarse Dans No. 5) dirigeren met roem in het vooruitzicht of vernederende (maar hilarische) afbranders van een aantal orkestleden. Later op de dag ging een aantal Hucbalders naar het Burgtheater voor een rondleiding, waarbij ik me ernstig zorgen maakte of de gids een goede carrièrekeuze had gemaakt.

Zaterdag stond geheel in het teken van Bratislava (jazeker, goed oplettende lezer, dat ligt niet in Oostenrijk). Hier was het programma, op een goedkoop leuk bezoek aan een heel schattig museumpje over de componist Hummel na, geheel vrij. Er werden torens beklommen, kerken bezocht (waarin kennelijk ook werd gebeden?), oude stukken Bratislava bekeken en ‘s avonds werd er lekker gegeten.

Zondag restten ons alleen nog het concert van het Bayerische Rundfunkorchester onder leiding van Mariss Jansons en met solo-violist Frank Peter Zimmerman, en de terugreis. Ook hier klopt het prijs-kwaliteit verhaal: we hadden staanplaatsen achterin. Toch hebben we genoten van een schitterend concert, waarbij sommigen het vioolconcert van Brahms het hoogtepunt vonden; anderen meer weg waren van Petrushka van Stravinski. Iedereen was echter laaiend enthousiast over de twee toegiften die het orkest nog gaf.

Na een heel voorspoedige terugreis en een nog enigszins spannende aansluiting op de bussen naar Utrecht (die wel gehaald is), waren wij weer terug in Nederland en de volgende dag was op Facebook overduidelijk te zien en te lezen hoe geweldig iedereen het gehad had. Reiscommissie: enorm bedankt voor een fantastisch georganiseerde reis! Wat mij betreft was er een perfecte balans tussen aan de ene kant planning en leerzaamheid aan de ene kant  en vrije tijd en plezier aan de andere kant.

Benson

 


 

Foto’s 1–2, 4–10: Manuel Gutierrez Rojas
Foto 3: Rogier van Gulick

30 March 2015
Recensie

DE TRIOMF VAN DE ALUMNICOMMISSIE - HUCBALDS EERSTE COMMISSIEBATTLE

Door: Richard Sluijk

 

Disclaimer: onderstaand verslag is gebaseerd op een waargebeurd verhaal, maar kan door foutieve overlevering feitelijke onjuistheden bevatten.

 

De vorige keer dat ik een column schreef voor de website van Hucbald schreef ik deze zo laat, dat ik moest terugvallen op het programmaboekje van het betreffende concert (dat ik nog verfrommeld in mijn tas had zitten) en de uiterst behulpzame website Wikipedia om een fatsoenlijk verhaal op te schrijven. Het was toen alweer een tijdje geleden dat deze activiteit geweest was en mijn geheugen liet wat steekjes vallen, maar uiteindelijk waren er genoeg hulpmiddelen te gebruiken. Zo niet deze keer. Dit verslag gaat namelijk over de Commissiebattle – of de 'Battle of the Commissies', zoals het Facebook-evenement heette. Hier was uiteraard geen programmaboekje aanwezig, dus ik heb niets om op terug te vallen behalve dit evenement op Facebook. Dit vertelt mij dat de activiteit plaatsvond op dinsdag 3 maart, inmiddels 3 weken geleden. Verder zie ik dat er alcoholische versnaperingen en non-alcoholische versnaperingen waren en dat de activiteit plaatsvond in de foyer van Kromme Nieuwegracht 20. Er staan ook enkele foto's, maar gelukkig is de foto met de uiteindelijke uitslagen van de wedstrijd dusdanig vaag, dat ik daar in dit verhaal geen rekening mee hoef te houden.

 

De Alumnicommissie wordt op het evenement genoemd als 'de minst populaire commissie van Hucbald', het 'ondergeschoven kindje', maar schijnbaar beeft iedereen van angst zodra duidelijk wordt dat zij voltallig meedoen. Dit bleek in de praktijk ook het geval, want er waren twee commissies niet aanwezig en van de aanwezige commissies was er geen enkele compleet, afgezien van de Alumnicommissie. Thuisgebleven wegens de angst om te verliezen van de veteranen? In elk geval was het erg heuglijk om de Sitecommissie, Lustrumcommissie, Koorcommissie en de Introcommissie te zien.

 

De avond vorderde gestaag en onder het genot van alcoholische versnapering werd een vijftal spellen gespeeld, waarbij verschillende vaardigheden op de proef gesteld werden. Het eerste spel, beerpong, werd voorzien van een inconsistente arbitrage en daarmee frustraties aan alle kanten. De regels waren deels onduidelijk en de bekertjes waren niet gevuld met bier, noch met water, waardoor het spel een stuk lastiger werd. Hier had de Alumnicommissie geen rekening mee gehouden en dus had zij twee maal nodig om uiteindelijk, na fatsoenlijk ingespeeld te zijn, de overwinning te behalen. Het tweede onderdeel betrof een spel waarbij focus van belang was: het Hucbaldlogo bleek verscheurd te zijn en het team dat het als eerste weer in elkaar kon zetten, won deze wedstrijd. Dit was voor de Alumnicommissie natuurlijk een peulenschil; al zo vaak hadden zij het logo van dichtbij gezien, dat het met gemak weer in elkaar gezet kon worden. Bij het derde onderdeel had de Alumnicommissie nog een moment om van zichzelf te laten horen: toen de Commissaris Intern & Onderwijs moest uitleggen hoe het spel 'eierlopen' werkte. In gezamenlijk overleg tussen de teams werd de looproute bepaald en ook op dit estafetteonderdeel bleek de Alumnicommissie te sterk voor de overige commissies.

 

Gelukkig was er na dit onderdeel ruimte voor pauze en werd er gezellig gezeten. Ook werden er verhalen uitgewisseld over wat de commissies allemaal gedaan hadden het afgelopen halve jaar. Nadat elke commissie haar verhaal had gedaan en vragen had beantwoord, ging de vijfkamp verder met het spel Twister. Het duurde niet lang voordat de commissieleden over de grond kronkelden en zichzelf in rare bochten aan het wringen waren. Benen en armen vlogen over en weer, tot – je raadt het al – de Alumnicommissie wederom zegevierde. Het laatste onderdeel van de wedstrijd hoefde voorts eigenlijk al niet meer gespeeld te worden, maar werd voor de vorm alsnog uitgevoerd. Hucbalds waarde Commissaris Intern & Onderwijs had namelijk een muziekquiz voorbereid: een favoriet onderdeel voor menig musicoloog in wording. Klassiekers als ‘4'33"’ van John Cage en ‘Heb Je Even Voor Mij?’ van Frans Bauer kwamen voorbij in de 40 stukken tellende quiz. Helaas werd achteraf vol afgunst gereageerd op de indeling van de categorieën, iets wat kennelijk nog vrij objectief kan zijn. Dit was echter geen probleem voor de Alumnicommissie, die alle mogelijk te behalen punten binnenhaalde en hiermee bekroond werd tot winnaar van de allereerste commissiebattle van Hucbald. De Alumnicommissie ging dan ook naar huis met de prachtige wisseltrofee: een zak paaseieren!

 

Middels dit verslag wil ik het bestuur van Hucbald graag bedanken voor het organiseren van deze activiteit. Ik heb het er in elk geval erg naar mijn zin gehad en ik geloof dat dit bij iedereen wel het geval geweest is. Het was een gezellige avond en een leuk moment om te horen waar iedereen mee bezig is, onder het genot van spel en spijs. Een leuke activiteit, die wat mij betreft wel voor herhaling vatbaar is! Tot slot mijn excuses aan Hucbalds Sitecommissie, die naast verliezen van het ‘ondergewaardeerde kindje’ ook nog zo lang moest wachten op het vernederende verslag daarvan. De volgende keer schrijf ik mijn artikel heus eerder.

 

 

Reactie van de redactie:

Helaas voor de Alumnicommissie werd dit artikel gecontroleerd door de echte winnaars van de battle. Dit betekent niet dat de Alumnicommissie geen waardige tegenstander was.

 
22 March 2015
Recensie

Met Hucbald naar... Podium Witteman

Door Nicole Walles

 

Tot nu toe was ik niet bekend met Podium Witteman, het tv-programma van dé Paul Witteman, maar daar heeft Hucbald verandering in gebracht! Het enige wat ik wist dat Witteman was gestopt met Pauw en Witteman (vanwege pensioen ofzo?), dat ie best aardig kan pianospelen en ohja, ik heb volgensmij nog een boekje van hem in de kast staan over het concertgebouw.

Kennelijk heeft deze grijze presentator tegenwoordig ook een eigen muzikaal programma!

 

En toen eindelijk was het zover: met precies acht Hucbaldianen gingen we zondag 1 maart j.l. op weg naar Amsterdam. Eenmaal te zijn overgestapt op de metro, de tram en nog wat te hebben gelopen, kwamen we precies op tijd aan op de plaats van bestemming. Spannend! Toen we tussen de rest van het publiek stonden, waren we natuurlijk de jongsten. Maar dat had het productieteam goed in de gate: ze hadden stoelen voor ons gereserveerd pal achter de enige echte Paul Witteman zelf!

 

In de anderhalf uur dat het live-programma duurde, ging  Witteman in gesprek met de meest actuele artiesten op klassieke gebied, zoals de violiste Rosanne Philippens, net als haar zusje Julia met haar Fuse band, die er  overigens  flink op los swingden! Deze uitzending stond in het teken van de Balkan muziek, dus een Oost-Europese accordeonspeler kon niet ontbreken. Samen met de Fuse band maakte hij er een flink feestje van. Het thema van de wekelijkse quiz stond kon niet anders dan tranentrekkers zijn, want wie was er te gast? Carel Craayenhof! Wie? Nou, die accordeonist–pardon, bandeonist- die Maxima liet huilen tijdens haar huwelijk. Nadat hij met Paul had gepraat over de geschiedenis van de bandeon, speelde hij ter afsluiting van het programma nog een paar eigen composities met zijn band.

 

En toen restte ons er nog maar één enkel ding te doen; met Paultje op de foto! Meteen nadat hij een niets veelzeggend gesprekje met een 10-jarig jongetje had gevoerd (‘Vond je het leuk?’ ‘Ja.’ ‘Mooi zo.’), trokken we hem aan zijn colbertje en vroegen we of we met hem op de foto mochten (‘Tuurlijk, maar dan moeten jullie zo om mij heen gaan staan dat ik goed zichtbaar ben’.) Bij deze moet ik toch echt even onze secretaris en voorzitter mijn complimenten geven: jullie hebben toch maar even handen geschud met Witteman! Ook Carel hebben we weten te strikken voor een Hucbald-foto, en hij nam zelfs nog de moeite om wat woorden over Muziekwetenschap uit te wisselen. Natuurlijk hebben we Hannah gesproken die de plekken voor ons had geregeld; dat we zeker terug mochten komen en dat ze het zo fijn vonden dat ze dankzij ons een gemêleerd publiek hadden!

 

Onze laatste missie was het vinden van een goedkoop avondmaal.  Volgens onze secretaris zouden ze op het Leidsche plein ze voor vijf (!) euro pizza hebben, en na even zoeken namen we gretig het goedkope aanbod van de eigenaar van een Italiaans restaurant aan. Met volle magen, verlieten we gezamenlijk onze hoofdstad om na een gezellig treinreisje veilig aan te komen in ons oh-zo vertrouwde Utrecht.

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 
 
22 March 2015
Recensie

Met Hucbald naar... Podium Witteman

Door Nicole Walles

 

Tot nu toe was ik niet bekend met Podium Witteman, het tv-programma van dé Paul Witteman, maar daar heeft Hucbald verandering in gebracht! Het enige wat ik wist dat Witteman was gestopt met Pauw en Witteman (vanwege pensioen ofzo?), dat ie best aardig kan pianospelen en ohja, ik heb volgensmij nog een boekje van hem in de kast staan over het concertgebouw.

Kennelijk heeft deze grijze presentator tegenwoordig ook een eigen muzikaal programma!

 

En toen eindelijk was het zover: met precies acht Hucbaldianen gingen we zondag 1 maart j.l. op weg naar Amsterdam. Eenmaal te zijn overgestapt op de metro, de tram en nog wat te hebben gelopen, kwamen we precies op tijd aan op de plaats van bestemming. Spannend! Toen we tussen de rest van het publiek stonden, waren we natuurlijk de jongsten. Maar dat had het productieteam goed in de gate: ze hadden stoelen voor ons gereserveerd pal achter de enige echte Paul Witteman zelf!

 

In de anderhalf uur dat het live-programma duurde, ging  Witteman in gesprek met de meest actuele artiesten op klassieke gebied, zoals de violiste Rosanne Philippens, net als haar zusje Julia met haar Fuse band, die er  overigens  flink op los swingden! Deze uitzending stond in het teken van de Balkan muziek, dus een Oost-Europese accordeonspeler kon niet ontbreken. Samen met de Fuse band maakte hij er een flink feestje van. Het thema van de wekelijkse quiz stond kon niet anders dan tranentrekkers zijn, want wie was er te gast? Carel Craayenhof! Wie? Nou, die accordeonist–pardon, bandeonist- die Maxima liet huilen tijdens haar huwelijk. Nadat hij met Paul had gepraat over de geschiedenis van de bandeon, speelde hij ter afsluiting van het programma nog een paar eigen composities met zijn band.

 

En toen restte ons er nog maar één enkel ding te doen; met Paultje op de foto! Meteen nadat hij een niets veelzeggend gesprekje met een 10-jarig jongetje had gevoerd (‘Vond je het leuk?’ ‘Ja.’ ‘Mooi zo.’), trokken we hem aan zijn colbertje en vroegen we of we met hem op de foto mochten (‘Tuurlijk, maar dan moeten jullie zo om mij heen gaan staan dat ik goed zichtbaar ben’.) Bij deze moet ik toch echt even onze secretaris en voorzitter mijn complimenten geven: jullie hebben toch maar even handen geschud met Witteman! Ook Carel hebben we weten te strikken voor een Hucbald-foto, en hij nam zelfs nog de moeite om wat woorden over Muziekwetenschap uit te wisselen. Natuurlijk hebben we Hannah gesproken die de plekken voor ons had geregeld; dat we zeker terug mochten komen en dat ze het zo fijn vonden dat ze dankzij ons een gemêleerd publiek hadden!

 

Onze laatste missie was het vinden van een goedkoop avondmaal.  Volgens onze secretaris zouden ze op het Leidsche plein ze voor vijf (!) euro pizza hebben, en na even zoeken namen we gretig het goedkope aanbod van de eigenaar van een Italiaans restaurant aan. Met volle magen, verlieten we gezamenlijk onze hoofdstad om na een gezellig treinreisje veilig aan te komen in ons oh-zo vertrouwde Utrecht.

 

 

 

 

 
 
 

 

Huctijd:
Maandag13:00 - 16:00Sonja
Dinsdag13:00 - 16:00Roselinde
Woensdag10:00 - 13:00Diantha
Donderdag13:00 - 16:00Olaf
Vrijdag10:00 - 13:00Marjolein
Postadres:
Muntstraat 2A, 3512 EV Utrecht
Bezoekadres:
Kromme Nieuwegracht 20 kamer 3.11
E-mail:Telefoon:
hucbald@hucbald.nl030-253 9345