Columns

Sitecolumn #40

 

Terwijl het carnavalsfeest in het zuiden van het land losbreekt drink ik mijn bier op de meest tegenovergestelde plek mogelijk: één van de oudste cafés van Amsterdam waar gek genoeg helemaal geen muziek op staat. Of de kroegbaas vergeten is deze aan te zetten of dat er helemaal geen muziekinstallatie aanwezig is; het maakt de cafébezoekers te weinig uit om verhaal te halen. Hoe anders gaat het er wel niet aan toe in ‘Mestreech’, ‘Kruikenstad’, ‘Oeteldonk’ en ‘Lampengat’? Carnaval is bij uitstek een feest waar muziek onmisbaar is. Disclaimer: ik als Randstedeling in hart en nieren heb nog nooit carnaval onder de rivieren gevierd, dus mijn perspectief als buitenstaander moet in acht worden genomen bij het lezen van deze column. Gelukkig ken ik wel veel verhalen van vrienden die elk jaar naar hun ouderlijk dorp terugreizen om te hossen en zie ik op Facebook en Snapchat genoeg praalwagens, polonaises en gekke kostuums voorbij komen om het feest niet helemaal te missen. Wat in al die verslaggeving een belangrijke factor is; de carnavalskrakers.

Carnavalsmuziek is hossen en meezingen. Als ik mijn Limburgse huisgenoten mag geloven kent iedereen de nummers, zowel die elk jaar nieuw worden geproduceerd (vaak met een actueel thema in een schunnige leus verwerkt, of gewoon Roy Donders en Patty Brard) als de echte klassiekers. Een oppervlakkige analyse van carnavalskrakers vertelt je dat vrijwel elk carnavalsnummer ook wel makkelijk mee te zingen is. De vrolijke melodieën zijn kort en worden vaak herhaald, de teksten rijmen zo eenvoudig mogelijk en dit komt de ‘meezingbaarheid’ ten goede. Bovendien lijken veel nummers op elkaar door de soortgelijke instrumentatie: koperblazers, een hoempa-hoempa ritme door een grote trom, het is geen wonder dat deze muziek bij een feest met optocht hoort. Carnavalsmuziek lijkt iedereen in dezelfde vrolijke roes te krijgen. Het genre kun je ook wel omschrijven als ‘volksmuziek gone drunk‘. Drugsgebruik en muziek hebben in vele genres een complementaire relatie. Het kalmerende effect van marihuana in combinatie met het trage/zwoele ritme van reggae, maar ook XTC en EDM, waarbij ravers er een kunst van maken bij elk verschillende aantal beats per minute de ideale drugs te matchen. In deze lijn zou je ook prima het effect van bier en het karakter van carnavalsmuziek kunnen correleren. De dronken roes van schaamte- en zorgeloosheid wordt perfect vertaald in de muziek. Bij carnaval kan het niet gek genoeg, zo blijkt wel uit de saamhorigheid waarmee de feestvierders zich in gekke kostuums laveloos drinken.

Terwijl ik de Snapchats van hossende Hucbaldianen doorklik ben ik mij er dan ook helemaal van bewust dat het muziekloze café in Amsterdam precies de reden is waarom zuiderlingen altijd terug zullen keren naar gebieden buiten de Randstad om het katholieke volksfeest te vieren. Het bier smaakt waarschijnlijk stukken beter onder het genot van carnavalsmuziek, maar wat kan ik er nou van weten?