Het bedrieglijk slot

Het bedrieglijk slot 7

Met een harde klap werd Archibald weer terug naar de werkelijkheid getrokken: een boek op zijn kamer in een Roomse herberg was op de grond gevallen. Gedesoriënteerd keek hij om zich heen: levensecht had hij gedroomd over grote metalen vliegende kisten die hem sneller dan de snelste paarden naar de Italiaanse hoofdstad hadden gebracht. Hij had gedroomd over kleine kistjes die landschappen mooier vastlegden dan de beste schilders. Dit soort nonsens kon toch niet waar zijn?

Hij was vast moe geweest van de lange reis naar Rome, beredeneerde hij. Zijn huifkar was onderweg immers kapot gegaan waardoor hij de laatste paar mijl te voet – zijn paard tilde alle bagage – af had moeten leggen. Nog ietwat verward wist hij op te staan uit zijn krakende bedstee en al snel had hij de energie gevonden om het zware boek terug in de boekenkast te zetten.

Net toen hij zich wilde klaarmaken om te gaan genieten van een hapje eten zag hij het licht achter zijn deur flikkeren en compleet verduisteren. De onbekende gestalte die met verstilde tred achter zijn deur langs gleed, liet een brief onder de deurpost achter. Archibald trok lijkbleek weg. De tekst op het stuk papier was, ondanks het onduidelijke handschrift, onmiskenbaar: “Zoek mijn huis. Daar zal je dienst beginnen.” Had hij dit niet gedroomd?