Het bedrieglijk slot

Het bedrieglijk slot 4

Archibald tuurde verdwaasd naar de noten. Het leek alsof iemand ze had uitgekrast. Door de zwierige figuren die hij wel kende van de kathedraalschool liepen kaarslrechte rode lijnen. Het leek alsof het wezen, wat het ook was, klauwen had en in een snelle beweging had geprobeerd de muziek onleesbaar te maken. Archibald neuriede een beetje, probeerde de richting van de melodie te volgen. Het lukte hem niet. Geen wonder, je moest de melodie al kennen als je het notenschrift wilde ontcijferen. Hij aarzelde, maar het boek lonkte naar hem, en al snel verdween het onder zijn pyjamajasje en wist hij dat-ie wegkwam. Hij voelde de koele gespen van het boek tegen zijn huid terwijl hij zich een weg baande door de massa.

Toen hij thuiskwam besefte hij dat dit een fout was. Het boek wat hem zo verleidelijk had geleken toen hij in de kamer was, leek hem nu volledig nutteloos. Hij kon toch niets met deze bladmuziek waarvan hij de betoverende melodieën was vergeten.

Die nacht legde hij het boek onder zijn kussen. Hij bad, doofde de kaars en viel al snel in een diepe slaap. Hij had gekke dromen.

“Archibald… Je hebt gestolen van de verkeerde. Ik ben Sint Cecilia, en voortaan zul je mij dienen.”