Humans of Hucbald

Humans of Hucbald: Floris Schuiling

Floris Schuiling achter een microfoon

Zou u uzelf even kunnen voorstellen?
Je mag wel jij zeggen, hoor. Nou, ik ben Floris. Ik ben nu universitair docent moderne en hedendaagse muziek. Ik heb in Utrecht gestudeerd, ik heb een bachelor en onderzoeksmaster gedaan. Daarna heb ik vijf jaar lang in Cambridge gewoond. Daar ben ik gepromoveerd met onderzoek naar geïmproviseerde muziek. En toen was ik daar in 2015 mee klaar en sindsdien werk ik in Utrecht. [Daar] heb ik nog een post-doc gedaan, en sinds februari vorig jaar ben ik in vaste dienst in Utrecht.

Hoe vind je het tot nu toe, om op de Universiteit Utrecht te werken?
Ja, leuk. Het is veel werk; er is hoge werkdruk en dat is wel eens lastig, maar ik zou niet anders willen dan docent muziekwetenschap zijn.

Had je ook de muziekwetenschap in Amsterdam overwogen?
Toen ik ging studeren… Ik kom uit Amstelveen, dus Amsterdam was heel dichtbij. Dus dat had er misschien wel mee te maken dat ik liever naar Utrecht ging, om dan ook ergens anders naartoe te gaan. Toen was er voor mij ook een beetje de keuze om… De historische kant in Utrecht leek me interessanter dan de etnomusicologische benadering in Amsterdam. Ik weet niet of ik diezelfde keuze nu nog zou maken, zegmaar. Maar, dat waren de twee overwegingen om naar Utrecht te gaan, als ik het me goed herinner. En ja, qua werk… De banen aan de universiteit liggen niet voor het oprapen. Dus als Amsterdam mij een baan had aangeboden, had ik die waarschijnlijk net zo lief aangenomen.

En kan je ons ook vertellen over het onderzoek dat je allemaal hebt gedaan?
Ja, ik ben dus gepromoveerd op de Instant Composers Pool. Dat is een improvisatiecollectief, dat bestaat al sinds 1967 en ze treden nog steeds op. Er is één van de drie oorsponkelijke leden, die leeft nog, en die is nog altijd actief. En, nou ja, dat onderzoek ging erover dat, zij komen zowel uit de jazz als uit de klassieke hoek. Een van de oprichters was Misha Mengelberg, die was opgeleid als componist, en die schreef heel veel composities voor de groep. Terwijl het in de kern nog steeds vrije improvisatie is. Wat ik een interessante vraag vond, vind ik nog steeds, is: hoe gaat dat dan in zijn werk. Want die composities die ze hebben, het genoteerde materiaal, is op geen enkele manier… Het feit dat zij genoteerd materiaal spelen en het feit dat zij improviseren, dat bijt elkaar op geen enkele manier. Dat vond ik interessant, dus mijn onderzoek ging dus heel erg over: hoe kan je nou muzieknotatie ook als een soort bron van creativiteit zien in geïmproviseerde muziek? En dat vind ik dus best wel uniek aan die groep. Inmiddels weet ik dat er wel andere groepen zijn, waar je dat ook ziet. Maar, dat vond ik een interessante vraag, eentje die volgens mij nog nooit echt gesteld was. Daar ben ik dus op gepromoveerd.

Vervolgens, mijn post-doc, is meer gegaan over eigenlijk andere muziekpraktijken en andere vormen van notatie, waar soms ook improvisatie bij komt kijken, maar waar ik eigenlijk dacht: ja, volgens mij heb ik nu iets bedacht over hoe notatie werkt in de muziekpraktijk wat breder toepasbaar is. Dus toen ben ik meer vergelijkend onderzoek gaan doen naar verschillende vormen van notatie naar verschillende vormen van notatie in verschillende soorten muziek. Dat is wat ik de afgelopen paar jaar heb gedaan, maar ik blijf wel geïnteresseerd in Nederlandse muziekgeschiedenis, recente muziekgeschiedenis, en de experimentele muziek, dat soort dingen.

Speel je zelf ook instrumenten?
Ja, ik speel piano, en eigenlijk alles wat een toetsenbord heeft. Ik heb hier een oud Hammond-orgeltje, ik heb nog een synthesizer liggen ergens. Ik ben nog niet zo heel lang geleden, inmiddels bijna drie maanden geleden, verhuisd. Deze kamer was eerder wel ingericht, maar toen moest hij geschilderd worden. Daarom is het nu nog een beetje leeg hierachter. Maar goed. Dus die synthesizer, die zit ook nog ergens in een doos.

Dus je bent wel echt een toetsenist?
Ja. Ja, ik zing ook wel, maar eigenlijk veel minder.

Ben je meer een solo-artiest of zit je ook wel in bandjes?
Nou, toen ik op de middelbare school zat heb ik ook veel in bandjes gezeten, ja, en ook wel meer solo. Maar tegenwoordig speel ik gewoon voor mijn eigen plezier en heb ik niet erg veel tijd daarnaast om op te treden of te oefenen ofzo. Het lijkt me op zich wel leuk, om een groep mensen te hebben om regelmatiger mee te spelen, maar dat komt er niet zo van.

Schrijf je ook wel zelf muziek?
Nee, eigenlijk niet. Ik heb wel overwogen om misschien Ableton of FL Studio aan te schaffen, maar dat is er nog niet van gekomen en ik weet niet of dat er ooit van komt. Maar nee. Ja, je bedenkt wel eens wat. Ik heb op dewel eens wat verzonnen op de piano. Ik improviseer veel en soms bedenk je dan iets waarvan je denkt: dit moet ik onthouden.

Als je muziek zou maken [componeren], wat voor muziek zou dat dan zijn? Zou dat heel experimenteel zijn, omdat je veel met improvisatie bezig bent?
Ja, goeie vraag. Ik ben wel echt geïnspireerd geraakt door die manier van spelen die de Instant Composers Pool heeft, en die manier van componeren die Misha heel erg had. Dus ik zou wel materiaal maken dat zich leent voor improvisatie. Wat ik ook interessant vind, is een componist, die bespreek ik ook wel eens in colleges, James Saunders. Die schrijft stukken die heel erg gaan over interactie tussen muzikanten, dus hij probeert echt een soort situaties te creëren waar een soort probleem bestaat dat de muzikanten samen moeten oplossen, zeg maar. Dat vind ik altijd hele interessante stukken, dus ik kan me voorstellen dat dat ook iets is wat ik zou doen.

Dan gaan we even terugblikken naar jouw Hucbald-tijd. Hoe was dat toen?
Ja, leuk! Ik ben in 2006, volgens mij, aan mijn bachelor begonnen. Daarvoor heb ik nog een tijdje aan de VU gestudeerd. Ik ben ooit begonnen met klassieke talen. Daar kwam ik er na drie weken achter dat dat geen goed idee was. Toen ben ik het jaar daarop, 2006, met mijn bachelor muziekwetenschap begonnen. Ik heb daarnaast ook filosofie gestudeerd.

Ik vond eigenlijk direct Hucbald een heel leuke studievereniging. Ik had ook wel de bewuste keuze gemaakt om muziekwetenschap echt als hoofdrichting te doen en filosofie er meer naast. En eigenlijk al vanaf de introductieweek, we gingen altijd – ik weet niet of jullie dat nog steeds doen, maar ja, dit jaar mag dat niet, maar dan gingen we een paar dagen ergens in een huisje zitten ter introductie. Dat was echt hartstikke gezellig. Daar voelde ik me heel erg welkom. En toen ben ik volgens mij in het tweede jaar al het bestuur in gegaan. Dus toen heb ik een jaar lang bestuur gedaan. Het was altijd heel gezellig. Het was een kleine opleiding, het is denk ik nog steeds ongeveer van vergelijkbare grootte. Ik denk dat er nu veel meer commissies en veel meer activiteiten zijn. Tenminste, die indruk wekken jullie. Dus toen was dat iets minder. Één ding dat we toen zijn gaan doen, en volgens mij zijn we daar toen mee begonnen, dat is het koorproject. Tijdens ons bestuursjaar hebben we een stuk, een mis van Orlando di Lasso gezongen, en dat was heel erg leuk. Toen, ik geloof het jaar daarop is voor het eerst een requiem gedaan, en toen is een beetje die traditie ontstaan om dat te doen, met herdenkingsdag uitvoeren. Maar goed. Ik heb er hele goede herinneringen aan. Ik was gisteren nog op bezoek bij een vriend van me met wie ik toen ook in het bestuur zat. Die spreek ik nog steeds vaak. De andere twee bestuursleden eigenlijk nooit meer, al heel lang.

Weet je nog het hoeveelste bestuur dat was?
Nee. Ergens in de zestig. Vierenzestig, vijfenzestig? Ik weet het niet.

Welke commissies waren er toen?
Er was een reiscommissie, een introductiecommissie. Ik denk dat er ook wel een websitecommissie was, maar goed, dat was waarschijnlijk gewoon iemand. Ja, je had natuurlijk gewoon voor de feestjes en zo, was er wel een commissie. Feestjes en borrels. Meer herinner ik me er eigenlijk niet.

Ken je Michiel Kamp dan ook van jouw jaar?
Michiel Kamp? Nee, die zat een jaar boven mij. Ik heb hem wel eens gesproken, maar dat kwam eigenlijk pas in de master. Ik weet nog, ik zat toen in het eerste jaar van mijn master, hij in het tweede. Toen was er een – hoe heet dat ook alweer? Ik vergeet het woord altijd. Dat de overheid even wil toetsen of de opleiding wel aan alle eisen voldoet. Toen weet ik nog dat ik samen met Michiel naar Den Haag in de trein ging, en dat we eigenlijk meteen een heel leuk gesprek hadden. En toen later hebben we allebei in Cambridge gestudeerd. Hij was daar ook een jaar eerder begonnen dan ik. Daar zijn we meer vrienden geworden.

Zijn jullie ook in dezelfde periode als docent bij Universiteit Utrecht beland?
Ja, er was toen een vacature voor een docent en hij was toen net klaar met zijn promotie. Toen heeft hij die baan gekregen. Ik was een jaar later begonnen, ik ben ook een jaar later gepromoveerd. Toen was er dus een docent, die werd ziek, daar ben ik toen voor ingevallen.

Tot slot: heb je nog een laatste wijsheid voor de leden van Hucbald?
Ik zou zeggen, verdiep je in iets wat je leuk vindt, wat je boeiend vindt. En werk daaraan. Als je van een bepaald soort muziek houdt, en daar veel vanaf weet en daarin gespecialiseerd bent en daar veel naar luistert en daar graag over leest, is het waarschijnlijk het beste om je daarin te verdiepen en je daarin te specialiseren. Dan is er altijd wel iemand die dat oppikt en dat ook interessant vindt, en dan kom je er wel.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.