Welkom bij Studievereniging Hucbald!

Dit is de site van Studievereniging Hucbald, de studievereniging van Muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht. Op deze site kun je alles te weten komen over de studie Muziekwetenschap, maar ook over Studievereniging Hucbald en aankomende activiteiten.
21 March 2017
Column

Door: Paula Breeuwer

 

Het blijft altijd moeilijk om een column te beginnen. Ik blijf maar staren naar een witte pagina die roept “schrijf iets, wees origineel, kritisch, uitdagend ” en ik zit maar te staren en te staren, terwijl het angstgevoel steeds groter wordt met elke seconde dat er niks uit mijn lege hoofd komt. Le syndrome de la page blanche, oftewel een schrijversblok, dat klinkt wel lekker, maar dat is het niet.

 

 

Muziek blijkt de logische keuze, maar welke muziek, welke artiest, welk nieuws? Over wat moet ik dan schrijven, politiek? Nee, daar voel ik me niet deskundig genoeg voor. Dans? Nee. Opera? Nee. Sport? Nee. Bananen?! Ik weet het gewoon niet meer. “Je bent toch muziekwetenschapper, schrijf iets over een interessant thema” Maar muziekwetenschapper… Dat woord schrikt me ook af. Wetenschapper is zo een prestigieus woord, en “musicoloog”, nou, dat voel ik me ook nog echt niet.

 

 

Procrastineren (volgens mij is dat geen Nederlands, maar wat een heerlijk woord) daar ben ik wel goed in. Vandaar ook dat ik deze column voor op maandag ben gaan schrijven de zaterdag erna… Of nieuwe woorden verzinnen (getosteerd vind ik nog steeds beter dan geroosterd) is ook mijn specialiteit.

 

 

Ik word wel getroost door te weten dat ik niet de enige student ben die zo over zijn/haar toekomst twijfelt. Daar weet Hucbald wel wat op! Door bijvoorbeeld een Bedrijvendag te organiseren. Woensdag was het zo ver. Het was een hele interessante dag, en je ziet van dichtbij de verschillende mogelijkheden die er zijn. Ook al weet ik niet zeker dat ik die kant op wil, vond ik het leuk om te zien wat manager zijn van een koor en orkest precies inhoudt, of om te weten dat er ook een baan is om vioolstroken te schrijven op elke partituur (voor mensen die echt, echt heel slecht zijn in muziektheorie, no worries, je hoeft er niet eens noten voor te kunnen lezen). Ook het bezoekje aan de radio was super leuk, ook al werd ons kinderbeeld van Dieuwertje Blok flink aangetast toen ze keihard “kut” riep. Ook al ben ik er nog steeds niet uit of ik later bij een van deze bedrijven ga werken en of ik überhaupt als musicoloog aan het werk ga, was het een interessante, verhelderende en gezellige dag.

 

 

Nou, het is gelukt hoor, de pagina is toch nog zwart geworden. Veel meer inspiratie heb ik momenteel niet, dus hier heb je een paar leuke memes.

 

 

 

 

 

Musicologist:

 

Noot van de redactie: niet alleen Paula heeft wel eens last van procrastinatie. Er is een reden dat deze column om 2 uur 's nachts is geüpload, terwijl die al een dag eerder klaar was...

21 March 2017
Artikel

Door: Davin Mosterd

 

Nacht na nacht keerde keer op keer dezelfde droom terug. Na een tijdje kreeg hij zelfs overdag visioenen. Wie was toch deze mysterieuze Sint Cecilia? Archibald wilde zichzelf geen illusies maken, maar hij voelde iets eigenaardigs bij het lezen van die naam. Zeker na het zien van de gedaante die deze muziek voortbracht – ook al was het maar een glimp – kon hij nergens anders meer aan denken. Hij is tot in het diepst van zijn geest geraakt door deze verschijning, wellicht is zijn ziel zelfs vervormd. Het brak zijn hart en zette zijn vertrouwen aan het wankelen. Waren dit gevoelens van…? Ja, wat waren dit eigenlijk voor gevoelens? En op welke manier zou hij moeten dienen? Wat zou er gebeuren als hij weigert?

 


Archibald kon het allemaal niet plaatsen, hoe hevig hij dit ook probeerde. Gespeurd had hij, door verscheidene boeken in bibliotheken en zag de naam steeds terugkeren als beschermheilige van de muziek. Dit verklaarde veel, waaronder al die sublieme klanken die hij tot zich heeft mogen nemen, maar de gedaante was toch zeker geen vrouw, nog een man. Het wezen moest van een andere wereld zijn, dat was de enige verklaring. Er zat niets anders op en hij sprak tot zichzelf om op ontdekkingsreis te gaan. Rusten deed hij wel, maar echte rust vond hij niet zolang zijn vragen onbeantwoord bleven. 

 

Lees hier wat voorafging...

 
27 February 2017
Column

Door: Eline Langejan

 

Terwijl het carnavalsfeest in het zuiden van het land losbreekt drink ik mijn bier op de meest tegenovergestelde plek mogelijk: één van de oudste cafés van Amsterdam waar gek genoeg helemaal geen muziek op staat. Of de kroegbaas vergeten is deze aan te zetten of dat er helemaal geen muziekinstallatie aanwezig is; het maakt de cafébezoekers te weinig uit om verhaal te halen. Hoe anders gaat het er wel niet aan toe in 'Mestreech', 'Kruikenstad', 'Oeteldonk' en 'Lampengat'? Carnaval is bij uitstek een feest waar muziek onmisbaar is. Disclaimer: ik als Randstedeling in hart en nieren heb nog nooit carnaval onder de rivieren gevierd, dus mijn perspectief als buitenstaander moet in acht worden genomen bij het lezen van deze column. Gelukkig ken ik wel veel verhalen van vrienden die elk jaar naar hun ouderlijk dorp terugreizen om te hossen en zie ik op Facebook en Snapchat genoeg praalwagens, polonaises en gekke kostuums voorbij komen om het feest niet helemaal te missen. Wat in al die verslaggeving een belangrijke factor is; de carnavalskrakers.

 

Carnavalsmuziek is hossen en meezingen. Als ik mijn Limburgse huisgenoten mag geloven kent iedereen de nummers, zowel die elk jaar nieuw worden geproduceerd (vaak met een actueel thema in een schunnige leus verwerkt, of gewoon Roy Donders en Patty Brard) als de echte klassiekers. Een oppervlakkige analyse van carnavalskrakers vertelt je dat vrijwel elk carnavalsnummer ook wel makkelijk mee te zingen is. De vrolijke melodieën zijn kort en worden vaak herhaald, de teksten rijmen zo eenvoudig mogelijk en dit komt de 'meezingbaarheid' ten goede. Bovendien lijken veel nummers op elkaar door de soortgelijke instrumentatie: koperblazers, een hoempa-hoempa ritme door een grote trom, het is geen wonder dat deze muziek bij een feest met optocht hoort. Carnavalsmuziek lijkt iedereen in dezelfde vrolijke roes te krijgen. Het genre kun je ook wel omschrijven als 'volksmuziek gone drunk'. Drugsgebruik en muziek hebben in vele genres een complementaire relatie. Het kalmerende effect van marihuana in combinatie met het trage/zwoele ritme van reggae, maar ook XTC en EDM, waarbij ravers er een kunst van maken bij elk verschillende aantal beats per minute de ideale drugs te matchen. In deze lijn zou je ook prima het effect van bier en het karakter van carnavalsmuziek kunnen correleren. De dronken roes van schaamte- en zorgeloosheid wordt perfect vertaald in de muziek. Bij carnaval kan het niet gek genoeg, zo blijkt wel uit de saamhorigheid waarmee de feestvierders zich in gekke kostuums laveloos drinken.

 

Terwijl ik de Snapchats van hossende Hucbaldianen doorklik ben ik mij er dan ook helemaal van bewust dat het muziekloze café in Amsterdam precies de reden is waarom zuiderlingen altijd terug zullen keren naar gebieden buiten de Randstad om het katholieke volksfeest te vieren. Het bier smaakt waarschijnlijk stukken beter onder het genot van carnavalsmuziek, maar wat kan ik er nou van weten?

6 February 2017
Artikel

Door: Cas Versluijs

 

Elke maand (zo ongeveer) zetten we in deze rubriek een musicus (pop, klassiek, jazz, of iets heel anders) in het zonnetje. Misschien omdat die onbekend is, misschien omdat de muziek niet altijd musicologisch de aandacht krijgt die die verdient. Deze maand: twintigste-eeuws componist Philip Glass.

 

Een weekje geleden, op 31 januari, werd Philip Glass 80 jaar. Een prachtige leeftijd natuurlijk, en daarom zijn er over de hele wereld talloze uitvoeringen van stukken van hem. Een mooi moment om eens te kijken naar het leven en werk van deze componist, door het publiek geliefd maar door critici niet altijd even geaccepteerd.

 

Philip Glass werd, zoals gezegd, geboren op 31 januari 1937 in Baltimore, in de Amerikaanse staat Maryland. Op zijn zesde leerde hij viool spelen, en op zijn achtste dwarsfluit aan het Peabody Conservatory of Music. Op zijn twaalfde schreef hij zijn eerste composities, terwijl hij in zijn vaders platenzaak werkte. Op zijn vijftiende ging hij al naar de University of Chicago, waar hij pianoles kreeg van Marcus Rasking, die hem introduceerde tot de twaalftoonstechniek. Hij gebruikte deze techniek zelf ook tijdens zijn studie, maar had er weinig mee en stopte ermee zodra hij afgestudeerd was. In 1956 nam hij lessen bij de prestigieuze Juilliard School in New York, maar had niet genoeg geld om er echt te studeren, dus werkte hij 9 maanden in een staalfabriek in Baltimore als kraanmachinist. Aan het einde van 1957 kon hij eindelijk beginnen bij de Juilliard School, waar hij les kreeg van William Bergsma en Vincent Persichietti in tonale composities. Ook schreef hij muziek voor het McCarter Theater in Princeton.

 

Tussen 1961 en 1963 kon hij door een beurs van de Ford Foundation voor veel verschillende ensembles in Pittsburgh gaan werken als componist. Daarna ging hij voor twee jaar naar Parijs, om daar in de leer te gaan bij Nadia Boulanger. Hier werd hij gevraagd door regisseur Conrad Rooks om Ravi Shankars muziek voor de film Chappaqua om te schrijven naar Westerse notatie. Daarom reisde hij in 1966 naar India, waar hij Tibetaanse vluchtelingen en de dalai lama leerde kennen. Ook kwam in 1966 zijn eerste strijkkwartet uit, waarbij zijn “minimale” stijl al duidelijk naar voren kwam.

 

Na zijn periode in Parijs reisde Glass naar Noord-Afrika en weer naar India. Daarna ging hij terug naar New York, waar hij een concert van Steve Reich bijwoonde, die een grote invloed op Glass had. In deze periode richtte Glass het Philip Glass Ensemble op, om zijn unieke composities te spelen, met name in popgelegenheden. Steve Reich speelde soms mee in dit ensemble. In deze periode schreef Glass echte minimalistische composities als Two Pages, Music in Twelve Parts en Music in Fifths. De eerste traditionele concertzaal waarin Glass’ muziek werd uitgevoerd was de Town Hall van New York, die Glass zelf afhuurde om zijn Music in Twelve Parts uit te voeren. Dit stuk werd in een periode van vier jaar gecomponeerd (oorspronkelijk sloeg Twelve Parts op de bezetting, niet de opbouw), en was uiteindelijk vier uur lang.

 

In 1976 ging de opera Einstein on the Beach in première, een samenwerking met Robert Wilson. Dit was de doorbraak van Philip Glass. Het libretto bestond onder andere uit solmisatielettergrepen, getallen en delen uit het dagboek van de autistische jongen Christopher Knowles. De kostuums waren de typische kleding van Einstein: trui en een broek met bretels. De hele uitvoering beslaat vijf uur, waarbij het publiek naar binnen en buiten mag lopen als het wil (en ik denk dat je dat wel wil bij een voorstelling van zo lang).

 

De jaren hierna bleef Glass focussen op het theater. Hij kortte de muziek in van Einstein on the Beach voor de opnames (wat meteen kritiek losmaakte dat er dus te veel herhaling in de muziek zat), en schreef twee nieuwe opera’s: Satyagraha (1980) en Akhnaten (1984). Hierna werkte hij weer met Robert Wilson samen aan the CIVIL warS: a tree is best measured when it is down (de hoofdletters zijn oorspronkelijk, ik had niet per ongeluk Caps Lock ingedrukt), met ook muziek van onder andere David Byrne (van de band Talking Heads) en Franz Schubert. In 1982 schreef hij zijn eerste filmmuziek, voor de film Koyaanisqatsi. Ook de vervolgen op deze film, Powaqqatsi (1988) en Naqoyqatsi (2002) werden door hem van muziek voorzien. Later heeft hij ook voor films als The Hours (2002) en Notes on a Scandal (2006) muziek gecomponeerd.

 

In de jaren ’80 en ’90 kwam Glass in de publieke belangstelling: hij mocht de muziek schrijven voor het ontsteken van de Olympische vlam bij de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles, en in 1992 schreef hij de opera The Voyage voor de vijfhonderdste verjaardag van het aankomen van Columbus in Amerika. Hierna schreef Glass een trilogie van muziek gebaseerd op films van Jean Cocteau (Orphée in 1991, La belle et la bête in 1994 en Les enfants terribles in 1996), waarbij de media van muziek en film op een bijzondere manier werden gecombineerd. In 1992 schreef hij zijn eerste symfonie Low, gebaseerd op het gelijknamige elektronische artrockalbum uit 1977 van David Bowie, die juist vijftien jaar eerder Glass als een van zijn grootste inspiraties noemde. Vergelijk de nummers Warszawa uit het album van Bowie en de symfonie van Glass. Je hoort de invloeden van het minimalisme van Glass (veel herhalingen, de lange frases, etc.) in Bowie en natuurlijk de melodie van Bowie weer in Glass. In 1996 deed hij hetzelfde met zijn vierde symfonie gebaseerd op het volgende album van Bowie, Heroes uit 1977. Opnieuw kan je duidelijk de overeenkomsten tussen Bowie en Glass horen. De afgelopen 20 jaar heeft hij ook niet stilgezeten. In die periode heeft hij nog eens onder andere negen concerti, vier strijkkwartetten, zeven symfonieën (waarvan de laatste op zijn verjaardag voor het eerst uitgevoerd) en een enorme hoeveelheid werk voor piano en orgel uitgebracht. Oftewel: te veel om hier op te noemen. Het moge duidelijk zijn dat Glass een van de meest productieve en invloedrijke componisten is van de vorige (en tot nu toe deze) eeuw. Hoewel zijn minimalisme en toegankelijkheid misschien niet bij iedereen in de smaak vielen, is zijn muziek nog steeds ongekend populair en relevant, wat nog maar eens bleek bij de heel goed bezochte concerten voor zijn verjaardag.

Aankomende activiteiten:
Weekendje Weg
1
Jan
om 01:00 in Brugge
Eerstejaarsactiviteit: Pieces of Tomorrow
3
Nov
om 21:00 in TivoliVredenburg
Lezing
9
Nov
om 19:00 in Drift 21, Sweelinckzaal
Hucbald's Favourites
Huctijd:
Maandag13:00 - 16:00Sonja
Dinsdag13:00 - 16:00Roselinde
Woensdag10:00 - 13:00Diantha
Donderdag13:00 - 16:00Olaf
Vrijdag10:00 - 13:00Marjolein
Postadres:
Muntstraat 2A, 3512 EV Utrecht
Bezoekadres:
Kromme Nieuwegracht 20 kamer 3.11
E-mail:Telefoon:
hucbald@hucbald.nl030-253 9345