Welkom bij Studievereniging Hucbald!

Dit is de site van Studievereniging Hucbald, de studievereniging van Muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht. Op deze site kun je alles te weten komen over de studie Muziekwetenschap, maar ook over Studievereniging Hucbald en aankomende activiteiten.
6 February 2017
Artikel

Door: Cas Versluijs

 

Elke maand (zo ongeveer) zetten we in deze rubriek een musicus (pop, klassiek, jazz, of iets heel anders) in het zonnetje. Misschien omdat die onbekend is, misschien omdat de muziek niet altijd musicologisch de aandacht krijgt die die verdient. Deze maand: twintigste-eeuws componist Philip Glass.

 

Een weekje geleden, op 31 januari, werd Philip Glass 80 jaar. Een prachtige leeftijd natuurlijk, en daarom zijn er over de hele wereld talloze uitvoeringen van stukken van hem. Een mooi moment om eens te kijken naar het leven en werk van deze componist, door het publiek geliefd maar door critici niet altijd even geaccepteerd.

 

Philip Glass werd, zoals gezegd, geboren op 31 januari 1937 in Baltimore, in de Amerikaanse staat Maryland. Op zijn zesde leerde hij viool spelen, en op zijn achtste dwarsfluit aan het Peabody Conservatory of Music. Op zijn twaalfde schreef hij zijn eerste composities, terwijl hij in zijn vaders platenzaak werkte. Op zijn vijftiende ging hij al naar de University of Chicago, waar hij pianoles kreeg van Marcus Rasking, die hem introduceerde tot de twaalftoonstechniek. Hij gebruikte deze techniek zelf ook tijdens zijn studie, maar had er weinig mee en stopte ermee zodra hij afgestudeerd was. In 1956 nam hij lessen bij de prestigieuze Juilliard School in New York, maar had niet genoeg geld om er echt te studeren, dus werkte hij 9 maanden in een staalfabriek in Baltimore als kraanmachinist. Aan het einde van 1957 kon hij eindelijk beginnen bij de Juilliard School, waar hij les kreeg van William Bergsma en Vincent Persichietti in tonale composities. Ook schreef hij muziek voor het McCarter Theater in Princeton.

 

Tussen 1961 en 1963 kon hij door een beurs van de Ford Foundation voor veel verschillende ensembles in Pittsburgh gaan werken als componist. Daarna ging hij voor twee jaar naar Parijs, om daar in de leer te gaan bij Nadia Boulanger. Hier werd hij gevraagd door regisseur Conrad Rooks om Ravi Shankars muziek voor de film Chappaqua om te schrijven naar Westerse notatie. Daarom reisde hij in 1966 naar India, waar hij Tibetaanse vluchtelingen en de dalai lama leerde kennen. Ook kwam in 1966 zijn eerste strijkkwartet uit, waarbij zijn “minimale” stijl al duidelijk naar voren kwam.

 

Na zijn periode in Parijs reisde Glass naar Noord-Afrika en weer naar India. Daarna ging hij terug naar New York, waar hij een concert van Steve Reich bijwoonde, die een grote invloed op Glass had. In deze periode richtte Glass het Philip Glass Ensemble op, om zijn unieke composities te spelen, met name in popgelegenheden. Steve Reich speelde soms mee in dit ensemble. In deze periode schreef Glass echte minimalistische composities als Two Pages, Music in Twelve Parts en Music in Fifths. De eerste traditionele concertzaal waarin Glass’ muziek werd uitgevoerd was de Town Hall van New York, die Glass zelf afhuurde om zijn Music in Twelve Parts uit te voeren. Dit stuk werd in een periode van vier jaar gecomponeerd (oorspronkelijk sloeg Twelve Parts op de bezetting, niet de opbouw), en was uiteindelijk vier uur lang.

 

In 1976 ging de opera Einstein on the Beach in première, een samenwerking met Robert Wilson. Dit was de doorbraak van Philip Glass. Het libretto bestond onder andere uit solmisatielettergrepen, getallen en delen uit het dagboek van de autistische jongen Christopher Knowles. De kostuums waren de typische kleding van Einstein: trui en een broek met bretels. De hele uitvoering beslaat vijf uur, waarbij het publiek naar binnen en buiten mag lopen als het wil (en ik denk dat je dat wel wil bij een voorstelling van zo lang).

 

De jaren hierna bleef Glass focussen op het theater. Hij kortte de muziek in van Einstein on the Beach voor de opnames (wat meteen kritiek losmaakte dat er dus te veel herhaling in de muziek zat), en schreef twee nieuwe opera’s: Satyagraha (1980) en Akhnaten (1984). Hierna werkte hij weer met Robert Wilson samen aan the CIVIL warS: a tree is best measured when it is down (de hoofdletters zijn oorspronkelijk, ik had niet per ongeluk Caps Lock ingedrukt), met ook muziek van onder andere David Byrne (van de band Talking Heads) en Franz Schubert. In 1982 schreef hij zijn eerste filmmuziek, voor de film Koyaanisqatsi. Ook de vervolgen op deze film, Powaqqatsi (1988) en Naqoyqatsi (2002) werden door hem van muziek voorzien. Later heeft hij ook voor films als The Hours (2002) en Notes on a Scandal (2006) muziek gecomponeerd.

 

In de jaren ’80 en ’90 kwam Glass in de publieke belangstelling: hij mocht de muziek schrijven voor het ontsteken van de Olympische vlam bij de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles, en in 1992 schreef hij de opera The Voyage voor de vijfhonderdste verjaardag van het aankomen van Columbus in Amerika. Hierna schreef Glass een trilogie van muziek gebaseerd op films van Jean Cocteau (Orphée in 1991, La belle et la bête in 1994 en Les enfants terribles in 1996), waarbij de media van muziek en film op een bijzondere manier werden gecombineerd. In 1992 schreef hij zijn eerste symfonie Low, gebaseerd op het gelijknamige elektronische artrockalbum uit 1977 van David Bowie, die juist vijftien jaar eerder Glass als een van zijn grootste inspiraties noemde. Vergelijk de nummers Warszawa uit het album van Bowie en de symfonie van Glass. Je hoort de invloeden van het minimalisme van Glass (veel herhalingen, de lange frases, etc.) in Bowie en natuurlijk de melodie van Bowie weer in Glass. In 1996 deed hij hetzelfde met zijn vierde symfonie gebaseerd op het volgende album van Bowie, Heroes uit 1977. Opnieuw kan je duidelijk de overeenkomsten tussen Bowie en Glass horen. De afgelopen 20 jaar heeft hij ook niet stilgezeten. In die periode heeft hij nog eens onder andere negen concerti, vier strijkkwartetten, zeven symfonieën (waarvan de laatste op zijn verjaardag voor het eerst uitgevoerd) en een enorme hoeveelheid werk voor piano en orgel uitgebracht. Oftewel: te veel om hier op te noemen. Het moge duidelijk zijn dat Glass een van de meest productieve en invloedrijke componisten is van de vorige (en tot nu toe deze) eeuw. Hoewel zijn minimalisme en toegankelijkheid misschien niet bij iedereen in de smaak vielen, is zijn muziek nog steeds ongekend populair en relevant, wat nog maar eens bleek bij de heel goed bezochte concerten voor zijn verjaardag.

30 January 2017
Mededeling

Door: Diantha Vreeken

 

Over ongeveer een maand zal de 89ste Oscaruitreiking plaatsvinden, en dat betekent dat de nominaties bekend zijn en de Oscar buzz begonnen is. Vroeger dacht ik mezelf wel een filmliefhebber te kunnen noemen, maar nu ik geobsedeerde vrienden heb die minstens 8 films per week zien durf ik dat niet meer. Muziekliefhebber ben ik nog altijd wel, dus laat ik gewoon eens wat leuke muziek-en-Oscars-feitjes delen.

 

Wist je bijvoorbeeld dat er maar twee vrouwelijke componisten een Oscar hebben gewonnen? Namelijk Rachel Portman met Emma (1996) en Anne Dudley met The Full Monty (1997). Of dat Herbie Hancock met Round Midnight (1986) de enige Afro-Amerikaanse winnaar is van een Best Original Score? Van componist George Gershwin weten de meesten wel dat hij muziek voor films schreef, maar wist je dat Dmitri Shostakovich dat ook deed? In 1961 kon hij net geen Oscar binnenslepen, daar de arrangeurs van West Side Story ermee vandoor gingen. Oh, en op 87-jarige leeftijd was Ennio Morricone de oudste winnaar ooit, met zijn score voor The Hateful Eight (2015).

 

Dit jaar ontving musicalfilm La La Land de meeste nominaties: maar liefst 14. Slechts twee andere films ontvingen zo veel nominaties: Titanic (1997) en All About Eve (1950). Dat een musicalfilm uit de 21ste eeuw zich nu bij dat lijstje heeft aangesloten zag niemand aankomen. Hoewel musicals en uitgebreide muzikale scores er in het dagelijks leven nog weleens van beschuldigd worden oppervlakkig en kitscherig te zijn, doet muziek het bijzonder goed in de geschiedenis van the Academy Awards. Zo ontving Walt Disney 59 nominaties, waarvan hij er 26 won. Hiermee houdt hij het record voor de meeste nominaties, én de meest gewonnen Oscars ooit. En ja, ál deze films waren musicals of stonden in het teken van muziek. Maar goed, Walt Disney leeft niet meer, en dat waren toch echt andere tijden.

 

Wist je bijvoorbeeld dat er vroeger meerdere muziekcategorieën bestonden? Best Original Score en Best Original Song kennen we nu nog, maar van 1941 tot 1984 bestonden ook Scoring of a Musical Picture en Best Original Song Score and Adaption Score. Deze zijn inmiddels samengevoegd tot één, nog steeds bestaande (!) categorie: Best Original Musical. Na Purple Rain (1984) is deze echter niet meer uitgereikt omdat er tot op heden onvoldoende inzendingen zijn geweest die aan alle kenmerkende en kwalitatieve eisen voldoen, zoals het hebben van minstens vijf originele liedjes. Ik zou het prachtig vinden om mee te mogen maken dat deze categorie weer eens uitgereikt kon worden, want wat mij betreft is meer muziek meer beter. Maar ik studeer dan ook Muziekwetenschap… (joh, echt?).

 

Nu ik erover nadenk zou ik een kleine groei in (kwalitatieve) musicalfilms echt heel erg graag willen verwelkomen. Hoewel het absoluut niet zo hoeft te zijn, bevatten veel musicals een dosis vrolijkheid, liefde en hoop. Soms krijg ik het gevoel dat er geen plek meer lijkt te zijn voor dergelijke thema’s. Optimistische literatuur? Hit me up als je iets kunt bedenken. De top 20 van de top 2000? Om depressief van te worden. Het druipt van ernst, verdriet, boosheid en frustratie. Emoties die gezien de huidige stand van zaken goed te verklaren zijn, maar waar ik persoonlijk dus niet nóg meer behoefte aan heb. Stiekem hoop ik de komende tijd iets meer escapisme te zien, en is muziek niet een perfect middel om dat te bereiken? Suture theory, iemand?

 

Maar goed, nog even terug naar die feitjes. Zeurderige types hebben mij weleens verteld dat ik niet nostalgisch moet blijven verlangen naar die goede oude tijd. Dat muziek het vroeger zo goed deed bij de Oscars is leuk en aardig, maar nu is daar gewoon geen sprake meer van. Maar zal ik je eens vertellen hoe het zit met levende recordhouders? Want dat zijn dus echt geen acteurs of regisseurs. De recordhouder van de meest gewonnen Oscars (8) is componist Alan Menken (HA), en de recordhouder van de meest ontvangen nominaties (50) is componist John Williams (nog een keer HA).
 

 

18 January 2017
Artikel

Van Tuba tot Tubby
Een korte geschiedenis van de tuba

Door: Ivo Lemken

 

Soms ben je zo trots op een essay dat het pijn doet hem ergens in een lade te laten verstoffen of hem achter te laten in een nooit meer geopende map op je computer. Om voor deze essays toch een plekje te vinden, hebben we Essay Uitgelicht, waar we ze vereeuwigen op deze site! Hierbij de eerste editie: een essay van Ivo Lemken over de geschiedenis van de tuba, in het kader van het vak Muziek van de westerse wereld B.

 

Heb je zelf een essay geschreven dat je wil laten zien aan de wereld? Stuur hem op naar siteco@hucbald.nl!

 

 

Op 12 september 1835 werd in Pruisen het patent op de tuba verleend aan Johann Gottfried Moritz en Wilhelm Friedrich Wieprecht. 110 jaar later, in 1945, verscheen het eerste werk voor solotuba en orkest. Het was een muziekstuk voor kinderen dat uitgevoerd werd met een verteller. Het verhaal gaat ironisch genoeg over de kleine tuba Tubby die door de andere orkestinstrumenten gepest wordt met het feit dat hij geen solo’s mag spelen. Hij loopt verdrietig weg en ontmoet een kikker die hem vertelt dat het niet uitmaakt wat de andere instrumenten vinden. Tubby gaat naar huis. Het werd een hit en de in 1947 gemaakte verfilming werd zelfs genomineerd voor een Oscar. In 1954 schreef Ralph Vaughan Williams het eerste tubaconcert. Hoe verliep deze ontwikkeling van de eerste tuba tot aan deze eerste solowerken voor tuba? In mijn paper zal ik deze vraag aan de hand van de volgende deelvragen behandelen. Welke technologische ontwikkeling hebben geleid tot de ontwikkeling van de tuba in 1835? Hoe ontwikkelde het instrument zich verder? Hoe verliep de opmars van de tuba in het symfonisch repertoire en hoe werd het instrument gebruikt door componisten? Waar en hoe ontstond het eerste solistische werk en hoe ontwikkelde de tuba zich als een solo-instrument? Aan de hand van deze vragen hoop ik een compleet beeld te scheppen van de ontwikkeling van de tuba tot aan 1960.

 

Er zijn weinig uitvindingen zo invloedrijk geweest in de muziek als de uitvinding van het ventiel. In 1814 ontwikkelden Friedrich Blühmel en Heinrich Stölzel het eerste ventiel. Dit ventiel patenteerden zij in 1818 en plaatsen zij op een hoorn. Met het gebruik van twee ventielen konden op deze hoorn verschillende reeksen natuurtonen gespeeld worden, maar het gebruik ervan was onhandig en het was nog niet mogelijk om een volledige chromatische toonladder te spelen. In 1819 wist Friedrich Schneider echter een hoorn te bouwen met drie aan de zijkant gepositioneerde ventielen, waardoor een makkelijker bespeelbaar chromatisch instrument ontstond. De ontwikkeling van het ventiel ging verder en verschillende soorten ventielen werden ontwikkeld. [1] In 1835 kwamen Moritz en Wieprecht met de Berliner Pumpe, een soort piston dat verschillende problemen van eerdere ventielen wegnam. Dat dit duo zowel de tuba als de Berliner Pumpe ontwikkelde, zal zeker verband houden. De vraag of de tuba de reden was voor de ontwikkeling van het nieuwe ventiel of dat de Berliner Pumpe de makers op het idee van de tuba bracht, is echter onduidelijk.[2]

 

De eerste tuba was goed doordacht. Het instrument had als grondtoon de F in het contraoctaaf en kon door zijn vijf ventielen alle noten tot aan de grondtoon spelen. De toonkwaliteit liet echter vooral in de laagte te wensen over. Het instrument had ondanks zijn lage stemming een relatief kleine boring. Het mondstuk had een boring van 14,8 mm en de beker van de tuba had een diameter van 157 mm.[3] Ter vergelijking: een hedendaagse tuba in dezelfde stemming heeft vaak ongeveer dezelfde boring voor het mondstuk, maar de beker heeft vaak een diameter van circa .

 

Deze groei zette al snel in en het instrument begon steeds meer op de hedendaagse tuba te lijken. Verder kwamen er verschillende stemmingen tuba in omloop. De belangrijkste stap in dit gebeid was waarschijnlijk de ontwikkeling van de contrabastuba in 1845 door de Tsjechische firma Červeny.[4] Deze tuba was gestemd op de C in het contraoctaaf. Ook begonnen bouwers verschillende variaties op de originele bastuba te bouwen. Zo ontstonden onder andere de Franse C-tuba (een octaaf hoger dan de Duitse C-tuba) en het euphonium. Verder werkten verschillende bouwers aan manieren om de klank, stemming en het speelgemak te verbeteren. Dit gebeurde onder andere door vernieuwingen in de bouw van ventielen, andere materiaalkeuze en nieuwe ontwerpen. Dit alles leidde tot een grote variatie in de bouw van tuba’s, waardoor het ook steeds gebruikelijker werd dat tubaïsten meerdere tuba’s hadden om verschillende klankkleuren te kunnen produceren.

 

De tuba werd al vroeg geroemd om zijn unieke klank en raakte via (militaire) blaasorkesten snel wijdverspreid. Het duurde langer voordat componisten ook in symfonisch werk tubapartijen begonnen te schrijven. De eerste vaste tubaplekken in symfonieorkesten verschenen in de jaren veertig van de negentiende eeuw in de orkesten van opera’s in de Duitse staten. Richard Wagner was een van de belangrijkste componisten die de tuba al in een vroeg stadium gebruikte. Hij gebruikte de tuba voor het eerst in 1840 in Eine Faust-Ouvertüre, maar het is onzeker of deze partij niet in eerste instantie voor ophicleïde geschreven was met het oog op de opera van Parijs, maar zeker is dat de partij vanaf de herziene versie van 1855 tuba werd voorgeschreven.[5] Vanaf Das Rheingold schrijft Wagner regelmatig contrabastuba voor. Bruckner volgde hem in dit gebruik. Brahms was terughoudender in zijn gebruik van de tuba en gebruikte hem alleen op het moment dat het in zijn ogen daadwerkelijk een toevoeging was.

 

Het gebruik van de tuba groeide door de jaren heen. Gustav Mahler schreef in het derde deel van zijn eerste symfonie de eerste tubasolo in het symfonisch repertoire. Hier is de solo nog verstopt als derde inzet in de canon, maar later, in zijn zesde symfonie, speelt de tuba als enige aan het begin van het vierde deel. Mahler laat in de opening van dit deel niet alleen horen dat de tuba als solo-instrument gebruikt kan worden, maar ook dat de tuba samen met de hoorns tot het zacht koper behoort. Hiermee werkt de tuba als schakel tussen de hoorns, het overige koper, het lage hout en de lage strijkers. Zo wordt de solomelodielijn verdeeld over de tuba, de basklarinet, de fagotten en de hoorns. Vervolgens wordt een koraal ingezet in het hout, de hoorns en de tuba. Pas veel later zien we dat de tuba samen met de trombones wordt ingezet. Mahler zet de tuba dus breed in en vraagt veel van het instrument en de bespeler; de ambitus van de partij beslaat bijna drie octaven. Hiervoor was een ver ontwikkeld instrument nodig en een gevorderde bespeler.

 

Na deze eerste tubasolo’s volgden andere componisten en werden zelfs de eerste symfonische werken met twee tuba’s geschreven. Zo gebruikte Strauss zowel in Also sprach Zarathusra en Eine Alpensinfonie twee tuba’s.

 

In de Oost-Europese symfonische muziek zorgde Nikolai Rimski-Korsakov voor de ingebruikname van de tuba. Hij was inspecteur bij de muziekkorpsen van de Russische marine en kwam aldaar in aanraking met de tuba.[6] Hij was onder de indruk van het instrument en schreef uitdagende partijen voor tuba in zijn werken. Zo liet hij in zijn Scheherazade de tuba samen met het overige koper tongslag gebruiken. Als docent compositie en instrumentatie aan het conservatorium van Sint Petersburg gaf hij zijn positieve ervaringen door aan zijn studenten zoals Stravinski en ook bevriende componisten, zoals Borodin en Tsjaikovski beïnvloede hij. De invloed van Rimski-Korsakov was groot. De tuba werd in Rusland veel en vaak gebruikt. Tot de bekendste voorbeelden behoren ongetwijfeld de partijen in de balletten van Stravinski. Deze partijen, met onder andere een tubasolo in Petrouchka en twee tubapartijen in Le Sacre du Printemps, waren geschreven voor Franse C-Tuba. Dit was namelijk gebruikelijk bij het Ballet Russes. Ook Prokofjev schreef meerdere tubasolo’s en liet de tuba donderen in de bekende Dans van de Ridders in Romeo en Julia. Sjostakovitsj schreef twee tubapartijen in zijn vierde symfonie en liet de bastrombone en de tuba tegen het volledige orkest in de dreigende tegenmelodie spelen in zijn tiende symfonie.

 

In Frankrijk ontstonden bijzonder solistische tubapartijen door het gebruik van de Franse C-tuba. Deze tuba was een octaaf hoger gestemd zoals de bekende solo in “Bydlo” in de orkestratie van Moessorgski’s Schilderijententoonstelling van Ravel. De lagere partij in andere delen van hetzelfde stuk duidt er echter op dat naast deze hoge C-tuba ook nog een lager instrument gebruikt werd om de basfunctie te vervullen.

 

In Groot Brittannië ontstond ook een eigen tubatraditie, met name, omdat veel technieken uit de bouw van het euphonium, hier ook gebruikelijk werden bij het bouwen van tuba’s. Zo ontstonden de tuba’s die qua uiterlijk vooral opvallen doordat hun beker naar rechts wijst, maar in klank ook afwijken doordat de buis tot aan de ventielen cilindrisch en niet conisch is. Britse componisten maakten dan ook veelal anders gebruik van de tuba en lieten deze minder samenspelen met het hout en de hoorns en meer met het scherpkoper. Deze traditie zien we ook in The Planets van Gustav Holst. Holst maakt hier gebruik van een euphonium die veelal samen met de tuba speelt in meerdere solo’s.

 

In de volledige symfonische wereld schoof de tuba meer en meer naar de voorgrond en vanaf de jaren twintig van de twintigste eeuw ontstonden de eerste solowerken voor tuba. Ook hier kwam de aanzet vanuit de blaasorkesten. Componisten die voor solotuba schreven, waren vaak vooral bekend door hun muziek voor brassbands, fanfares en harmonieorkesten. Pas na de Tweede Wereldoorlog verschijnen ook werken van bekendere componisten voor solotuba. Zo verscheen in 1950 Waltz for Mippy III van Leonard Bernstein, in 1953 het al eerder genoemde Tuba Concerto van Ralph Vaughan Williams en in 1955 de Sonate van Paul Hindemith.

 

We kunnen dus concluderen dat de tuba een instrument is dat zijn bestaan dankt aan de uitvinding van het ventiel. Door de jaren heen is de tuba behoorlijk gegroeid in omvang. Hierdoor kreeg het instrument vooral in de laagte een stabielere en rondere klankleur. Technische verbeteringen hebben ook in stemming en speelgemak voor grote verbeteringen gezorgd. Het instrument raakte snel wijdverspreid bij blaasorkesten en werd daar gehoord door componisten als Wagner en Rimski-Korsakov die het instrument al snel gingen gebruiken in hun eigen werk. Dankzij hun invloed werd het instrument geleidelijk aan een vast onderdeel van het symfonieorkest. Het instrument kreeg een steeds prominentere rol en werd ook meer en meer gezien als een solo-instrument, maar pas na de Tweede Wereldoorlog verschenen de eerste grote solowerken.

 

Ik heb in mijn paper vele onderwerpen overgeslagen. Sommige onderwerpen heb ik bewust buiten beschouwing gelaten, zoals de tenortuba, de euphonium, de saxhoorns, voorlopers van de bastuba in het orkest en varianten op de tuba zoals helicons en sousafoons. Andere onderwerpen had ik graag belicht, maar kon ik door een gebrek aan informatie niet behandelen. Zo is er maar weinig bekend over de verschillende soorten tuba’s die in verschillende landen gebruikt zijn en de meningen van componisten over welke klankvoorstelling zij bij de tuba hadden. Deze informatie zou bijzonder waardevol zijn voor de uitvoeringspraktijk. Het is immers ook een raar fenomeen dat er aan de ene kant zoveel geld uitgegeven wordt om precies de juiste soort klokken, klarinetten en andere instrumenten te verkrijgen voor een uitvoering, terwijl de keuze van de tuba meestal puur afhangt van de smaak van de tubaïst. Door onderzoek te doen op basis van archieven van orkesten, instrumentenbouwers en muziekinstrumentenmusea, zou hier meer duidelijkheid over verschaft kunnen worden. Ook zou er volgens mij meer onderzoek gedaan moeten worden naar de tubapraktijk van de laatste veertig jaar.

 

 

Geraadpleegde literatuur

Ahrens, Christian. Valved Brass: The History of an Invention. Vertaald door Stephen Plank. Hillsdale, NY: Pendagron Press. 2008.

Baines, Anthony. Brass instruments: their history and development. London: Faber & Faber. 1976.

Bevon, Clifford. The Tuba Family. London: Faber & Faber. 1978.

Herbert, Trevor en John Wallace. The Cambridge Companion to Brass Instruments . Cambridge: Cambridge University Press. 1997.

Heyde, Herbert. Das Ventinblasinstrument: Seine Entwicklung im Deutschsprachigen Raum von den Anfängen bis zur Gegenwart. Wiesbaden: Breitkopf & Härtel. 1987.

Mahler, Gustav. Symphonie nr.6:in Vier Sätzen für Grosses Orchester. Lindau: Kahnt. 1963.

Morris, R. Winston en Daniel Perantoni. The New Tuba Source Book. Bloomingdale, IN: Indiana University Press. 2006.

 

[1] Christian Ahrens, Valved Brass: The History of an Invention. vert. Stephen Plank (Hillsdale, NY: Pendagron Press, 2008), 1-2.

[2] Clifford Bevan, The Tuba Family (Londen: Faber & Faber, 1978), 76.

[3] Bevan, Tuba Family, 84.

[4] Bevan, Tuba Family, 135.

[5] Bevan, Tuba Family, 135.

[6] Bevan, Tuba Family, 143.

2 January 2017
Column

Door: Paula Breeuwer

 

Het eind van het jaar nadert, nog een paar uurtjes en we zijn in 2017. Het is helemaal stil hier op Olympos (wie gaat er nou sporten op 31 december?), maar vanavond barst het hele land los met vuurwerk. Wat heerlijk deze dagen: je volproppen met oliebollen, appelflappen en nog meer lekkers, kerstliedjes zingen, spelletjes met familie, open haardje aan…Goede voornemens voor het komende jaar en een overzichtje van 2016 horen er dan natuurlijk ook bij. De meeste mensen zullen het met mij eens zijn, it was quite a terrible year. Ik zal niet verder ingaan op de Brexit, Amerikaanse verkiezingen en andere politieke gebeurtenissen, daar hebben we genoeg van gehoord en zullen we genoeg van horen.

 

Wat ook heel markant was, zijn alle doden. Pierre Boulez, David Bowie, Otis Clay, Prince, George Michael, Alan Rickman (ja, het is geen musicus maar ik moest het zeggen oké :’( ) om er een paar te noemen. Het lijkt wel een slagveld. De cultuurwereld zal ze missen.

 

Aan het eind van het jaar zijn overal op internet lijstjes te vinden, van de top 2000 tot 90’s bangers. Ik heb de tophits van Spotify nagekeken en ik moet toegeven dat ik maar weinig van die nummers ken. Dat wordt eens mijn goede voornemen. Het is hoogst tijd dat ik meer interesse ga tonen in actuele muziek. Ik bedoel, early music history is super leuk maar met motetten uit de 14de eeuw kom je niet zo ver op een feestje(!)

 

2016 was niet alleen maar negatief, er zijn ook superleuke dingen gebeurd. Als Harry Potterfanaat was ik ook super excited met de komst van Fantastic Beasts in november. De naam zegt het al, het was echt fantastisch, ook de muziek door James Newton Howard. Ik heb zelfs de plaat voor mijn verjaardag gekregen (thanks to the praesis!).In het begin quote Howard de Hedwig’s Theme van Williams en je krijgt direct een nostalgisch en opwindend gevoel. Daarna gaat hij door met zijn eigen thema’s en ze sluiten zo goed af op de magische wereld en op de setting van de film in de 1920’s! Het publiek gaat helemaal mee in de sfeer door blues- en jazzelementen.

 

Een ander hoogtepunt van dit jaar was de RCO opening night. Samen met een paar mede Hucbaldianen konden we bij de inauguratie van Daniele Gatti zijn. Wat een avond! Dit was echt een fantastische beleving (de champagne van 60 euro per fles alleen was al genoeg voor een geweldige ervaring.)

 

Ik vergat bijna het koorproject van dit jaar. Dat was ook een geniale belevenis. Het was de eerste keer dat ik meezong in een koor. Beginnen met Verdi was dan ook wel een uitdaging en ik ben heel trots op wat we allemaal samen hebben gedaan. Ik verheug me al op de volgende.

 

Wel leuk zo terugkijken, het blijkt dat 2016 toch niet zo’n slecht jaar was. Ik heb super veel geleerd, nieuwe aspecten van muziek ontdekt, heb veel  bijzondere concerten meegemaakt. 2017, ik ben er klaar voor!

 

Gelukkig nieuwjaar, beste wensen voor iedereen!

Aankomende activiteiten:
Open podium
23
Mar
om 21:00 in Café Averechts
Hucbald's Favourites
Huctijd:
Maandag13:00 - 16:00Sonja
Dinsdag13:00 - 16:00Roselinde
Woensdag10:00 - 13:00Diantha
Donderdag13:00 - 16:00Olaf
Vrijdag10:00 - 13:00Marjolein
Postadres:
Muntstraat 2A, 3512 EV Utrecht
Bezoekadres:
Kromme Nieuwegracht 20 kamer 3.11
E-mail:Telefoon:
hucbald@hucbald.nl030-253 9345